Drinkwaterbedrijf Dunea is belanghebbende bij de vergunningverlening voor geothermie (aardwarmte). Dat heeft de Raad van State bevestigd in een langlopende zaak. Maar dat wil nog niet zeggen dat de vergunningen van tafel zijn: inhoudelijk gaat de hoogste bestuursrechter niet mee in de bezwaren daartegen.
Het begon in augustus 2021, toen het ministerie van Economische Zaken en Klimaat aan vier bedrijven een opsporingsvergunning aardwarmte verleende voor locaties in en rond Leiden. Dunea en de provincie Zuid-Holland maakten daartegen bezwaar, maar dat werd door de toenmalige staatssecretaris niet-ontvankelijk verklaard.
Die stapten daarop naar de rechter en werden in juli 2024 in het gelijk gesteld: beide overheden zijn wel degelijk belanghebbenden als er sprake is van geothermielocaties in huidige en toekomstige drinkwaterwingebieden.
Zowel het ministerie als twee van de vier bedrijven (Wayland, Jaeger) gingen daartegen in hoger beroep. Zij betoogden dat een opsporingsvergunning nog niet betekent dat er daadwerkelijk geboord mag gaan worden. Zo’n vergunning heeft slechts een ‘marktordenend’ karakter.
Eerste stap
Daar gaat de Raad van State niet in mee. Net als de rechtbank eerder, en de beide bezwaarmakers, oordeelt hij dat een opsporingsvergunning wel de eerste stap is in de richting van mijnbouwactiviteiten die voor drinkwaterwinning niet zonder risico zijn, en daarom zijn zowel Dunea als de provincie belanghebbende.
Inhoudelijk echter geeft de hoogste rechter hen geen gelijk. Dan gaat het om de vraag of in huidige en toekomstige waterwingebieden wel opsporingsvergunningen verleend mogen worden. Het ministerie meent van wel, Dunea en de provincie vinden van niet.
Volgens het ministerie liggen de aardlagen waaruit aardwarmte kan worden gewonnen veel dieper dan de lagen waaruit drinkwater wordt gehaald. Daardoor kan er vanuit een niet beschermd gebied mogelijk schuin worden geboord. Dat zal dan bij een eventuele startvergunning alsnog moeten blijken, aldus de rechter.
Principieel punt
Toch verklaart het drinkwaterbedrijf op de website "tevreden" te zijn met de uitspraak. "De Raad van State bevestigt expliciet dat Dunea al bij de verlening van een opsporingsvergunning rechtstreeks in haar belangen kan worden geraakt, omdat die vergunning onderdeel is van besluitvorming die uiteindelijk kan leiden tot aardwarmtewinning met mogelijke gevolgen voor de drinkwatervoorziening. Een belangrijk principieel punt voor Dunea: de erkenning dat onze drinkwaterbelangen al in een vroeg stadium van het vergunningsproces rechtsbescherming verdienen."