De kogel is door de kerk: de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement hebben dinsdag een voorlopig akkoord bereikt over wijziging van de Kaderrichtlijn Water (KRW), Grondwaterrichtlijn en Richtlijn milieukwaliteitsnormen. Het wetsvoorstel omvat uitbreiding van prioritaire stoffenlijsten en aanscherping van milieukwaliteitsnormen, maar ook uitstel van deadlines voor het behalen van een goede toestand van grond- en oppervlaktewaterlichamen.
De langverwachte wijziging van deze richtlijnen is het resultaat van een onderhandelingsproces dat loopt sinds de Europese Commissie in oktober 2022 een voorstel aannam voor een herziene lijst van verontreinigende stoffen in grond- en oppervlaktewater.
“De overeenkomst zorgt ervoor dat het Europese waterrecht gelijke tred houdt met de wetenschap en opkomende verontreinigende stoffen”, aldus Magnus Heunicke, voorzitter van de Raad en Deens minister van milieuzaken. De Raad en het Parlement beschouwen de wetswijziging als een belangrijke bijdrage aan de Europese Green Deal en het Zero Pollution Action Plan.
Het wetsvoorstel komt tegemoet aan de wettelijke verplichting die de EU zich heeft opgelegd om lijsten van prioritaire stoffen van de KRW en de Grondwaterrichtlijn en Richtlijn milieukwaliteitsnormen (twee ‘dochterrichtlijnen’ van de KRW) regelmatig (eigenlijk iedere 6 jaar) te herzien. De richtlijnen zijn voor het laatst gewijzigd in respectievelijk 2014, 2014 en 2013. Dat de stoffenlijsten van deze richtlijnen aan een update toe waren vloeide voort uit een ‘KRW fitness check’ die de Europese Commissie in 2019 uitvoerde.
Updates van stoffenlijsten
In het voorstel is overeengekomen om een aantal nieuwe stoffen, waarover brede wetenschappelijke consensus bestaat dat deze schadelijk zijn voor mens en milieu, toe te voegen aan de prioritaire stoffenlijsten van genoemde richtlijnen. Behalve de aanwijzing van die stoffen als prioritaire stof gaat het ook om vastlegging dan wel wijziging van daarbij horende milieukwaliteitsnormen.
Het gaat om onder andere:
- Een aantal pesticiden en afbraakproducten van pesticiden. Dit omvat onder andere glyfosaat. Ook wordt voor oppervlaktewateren een nieuwe somnorm van 0.2 microgram per liter voor een bepaalde set pesticiden geïntroduceerd. Dit betreft stoffen waarvan sommigen al aangewezen zijn als prioritaire stoffen.
- Een aantal geneesmiddelen, waaronder pijnstillers, ontstekingsremmers en antibiotica;
- Een selectie van in totaal 25 per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS), waaronder ook trifluorazijnzuur (TFA), een stof die zelf een PFAS maar ook een veel voorkomend afbraakproduct is van andere PFAS, voorkomend in onder andere pesticiden en koelmiddelen. Omdat grondwater voor veel lidstaten een voorname bron van drinkwater vormt, zullen de kwaliteitsnormen voor PFAS in grondwater in overeenstemming worden gebracht met die uit de Drinkwaterrichtlijn, waarin kwaliteitsnormen voor 24 PFAS zijn vastgelegd.
- Bisfenol A (ook wel BPA), een stof die veel voorkomt in plastichoudende producten zoals bouwmaterialen, elektronica, verpakkingen voor levensmiddelen, implantaten, infuusapparatuur, speelgoed, verf en lijmen.
Ook worden de milieukwaliteitsnormen aangescherpt van enkele stoffen die al op de prioritaire stoffenlijsten van genoemde richtlijnen staan. Voorts worden zes stoffen, die over de breedte van de EU niet langer een significant risico vormen, naar de lijsten van zogeheten verontreinigende stoffen van nationaal belang verplaatst. Dit betreft onder andere atrazine, een herbicide.
Rapportageverplichtingen
Lidstaten zullen frequenter moeten rapporteren over de toestand van waterlichamen, en termijnen voor verschillende rapportageverplichtingen worden met elkaar in lijn gebracht. Lidstaten zullen worden verplicht om:
- elke 3 jaar te rapporteren over ecologische kwaliteitsgegevens over de toestand van aquatische ecosystemen in oppervlaktewateren;
- elke 2 jaar te rapporteren over chemische kwaliteitsgegevens voor oppervlakte- en grondwaterlichamen (of jaarlijks, op vrijwillige basis);
- en elke 6 jaar te rapporteren over de algehele toestand van waterlichamen. Dit blijft onveranderd, zodat deze cyclus blijft aansluiten op de cycli van stroomgebiedsbeheerplannen (welke een verplichting zijn die voortvloeit uit de KRW).
Ook bevat het wetsvoorstel nieuwe regels die grensoverstijgende samenwerking moeten verbeteren, zoals een verplichting tot het waarschuwen van stroomafwaarts gelegen stroomgebieden na incidenten.
Effectgerichte monitoring
Voor een duidelijker en sneller beeld van cumulatieve effecten van mengsels van stoffen op organismen en ecosystemen, zullen regels over effectgerichte monitoringsmethoden worden toegevoegd. Voor bepaalde hormoonverstorende stoffen zal een vorm van effectgerichte monitoring verplicht worden.
Om lidstaten te ondersteunen bij het monitoren van het toegenomen aantal prioritaire stoffen en het ontwikkelen van nieuwe monitoringsmethoden, is voorgenomen een nieuwe, gezamenlijke monitoringsfaciliteit op te zetten. De Europese Commissie zal de opties voor de oprichting en financiering hiervan onderzoeken. Deze faciliteit moet toegankelijk worden voor alle lidstaten. Het gebruik ervan zal niet worden verplicht.
Verslechtering van waterlichamen
Ook is de definitie van verslechtering van de toestand van waterlichamen verduidelijkt. De KRW verbiedt de verslechtering van de chemische en ecologische toestand van waterlichamen, maar bevatte slechts een globale definitie van dit begrip. In de loop der jaren is het begrip verduidelijkt door jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie. In voorliggend wetsvoorstel is een begripsbepaling opgenomen die aansluit bij deze jurisprudentie.
Twee extra vrijstellingen voor het verbod op verslechtering van waterlichamen worden ingevoerd: één voor kortdurende tijdelijke verslechtering en één voor gevallen waarin verontreinigingen worden verplaatst zonder de totale hoeveelheid ervan in een waterlichaam te verhogen. Deze situaties zullen niet als achteruitgang worden aangemerkt, zolang ze niet leiden tot een (absolute, blijvende) toename van verontreiniging. Op drinkwaterrelevante locaties zullen specifieke waarborgen gelden.
Nieuwe deadlines
Lidstaten krijgen tot 2039 de tijd om aan ‘de nieuwe normen voor oppervlakte- en grondwaterlichamen’ te voldoen. Nadere details hierover bevat het persbericht van de EU nog niet, maar afgaand op het onderhandelingsmandaat wordt naar alle waarschijnlijkheid gedoeld op het bereiken van een goede toestand voor grond- en oppervlaktewaterlichamen ten aanzien van nieuwe en herziene normen, en staat dit los van bestaande deadlines tot 2027.
In bepaalde gevallen zal onder strikte voorwaarden de mogelijkheid tot uitstel tot 2045 worden geboden. Voor bepaalde stoffen waar strengere normen voor gelden, zal voor oppervlaktewateren uiterlijk in 2033 een goede chemische toestand moeten worden bereikt.
Deze deadlines leidden al tot kritiek van onder andere het European Environmental Bureau, Pesticide Action Network Europe en het WWF.
One out, all out
Of het zogeheten ‘one out, all out’ beginsel gehandhaafd blijft, vermeldt het persbericht van de Europese Raad niet. Eerder berichtte de Raad in het kader van dit amendement nog dat de lidstaten overeengekomen waren ‘dat de Commissie indicatoren op EU-niveau zal vastleggen om de vooruitgang op uniforme wijze te meten, ook in situaties waarin niet alle kwaliteitsnormen goed zijn’. Dit omdat er consensus bestond dat het ‘one out, all out’-criterium het ‘moeilijk maakt om algemene vooruitgang te kunnen aantonen’. Van eventuele wijzigingen op dit gebied wordt nog geen melding gemaakt.
Vervolgstappen
Het besluit zal voor formele goedkeuring aan het Parlement en de Raad worden voorgelegd, waarna de ontwerprichtlijn in het Publicatieblad van de Europese Unie kan worden gepubliceerd. Vervolgens zal de richtlijn 20 dagen na publicatie in werking treden, en zullen alle lidstaten de wetswijzigingen vóór 22 december 2027 in nationaal recht moeten omzetten.
Ook zullen lidstaten de wetswijzigingen moeten meenemen in de voorbereiding van nieuwe stroomgebiedsbeheerplannen, voor de planperiode 2028-2033. Deze plannen moeten eind 2027 klaar zijn. Daarmee blijft 2027 in elk geval een veel bepalend moment voor het vastleggen van ambitieniveaus en daarmee de toestand van Europese waterlichamen.
LEES OOK
H2O Actueel: Nederlandse watersector dringt aan op krachtiger Europees chemisch stoffenbeleid