Ga naar inhoud

Droogte dwingt Nederland tot een nieuw grondwaterbeleid

Door Tim Koorn
Droogte dwingt Nederland tot een nieuw grondwaterbeleid
Gepubliceerd:

Droogte zorgt voor een van de grote ruimtelijke en bestuurlijke opgaven van deze tijd: hoe gaan we in Nederland om met grondwaterbeheer in een veranderend klimaat? Waar decennialang de nadruk lag op ontwatering en snelle afvoer van water, groeit de noodzaak - en daarmee de discussie - over het vasthouden van water en structureel hogere grondwaterstanden.


 Tekst Kees Jan van Kesteren | Beeld AI


Nederland is een waterrijk land. Toch hebben we, zeker tijdens langdurige droge periodes, steeds vaker tekorten aan zoet water. Door klimaatverandering nemen droge zomers en hogere temperaturen toe. Dan verdampt er meer water en droogt de bodem sneller uit. 

Ook de aanvulling van het grondwater verloopt in deze situaties trager. Er valt immers geen of nauwelijks regen. De watervraag van landbouw, industrie en drinkwatervoorziening blijft echter, ongeacht de weersomstandigheden, onverminderd hoog. In deze behoefte zal worden voorzien door wateraanvoer, maar vooral ook door (grond)wateronttrekkingen. Dit leidt tot dalende grondwaterstanden, vooral op de hogere zandgronden in het oosten en zuiden van het land.

Droogte en verdroging
Maar het verhaal is ingewikkelder dan periodes met een neerslagtekort, doceert Ernest de Groot, bestuurder van waterschap Aa en Maas. Hij maakt een onderscheid tussen droogte en verdroging. “Beide zijn belangrijk in dit verhaal. We kennen al ruim 150 jaar een structurele verdroging, gewoon door de manier waarop we ons landschap hebben ingericht. Van ruilverkaveling tot verstedelijking. Daar komt nu de droogte als gevolg van klimaatverandering bij." 

“Droogte is niet alleen een kwestie van te weinig regen”, denkt ook Michelle Talsma. De Programmamanager Watersystemen bij kennisinstituut STOWA zegt: “Er zijn verschillende vormen van droogte. Het is niet zo eenvoudig om tot een definitie van droogteschade te komen, vooral ook omdat de gevolgen van droogte verschillen afhankelijk van het bodemtype, de typen natuur en het landgebruik in een gebied.”

‘Er is behoefte aan meer centrale regie’

“Als er schade ontstaat aan functies in een gebied, is in elk geval duidelijk dat droogte problematisch is”, is de pragmatische opvatting van Ida de Groot-Wallast. Zij is senior beleidsmedewerker grondwater bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. “Doel van het grondwaterbeleid moet daarom zijn om de weerbaarheid van gebieden te vergroten. Dit om ervoor te zorgen dat de schade beperkt blijft bij periodes van droogte die vaker voor zullen komen.”

In zijn algemeenheid hebben dalende grondwaterstanden verschillende gevolgen. Natuurgebieden zoals bossen, heidevelden en veengebieden verdrogen. Dit zet planten- en diersoorten onder druk. De landbouw ondervindt problemen doordat gewassen minder water beschikbaar hebben en boeren vaker moeten beregenen, wat weer als gevolg heeft dat grondwaterstanden dalen. Daarnaast leidt een lage grondwaterstand in veengebieden tot bodemdaling en extra uitstoot van CO₂ doordat het veen oxideert.

Evenwicht vinden
Voor het grondwaterbeheer vormt dit een grote uitdaging. Nederland moet een evenwicht vinden tussen de behoeften van drinkwatervoorziening, landbouw, natuur, industrie en bescherming tegen wateroverlast. Dit is complex, omdat deze belangen met elkaar kunnen botsen.

En om het nog ingewikkelder te maken, hangt het grondwaterbeheer ook samen met keuzes over de ruimtelijke inrichting van het land en bijvoorbeeld discussies over waterkwaliteit. Waterkwaliteit wordt beïnvloed door zowel lage als hoge waterstanden. 

Bij lage waterstanden worden vervuilende stoffen minder verdund, waardoor de concentratie van verontreinigingen toeneemt en problemen zoals algengroei, zuurstoftekort, verdroging en verzilting kunnen ontstaan. Bij hoge waterstanden kunnen vervuilende stoffen juist door hevige regenval worden uitgespoeld naar oppervlaktewater, terwijl overstroomde riolen ongezuiverd afvalwater kunnen lozen. In beide gevallen kan de waterkwaliteit verslechteren.

Regels en verantwoordelijkheden
“En dat botst natuurlijk met Europese regelgeving, waarbij de Kaderrichtlijn Water, waaronder ook de grondwaterrichtlijn valt, leidend is”, constateert De Groot-Wallast. “Hierin zit de verplichting grondwaterlichamen zowel kwalitatief als kwantitatief in een goede toestand te houden. Dus geen achteruitgang in kwaliteit, maar ook de verplichting om ervoor te zorgen dat de grondwaterstanden langjarig niet verder dalen.”

Daarbij is het niet altijd duidelijk hoe de verantwoordelijkheden zijn verdeeld. Talsma: “Grondwaterbeheer is een zogeheten ‘interbestuurlijke verantwoordelijkheid’. Grondwaterbeheer wordt bepaald in een samenspel tussen met name provincies, gemeenten en waterschappen. Maar het grondwatersysteem houdt zich natuurlijk niet aan de grenzen van provincies of waterschappen.”

 ‘De bestaande regels laten ruimte voor interpretatie’

En alsof dit allemaal nog niet gecompliceerd genoeg is, laten de bestaande regels ook nog ruimte voor interpretatie, merkt De Groot-Wallast. “In gesprek met de regionale overheden, zien en horen we dat er veel vragen leven. Om grip te krijgen op de balans in het grondwatersysteem, denken we dan ook na over nationale instrumenten in het Nationaal Waterprogramma en het programma Bodem, Ondergrond en Grondwater.”

“Er is inderdaad behoefte aan meer centrale regie”, denkt Ernest de Groot. “De uitvoering vindt plaats op gebiedsniveau, maar het zou ons helpen als bijvoorbeeld gemeenten verplicht werden een deugdelijke waterparagraaf op te nemen in hun omgevingsvisie.” 

“Ooit hadden we zoiets als een ‘gewenst grond- en oppervlaktewaterregime’, vertelt Talsma. “Uit de STOWA studie ‘Terug naar de waterbasis’ uit 2025 blijkt dat deze zogeheten GGOR een bruikbaar (beleids)instrument om water en bodem sturend concreet te maken. Misschien moeten we op zoek naar een nieuwe variant daarvan. Daarbij zouden we, afhankelijk van het landgebruik en bodem, vast kunnen stellen wat de na te streven grondwaterstanden zijn. Dat is nu niet vastgelegd in beleid. Instrumenten om hieraan te gaan werken liggen klaar. Bijvoorbeeld de Waterwijzer Landbouw en de Waterwijzer Natuur.”

Groeiende aandacht
“Het goede nieuws is wel dat we verschuivingen zien”, denkt De Groot-Wallast. “Op steeds meer plekken groeit de aandacht voor grondwater. De grenzen van ons watersysteem zijn bereikt. En het belang van dit onderwerp is inmiddels buiten de waterbubbel aangekomen. Op veel plekken zijn regionale overheden gelukkig al voortvarend met dit onderwerp aan de gang gegaan. Ze kiezen elk een eigen aanpak en als ministerie faciliteren wij het gesprek tussen deze overheden, zodat ze van elkaar kunnen leren.”

Om de gevolgen van droogte en verdroging tegen te gaan, kiest waterschap Aa en Maas ervoor om meer water vast te houden. Ernest de Groot legt uit: “Tegelijkertijd moeten we bestand zijn tegen piekbuien. Dat vraagt om een klimaatrobuustere inrichting van het landschap.”

Bij deze nieuwe inrichting van het landschap, grijpt De Groot terug op het verleden. “Maar we gaan niet terug naar vroeger. Dat kan ook niet. Waar het om gaat, is dat we nadenken over de vraag hoe we het landschap, zoals het er ligt, voor ons kunnen laten werken om de sponswerking te vergroten. En dat kan het beste door het gebied in zijn geheel te bekijken. De bodem kan veel meer water bufferen dan de sloten, daarom gaat waterberging verder dan alleen opvang in de beekdalen. En dat kan echt.”

Concreet betekent dit dat de grondwaterstanden in het gebied van Aa en Maas stijgen. “We werken niet meer met een separaat winter- en zomerpeil. In de winter gaat het peil niet omlaag en zo kunnen we meer water vasthouden. Op de hogere gronden gaat het daarbij structureel om vijfendertig centimeter. In de polders en de beekdalen praten we over tien tot vijftien centimeter en op de flanken van het landschap over twintig tot dertig centimeter.”

Unaniem
Vanwege de verschillende functies van het landschap, lijkt de verhoging van grondwaterstanden een omstreden beslissing. Toch was het bestuur van Aa en Maas unaniem voorstander. “Negentig procent van de agrariërs profiteert uiteindelijk. En als je in landbouwgebieden van min honderdtien centimeter naar min zestig centimeter gaat, dan heeft niemand daar last van. Een groot deel van de vernatting vindt plaats in natuurgebieden. Peilgestuurde drainage biedt oplossingen voor de landbouw. We hebben een brede instrumentenkoffer om in te zetten en daar hebben alle functies baat bij.”

‘Grondwater is de crux’

Los van deze maatregelen, zet Aa en Maas ook in op ogenschijnlijk simpelere oplossingen. “Dan kun je bijvoorbeeld denken aan het plaatsen van boomstammetjes in de beek om de stroming en afvoer te vertragen, zonder bij piekbuien hindernissen aan te leggen. We zijn ook bezig met de keur, daar kun je vastleggen hoe duikers hoger worden geplaatst. Dat zijn voorbeelden van manieren om het gebied klimaatrobuuster te maken, zonder dat het gaat om ingewikkelde of dure ingrepen.” 

Watersysteem
Gesprekken over droogte en grondwater monden onvermijdelijk uit in bredere discussies over het watersysteem en ons drinkwatergebruik. De Groot-Wallast: “Natuurlijk moeten we praten over ons grondgebruik, de ruimtelijke inrichting en de grondwaterstanden. Daar is een maatschappelijk gesprek over nodig, want de gevolgen van droogte en watertekorten raken iedereen. En het punt is, iedereen gebruikt het watersysteem. Vaak zelfs zonder het door te hebben.”

Ook Talsma maakt dit punt. “Grondwaterbeheer is de crux. Maar het staat natuurlijk niet op zichzelf. Het maakt deel uit van het totale watersysteem. De verhoging van grondwaterstanden, de sponswerking van de bodem: daar moeten we goed over nadenken en zo objectief en concreet mogelijke spelregels voor afspreken. Het Expertise Netwerk Zoetwater en Droogte bracht een advies uit over het ontwikkelen van een toetsingskader voor droogte. Wij zijn van plan om daar invulling aan te geven en een toetsingskader voor grondwater te ontwikkelen. Waterschap Vechtstromen heeft daarmee ervaring opgedaan.”   

Ook ons drinkwaterverbruik heeft invloed op het watersysteem. “De gemiddelde Vlaming verbruikt dertig procent minder drinkwater dan de gemiddelde Nederlander”, weet De Groot. “Misschien moeten we een voorbeeld nemen aan hun beleid en ook kiezen voor een gestaffeld drinkwatertarief, waarbij drinkwater voor een zwembad zwaarder wordt belast. Op sommige locaties kun je praten over andere functies of andere vormen van landbouw. Maar alles bij elkaar hebben we echt een brede instrumentenkoffer om de totale waterbalans te verbeteren. In ons beheersgebied zien we het langzaam de goede kant op gaan. En dat is ook dringend nodig. Voor mij is volslagen helder dat de maatschappelijke kosten van hitte en droogte uiteindelijk onaanvaardbaar zullen zijn, als we nu niet ingrijpen.”

Tags: Vakartikelen

Meer in Vakartikelen

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners