De Europese Unie heeft 26 nieuwe aquatische en terrestrische plant- en diersoorten toegevoegd aan de zogeheten Unielijst van invasieve uitheemse soorten. Onder de nieuwkomers bevinden zich (water)planten, vissen en mariene soorten die voor inheemse flora en fauna in en rond Nederlandse waterlichamen een bedreiging kunnen vormen of dat reeds zijn. Wie zijn deze soorten en welke risico’s brengen ze met zich mee?
De invasieve exoten op de Unielijst zijn planten, dieren of andere organismen die zich door menselijk handelen of klimaatverandering in (delen van) de Europese Unie hebben gevestigd of kunnen vestigen, met negatieve gevolgen voor de biodiversiteit, volksgezondheid, veiligheid of economie. De lijst is onderdeel van de verordening waarmee de EU sinds 2014 inzet op het beperken van de introductie, verspreiding en impact van invasieve exoten in Europa. Voor alle soorten op deze lijst geldt een verbod op bezit, handel, kweek, transport en import. Ook zijn de lidstaten verplicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en verwijderen. Lukt dat niet, dan moeten ze de populatie zodanig beheren dat verspreiding en schade zoveel mogelijk worden beperkt.
In Nederland rust de bestrijding van het merendeel van de soorten op de Unielijst op de schouders van de provincies. Voor enkele soorten, zoals muskus- en beverratten, zijn de waterbeheerders of het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur verantwoordelijk. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ondersteunt het ministerie bij de uitvoering van het exotenbeleid. Hiertoe beoordeelt en monitort de NVWA de risico’s van invasieve exoten in Nederland. De risico’s van de nieuwste soorten op de lijst publiceerde de NVWA vorige week op haar website.
Calicotrivierkreeft
De calicotrivierkreeft staat bekend om zijn graafgedrag en het aanleggen van lange, complexe tunnels en burchten. Met zijn gegraaf kan hij bodemerosie, sedimentverandering en verslechtering van waterkwaliteit veroorzaken. In Duitsland, waar de rivierkreeft in zo’n 10 jaar tijd een stuk van bijna 100 kilometer langs de Rijn heeft gekoloniseerd, heeft de kreeft (samen met andere uitheemse kreeften) waarschijnlijk bijgedragen aan verdringing van inheemse waterplanten, amfibieën en macrofauna, waaronder libellen, kokerjuffers en weekdieren. Ook kan de exoot de kreeftenpest bij zich dragen, een parasiet die dodelijk kan zijn voor Europese rivierkreeften. De NVWA verwacht dat de calicotrivierkreeft Nederland op eigen kracht zal bereiken via de Rijn en schat de kans dat de kreeft zich hier vestigt hoog in.
Jabbie
Ook de jabbie is een rivierkreeft die graag graaft en daarmee schade aanricht aan oevers en sediment. De jabbie kan negatieve effecten hebben op inheemse waterplanten, vissen, amfibieën, zoetwaterschildpadden, macrofauna en de waterkwaliteit. In Nederland wordt de ‘yabby volcano’ verkocht als aquariumsoort, al is dit door plaatsing op de Unielijst nu dus verboden. De NVWA verwacht dat de jabbie zich door het warmer wordend klimaat in Nederlandse wateren zal kunnen vestigen, al zou dit kunnen worden belemmerd door virulente varianten van de kreeftenpest die Amerikaanse rivierkreeften bij zich dragen.
Grote posthorenappelslak
De grote posthorenappelslak staat bekend om zijn eetlust, waardoor de zoetwaterslak in het verleden is ingezet als biologische bestrijder van waterplanten en slakkensoorten die parasieten bij zich droegen. Door de slak met dit gastronomisch taakje te belasten ontstonden echter ook onbedoelde neveneffecten, omdat hij ook inheemse slakkensoorten en waterplanten opat. In Nederland is de slak, die in de EU wordt verhandeld als siersoort, nog niet in oppervlaktewater waargenomen; wel in ‘wateren in kassen’. De kans op vestiging in Nederlands oppervlaktewater schat de NVWA (voorlopig) laag in, omdat de slak een relatief hoge watertemperatuur (18 tot 30°C) nodig heeft.
Chinese moerasslak
De Chinese moerasslak is naar Nederland geïmporteerd ‘voor de hobbyhouderij’ en heeft zich hier gevestigd, vermoedelijk door het legen van aquaria en vijvers in plassen en sloten. In Zuid-Limburgs oppervlaktewater is de zoetwaterslak in grote getale aanwezig en zorgt daar waarschijnlijk voor een afname van algen en andere slakkensoorten en verstoring van de voedselketen en nutriëntenbalans. Ook kunnen de grote en sterke slakkenhuizen leiden tot verstopping van bouwwerken in watersystemen, zoals inlaatpijpen voor de onttrekking van oppervlaktewater. Er zijn nog geen bewezen effectieve maatregelen voor bestrijding van de moerasslak.
Aziatische modderkruipers
De Aziatische en Noord-Aziatische modderkruipers zijn zoetwatervissen die een bedreiging vormen voor inheemse vissoorten (waaronder de beschermde grote modderkruiper), aquatische macrofauna en eitjes van vissen en amfibieën, onder andere door overdracht van parasitaire platwormen. Beide soorten worden verkocht voor aquaria en tuinvijvers. De Noord-Aziatische soort heeft zich al gevestigd in Limburg; de Aziatische soort komt in Nederland waarschijnlijk nog niet voor, al zijn de twee ‘niet van elkaar te onderscheiden op basis van uiterlijke kenmerken’. De NVWA acht het aannemelijk dat ook de Aziatische soort op eigen kracht naar Nederland komt vanuit Duitsland.
De vissen verspreiden zich met grote snelheid, en uitroeiing is vrijwel onmogelijk. Volgens de NVWA wordt dit vaak geprobeerd ‘door vijvers droog te leggen of door toediening van bestrijdingsmiddelen aan het water waardoor zuurstofgebrek optreedt’. De modderkruipers kunnen echter lang overleven onder zuurstofarme omstandigheden en overleven ook langdurige droogte door zich in te graven in de waterbodem.
Amerikaanse strandschelp
De Amerikaanse strandschelp concurreert met inheemse schelpen en plant zich snel voort als de omstandigheden hem gunstig zijn, maar sterft ook even abrupt weer af bij voedselschaarste of een laag zoutgehalte. Deze massasterftes kunnen de aquatische voedselketen en nutriëntencyclus verstoren door onder andere een zuurstoftekort en verhoogde ammoniakgehaltes. Ook kan het grote aantal dode schelpen habitatstructuren veranderen.
De schelp komt al voor langs de hele Nederlandse kust, vooral in de Waddenzee en het Deltagebied. De soort is hier waarschijnlijk beland via ballastwater, bilgewater, baggeractiviteiten, zandsuppletie en schelpdiertransport. De larven van de schelp, die in een grote variëteit aan zoutgehaltes en temperaturen kunnen overleven, kunnen honderden kilometers afleggen voordat ze zich vestigen. Na vestiging kan de schelp niet meer worden uitgeroeid of beheerst.
Japanse zeester
De Japanse zeester concurreert met (plat)vissen en kan zandkokerwormriffen en schelpdierbanken aantasten of doen verdwijnen, wat gevolgen kan hebben voor de waterkwaliteit, sedimentatie, nutriëntenkringloop en de overwinteringskansen van vogels. Ook is de zeester een predator van ‘economisch belangrijke’ schelpdiersoorten die al onder predatiedruk staan van lokale zeesterren. De soort is nog niet in Europa waargenomen, maar kan geïntroduceerd worden door schelpdiertransport, als bijvangst van visserij of via de scheepvaart (in bijvoorbeeld ballastwater of op scheepshuiden). De kans op vestiging in Nederland acht de NVWA klein.
Japans dwergzeegras
Japans dwergzeegras kan een negatief effect hebben op schelpdieren, zeegrassen en andere waterplanten en kan de nutriëntenbalans, koolstofstromen en doorstroming van waterlichamen verstoren. Er zijn geen bewezen effectieve maatregelen voor bestrijding van het gras. De soort komt nog niet in Europa voor, al is het moeilijk om de soort te onderscheiden van inheemse zeegrassoorten. Introductie is mogelijk via schelpdiertransport, ballastwater, pleziervaart, baggerwerkzaamheden en natuurherstel van zeegrasvelden, maar de kans op vestiging in Nederland acht de NVWA klein.
Watercrassula
De oeverplant watercrassula (waternaaldkruid) vormt een dichte vegetatie in de oeverzone en ondiepe delen van voedselarme wateren zoals poelen, vennen, zandplaten en duinplassen, waardoor inheemse flora en fauna worden weggeconcurreerd. De plant vormt drijvende matten die ervoor zorgen dat onderwaterplanten te weinig licht en zuurstof krijgen. Watercrassula is in de EU in de handel als aquarium-, vijver- en sierplant en komt in heel Nederland voor, met name op hogere zandgronden, in duingebieden en op de Waddeneilanden. Bestrijding van de woekerplant is lastig doordat hij uit zeer kleine stengelfragmenten kan regenereren en zich over grote afstanden verspreidt, bijvoorbeeld door plantenresten die met rivierwater meedrijven.
LEES OOK
H2O Actueel: Waterschappen gaan bladvlooien, mijten en snuitkevers inzetten om invasieve plantensoorten te bestrijden
Papiermoerbei
De papiermoerbei is een extreem snelgroeiende boom die grote hoeveelheden water opneemt en hiermee inheemse planten uitdroogt. De boom heeft een voorkeur voor oevers en vochtige grond, maar kan ook groeien in droge graslanden en bossen. De papiermoerbei is in Nederland aangeplant in tuinen en parken, maar wordt nog niet beschouwd als gevestigd. De boom is zeer moeilijk uit te roeien omdat de plant weer uitloopt vanuit achtergebleven wortelresten. Behandeling met glyfosaat kan worden toegepast om opnieuw uitlopen te voorkomen, schrijft de NVWA.
Klimopkruiskruid
Klimopkruiskruid vormt een risico voor oevererosie doordat het oppervlakkige wortelstelsel van de plant geen grond vasthoudt. In Nederland is het kruid nog niet gevestigd, maar het wordt hier wel verkocht en zou zich in het Nederlands klimaat kunnen vestigen.
Aziatische duizendknopen
De Japanse, Sachalinse en basterdduizendknoop zijn wijdverspreid in Nederland en worden door de waterbeheerders en andere overheden al geruime tijd bestreden. Tot dusver gold echter (sinds 2022) enkel een (nationaal) handelsverbod; de planten stonden nog niet op de Unielijst. De duizendknoopsoorten zijn in staat om overige vegetatie geheel weg te concurreren en vormen hierdoor een gevaar voor de erosiebestendigheid van dijken, oevers en taluds.
Ook kunnen de duizendknoopsoorten schade veroorzaken aan funderingen, verhardingen, riolering en drainagebuizen, door hun opmerkelijk zachte wortelstokken die door scheuren en naden in asfalt, beton en metselwerk heen kunnen groeien. Verder worden de duizendknopen verantwoordelijk gehouden voor het verdringen van bosmieren, vlinders en andere insecten in onder andere rivier- en beekoevers.
De drie soorten zijn moeilijk uit te roeien door een grote weerbaarheid tegen bestrijdingsmiddelen en diep groeiende wortelstokken waarvan de kleinste achterblijvende restjes kunnen uitgroeien tot een nieuwe plant. De duizendknopen komen met name voor in lijnvormige groeiplaatsen zoals langs waterwegen en verspreiden zich gemakkelijk via stromend water.
Sachalinse duizendknoop is zo competitief dat het op rivieroevers zelfs Japanse duizendknoop kan verdringen, en staat vooral in parken, tuinen en rond privé-vijvers, waar het oorspronkelijk veelal intentioneel werd aangeplant. De basterdduizendknoop is het kind van de Japanse en Sachalinse soorten – die volgens de NVWA mogelijk in kwekerijen opzettelijk zijn gekruist – en heeft een nog groter verspreidingsvermogen en impact op de biodiversiteit dan zijn ouders. De laatste jaren is duidelijk geworden dat de basterdduizendknoop vaak niet goed wordt herkend en dat veel waarnemingen van Japanse duizendknoop in werkelijkheid de bastaard betreffen.
Niet elke exoot op de lijst
Niet elke invasieve exoot die schadelijk is voor delen van de EU belandt op de Unielijst. Zo kan het zijn dat er nog geen risicobeoordeling is gemaakt die voldoet aan alle criteria, of dat een meerderheid van de lidstaten tegen opname van de soort op de Unielijst is. Ook komt het voor dat een soort niet op de Unielijst belandt wanneer de soort uitheems is in bepaalde delen van de EU, maar inheems in andere delen van de EU.
LEES OOK
H2O Actueel: De bedreigde krabbenscheer gaat achteruit en dat wordt mede toegeschreven aan de Amerikaanse rivierkreeft
Water Matters: Is aanleg van natuurvriendelijke oevers risicovol bij aanwezigheid van grote waternavel?