De hiërarchie binnen Wetterskip Fryslân is gereduceerd tot ‘een vrij simpele hark’, en er is ‘heel veel overleg geschrapt’. Dat vertelt algemeen directeur Joost de Ruig in een interview met de Leeuwarder Courant over de huidige reorganisatie van het waterschap.
Maandenlang had de Leeuwarder Courant gevraagd naar het rapport dat adviesbureau TwynstraGudde over de organisatie van het Wetterskip schreef. Waar de deur tot nu toe dicht bleef, mocht de krant het rapport wat De Ruig betreft gerust inzien (“Ja joh, daar moet je niet te ingewikkeld over doen”). De Ruig, tot voor kort hoofdingenieur-directeur van Noord- en Oost-Nederland bij Rijkswaterstaat, trad in januari aan als algemeen directeur en leidt de reorganisatie waar het waterschap momenteel mee bezig is.
Het oordeel van TwynstraGudde is ‘messcherp’, schrijft de krant. Zo zou het binnen het voormalig organisatiemodel onduidelijk zijn geweest wie waarvoor verantwoordelijk was, en zouden leden van het dagelijks bestuur op de stoel van de directie zijn gaan zitten door rechtstreeks opdrachten aan het personeel te geven. Verder heerste er volgens het adviesbureau onvrede bij het algemeen bestuur, over het uitdijen en duurder worden van de organisatie, en over beslissingen die al genomen werden terwijl het AB nog geen richting had gegeven.
Grote intrinsieke motivatie
Het oude organisatiemodel vergde ‘ontzettend veel sturingsdiscipline’, zegt De Ruig in gesprek met de Leeuwarder Courant. “En die was er niet. Dan krijg je dus chaos. (..) Mensen dachten: wie is nou mijn echte baas? Is het de opgavemanager, de teamchef, de afdelingschef, of toch de directeur?”
Dit gebrek aan sturing werd volgens hem opgevangen met “geitenpaadjes en ‘tafels’”, “maar die tafels verhielden zich soms weer niet tot elkaar, of [slechts] een beetje. Het was allemaal niet duidelijk.”
De ontstane ‘chaos’ had volgens hem zowel ‘een problematische als een briljante’ kant. “Er waren clubs die er baat bij hadden, die de ruimte kregen en benutten. Als je ziet wat hier aan AI gebeurt, aan datamanagement, aan ontwikkeling in ons laboratorium, dat is briljant! Dat ben ik nog niet eerder tegengekomen. Er is een enorme begaanheid.”
De Ruig sluit zich aan bij de observatie van TwynstraGudde, dat het aan deze gedrevenheid en het vakmanschap van medewerkers moet hebben gelegen dat zaken niet ontspoord zijn. “Ik dacht: wat zonde! Wat doodzonde. De mensen hier hebben een grote intrinsieke motivatie, maar ze lopen elkaar een beetje in de weg. Er valt veel meer uit te halen.”
Meer zelf doen
In het nieuwe organisatiemodel waar het Wetterskip per 1 april mee gestart is, gaat het waterschap minder werk aan externe partijen uitbesteden, en meer zelf doen. Verder wil De Ruig dat het bestuur duidelijk maakt ‘wat ze willen versterken, en waar het wel wat minder kan’. “PFAS, Zeer Zorgwekkende Stoffen, peilverhoging; het is allemaal even belangrijk. Ik heb het bestuur gevraagd: wat vind je dan mínder belangrijk? Dan wordt het lastig. (..) Het enige wat ik nu uit de organisatie hoor is: er moeten fte bij.”
Om het aantal managementlagen te reduceren, is een voormalige tussenlaag geschrapt, van zes ‘opgavemanagers’ die ‘geen zeggenschap over de mensen en de middelen’ hadden. Daarmee is de hiërarchie volgens De Ruig teruggebracht tot ‘een vrij simpele hark’, bestaande uit één algemeen directeur, daaronder drie directeuren (voor bedrijfsvoering, strategie & ontwikkeling, en uitvoering & beheer), en daaronder zes afdelingen. Ook is er sinds zijn aantreden “heel veel overleg geschrapt”.
Hangpunten
De Ruig erkent dat het waterschap achterstanden heeft in haar taakuitvoering, maar die ‘liggen niet alleen aan het wetterskip’. Hierbij benadrukt hij dat het waterschap afhankelijk is van andere partijen, ‘niet altijd het goede gesprek krijgt’, en ‘by far het grootste werkgebied van Nederland heeft, met relatief weinig inwoners en dus ook weinig belastingbetalers’.
Wel onderschrijft hij dat er ‘absoluut versnelling nodig [is]’. In dat kader gaat het waterschap onder andere werken aan ‘uitgestelde beslissingen’ (“er bleef ontzettend veel hangen”). Vorige week is hiermee aangevangen door “twintig van die hangpunten” in het directieoverleg te bespreken.