Zeespiegelstijging wordt meestal uitgedrukt in gemiddelden per jaar. Bijvoorbeeld: in het jaar 2100 is de zeespiegel met een meter gestegen. Maar de werkelijkheid is complex, want in elk willekeurig jaar schommelt de zeespiegel. En onder invloed van klimaatverandering nemen die seizoensgebonden zeespiegelschommelingen toe.
De stijging van die seizoensgebonden zeespiegelschommelingen kan grote gevolgen hebben voor kustecosystemen. Zo verandert mogelijk het aantal keren dat een gebied onder water staat. Onderzoekers van de Universiteit Utrecht, de Universiteit Antwerpen, NIOZ en Wageningen Marine Research publiceerden hierover het artikel Future changes in seasonal sea-level variability could reshape coastal ecosystems in het tijdschrift Nature Climate Change.

Tim HermansKlimaatwetenschapper Tim Hermans van de Universiteit Utrecht was één van de auteurs. Hij legt uit: “Veel intergetijdengebieden kunnen door de aanvoer van slib meegroeien met een geleidelijke zeespiegelstijging. Bij variaties in de zeespiegelstijging binnen een jaar is het veel moeilijker voor de gebieden om weerbaar te zijn. Die variaties vinden namelijk in een veel hoger tempo plaats dan de gemiddelde zeespiegelstijging.”
De seizoensschommelingen van de zeespiegel worden bepaald door verschillende factoren, waaronder de temperatuur van de oceaan, het zoutgehalte van het water en de kracht en richting van de wind. “Die processen veranderen door klimaatverandering. In een conceptuele studie hebben we nu wereldwijd gekeken naar de effecten op intergetijdengebieden. Bijvoorbeeld hoe vaak en hoe lang gebieden onder water komen te staan of juist niet. Het maakt voor de organismen die daar leven, ook voor de aanvoer van nutriënten en de zuurstofvoorziening, uit of een gebied meerdere keren per dag overstroomt of dat er misschien wel een droogte van dagen op kan treden.”
De effecten zijn volgens de onderzoekers het grootst in intergetijdengebieden met een relatief klein getij, zoals in de Middellandse Zee en de Japanse Zee. "Hoewel dat betekent dat de effecten op intergetijdengebieden in Nederland waarschijnlijk minder groot zullen zijn, hebben de toenemende zeespiegelschommelingen wél gevolgen voor de zeespiegelstijging op de lange termijn. Als de zeespiegel in 2100 gemiddeld met 100 centimeter is gestegen, kan dat in de winter een stijging van 105 centimeter zijn en in de zomer 95.”
En dat heeft volgens Hermans consequenties voor bijvoorbeeld het beheer en onderhoud van keringen. “Als je kijkt naar de Maeslantkering, is het belangrijk om na te denken over hoe vaak je die in de winter moet sluiten en hoe je het onderhoud vorm kunt geven in de zomer. Natuurlijk is er nog verder onderzoek nodig naar de effecten van seizoensschommelingen op specifieke ecosystemen. Maar duidelijk is dat de toenemende schommelingen wel iets zijn om rekening mee te houden in onze adaptatiestrategieën voor kustgebieden.”