De kaarten worden steeds gunstiger voor de toepassing van aquathermie in warmtenetten. Dat komt onder meer door een nieuwe wet en een versnellingsprogramma van de waterschappen. Gaat de samenleving het ‘goed verborgen pareltje’ breed omarmen?
Geschreven door Hans Klip
“Waterschappen hebben echt een sleutelrol bij de ontwikkeling van aquathermie. Het wordt nu tijd om de sleutel in het slot te steken en daadwerkelijk om te draaien.” Met deze boodschap komt vicevoorzitter Sander Mager van de Unie van Waterschappen.
Zijn collega-bestuurder Erik den Hertog en Joep van Doornik, beleidsadviseur energie en klimaat, wijzen in samenspraak op een groot voordeel van de warmtebron. “Bij een aquathermieproject komt er geen roet meer uit de schoorsteen, maar heb je lekker duurzame warmte. Witte in plaats van zwarte rook dus.”
Beproefde techniekAquathermie is de verzamelnaam van thermische energie uit afvalwater (TEA), uit oppervlaktewater (TEO) en uit drinkwater (TED). Hiermee worden warmte en koude uit de omgeving benut om in ieder jaargetijde woningen en gebouwen op een aangename temperatuur te houden. Het gaat om een beproefde techniek. Toch was er om andere redenen zoals kosten en onbekendheid lange tijd weinig interesse voor aquathermieprojecten.
‘Gemeenten hebben de sleutelrol, niet de drinkwaterbedrijven’
Dit veranderde door het Nederlands Klimaatakkoord uit 2019, vertelt Mager. “Aquathermie is toen nadrukkelijk in beeld gekomen als duurzame warmtebron voor de warmtetransitie, om van het gas los te komen.” Voor de waterschappen is het van groot belang dat deze transitie slaagt, benadrukt Mager. “De klimaatverandering raakt ons vaak rechtstreeks in onze taken en maakt de wateropgave veel groter, dus het is belangrijk om de klimaatverandering zoveel mogelijk tegen te gaan.”
PotentieDe potentie van TEO wordt het hoogst ingeschat. De mogelijke bijdragen van TEA vanuit de ruim 300 rioolwaterzuiveringen en TED in de drinkwatersector zijn kleiner maar nog altijd substantieel. Van Doornik: “Wij zouden met aquathermie half Nederland kunnen verwarmen en verkoelen.”
Alleen is aandacht hiervoor niet vanzelfsprekend, stelt Den Hertog. “Ik zie aquathermie als een goed verborgen pareltje. Als je naar het hele energiesysteem kijkt, is het een haalbare en relatief betaalbare oplossing om af te stappen van fossiele brandstoffen. Het lastige is dat je de concurrentie aangaat met al sterk geoptimaliseerde systemen.”
SpeelveldHet speelveld voor waterschappen, gemeenten en andere publieke partijen wordt de komende tijd anders. De Wet collectieve warmte (Wcw) – opvolger van de Warmtewet – haalde in december 2025 de eindstreep van het wetgevingstraject door de aanname in de Eerste Kamer. Mager: “Door de nieuwe wet verwachten we een versnelling in de warmtetransitie en daarmee meer aanvragen voor aquathermie. Het gaat om de S van snelheid, de S van schaal en de S van standaardisatie. De regering wil publieke warmtebedrijven stimuleren.”
Aquathermie is natuurlijk alleen de bron, zegt Van Doornik. “Die kunnen we goed ontsluiten voor projecten van gemeenten en warmtebedrijven. De warmte moet echter ook worden getransporteerd. Daarin zit de grootste uitdaging bij het rendabel krijgen van Nederlandse warmtenetten. Vandaar de terughoudendheid die er nog altijd is.”
RolkeuzeVraag is: welke rollen kunnen waterschappen vervullen in het licht van de Wcw? Volgens een memo die nu op bestuurlijk niveau binnen de Unie wordt besproken, kunnen waterschappen op vier manieren bijdragen aan aquathermie. Er is een keuze tussen wettelijk minimum (met name vergunningverlening), proactieve kennis- en ontwikkelpartner, investeerder en eigenaar van aquathermieprojecten, en minderheidsaandeelhouder in een publiek warmtebedrijf.
Mager licht toe: “Als we willen dat aquathermie echt volwassen wordt, moeten waterschappen een duidelijke rolkeuze maken. Of per waterschap of gezamenlijk. Dan ben je herkenbaar voor partners.”
In de praktijk beperken veel waterschappen zich nu nog voornamelijk tot het wettelijk minimum, al groeit het aantal dat verder wil gaan. Het ligt niet alleen aan uiteenlopende ambities, reageert Den Hertog. “Ook gaat het om de mogelijkheden die er bij een waterschap zijn om aquathermie toe te passen.”
Versnelling
De waterschappen waren de voorbije jaren betrokken bij ruim 110 afgeronde aquathermieprojecten (met soms duizenden aangesloten woningen), terwijl er nog eens 140 in ontwikkeling zijn. Het doel is dat tegen 2030 zo’n 200.000 woningen op deze manier aardgasvrij zijn. Dat gaat volgens Den Hertog lukken. “Het is een heel concreet perspectief, zeker gezien het aantal woningen dat moet worden gebouwd en verduurzaamd.”
‘Wij zouden met aquathermie half Nederland kunnen verwarmen en verkoelen’
Dit is mede te danken aan het versnellingsprogramma van de waterschappen in samenwerking met Rijkswaterstaat, dat financieel wordt ondersteund door het Rijk. Het programma heeft een looptijd van drie jaar en eindigt dit jaar. “Hierin delen we kennis en kunde en brengen we concrete projecten vooruit”, zegt Van Doornik. “Een waterbeheerder hoeft niet elke keer alles zelf te ontwikkelen.”
Het versnellingsprogramma heeft diverse producten opgeleverd, zoals recent een vernieuwde handreiking samen met het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie. Van Doornik: “Van groot belang is dat we bezig zijn om de vergunningverlening voor projecten te verbeteren. We gaan van versie 2.0 naar 3.0.”
Rustige groeiHoe gaat het momenteel met TED? Best goed, is het antwoord van senior onderzoeker Andreas Moerman van onderzoeksinstituut KWR. Nederland en Vlaanderen werken nauw samen. Er zijn nu 10 projecten in eigen land en 5 bij de zuiderburen gerealiseerd. Daarnaast zijn er nog enkele nieuwe initiatieven.
Het bekendste project met thermische energie uit drinkwater is in Culemborg. “Hier krijgen zo’n 200 woningen en een aantal utiliteitsgebouwen al meer dan 20 jaar betrouwbaar warmte. De warmte wordt gehaald uit het drinkwaterreservoir.”
Het aantal TED-projecten groeit rustig door, aldus Moerman. “Gemeenten hebben de sleutelrol, niet de drinkwaterbedrijven. Er zijn twee mogelijke scenario’s voor de toekomst. Of de status quo blijft min of meer gehandhaafd, waardoor we gewoon voorthobbelen. Of het publieke eigendom van warmtenetten neemt een vlucht. Dan pakken gemeenten hun rol op en zullen ze vaker aan de deur kloppen bij de drinkwaterbedrijven.”
‘Ik zie aquathermie als een goed verborgen pareltje’
De meeste drinkwaterbedrijven zijn bereid om mee te werken aan aquathermieprojecten, zegt Moerman. “Zij willen vanuit maatschappelijke overwegingen de bron ter beschikking stellen.” Dunea loopt op het ogenblik voorop. “Dit bedrijf is echt proactief. Verder hebben enkele waterbedrijven een dochterbedrijf voor TED dat ook actiever op de markt is.”
PraktijkcodeMoerman heeft goed nieuws: uit het onderzoek van de laatste 10 jaar blijkt dat er in verband met de microbiologische waterkwaliteit veel meer mogelijk is dan eerder gedacht. “Bijvoorbeeld een hoger temperatuurverschil van de warmtewisselaar.” Wat betreft praktijkonderzoek zijn er geen witte vlekken meer. “Eind 2026 ligt er een Praktijkcode Drinkwater TED; het is dan vooral een kwestie van doen. Dat leidt vanzelf weer tot nieuwe onderzoeksvragen.”
Thermische energie uit drinkwater zou in 2030 kunnen voorzien in 3 tot 6 procent van de totale Nederlandse warmtevraag, is berekend. Het geeft een idee, merkt Moerman op. “Ik denk dat er meer kan als we slimmer omgaan met de vraag naar warmte en koude.” Nederland is volgens Moerman koploper bij TED. “Zeker in Europa en mogelijk ook wereldwijd.”
Ervaringen bij HDSR: ‘Onze rol is aanjager plus’
Medewerking aan het grootste TEO-project en eerder al aan de grootste warmtepomp voor TEA van ons land. Daarmee laat Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) zien serieus werk te maken van aquathermie. Hoogheemraad Anjo Travaille en Michiel Anten (aanjager aquathermie) geven een toelichting.
Het hoogheemraadschap heeft een duidelijke ambitie bij de energietransitie en als onderdeel daarvan de warmtetransitie. “Wij vinden dat we daarin een verantwoordelijkheid hebben en willen die ook pakken”, zegt Anjo Travaille.
HDSR opereert in een tamelijk verstedelijkte omgeving (Utrecht en omliggende gemeenten) met weinig mogelijkheden voor geothermie en restwarmte uit industrie. TEA en TEO zijn volgens de hoogheemraad goede alternatieven voor warmtewinning. “De potentie is vrij groot in ons werkgebied. Die proberen we maximaal te benutten.”
Verder gaanHDSR wil in ieder geval faciliteren en aanjagen en stelt ook menskracht en middelen beschikbaar voor onderzoeken en participatietrajecten. Travaille: “We noemen onze rol ‘aanjager plus’. Wij staan ervoor open om nog iets verder te gaan waar dat zinvol is, bijvoorbeeld met een investering. Ik denk dat we het komende jaar bestuurlijk een keuze zullen maken in wat voor soort projecten we misschien meer risicodragend willen deelnemen.”
Bij de twee meest opvallende projecten hoefde dat nog niet. In 2024 is de grootste warmtepomp van Nederland in gebruik genomen op het terrein van rioolwaterzuivering Utrecht. Met het TEA-project worden 20.000 huishoudens van warmte voorzien. De pomp is eigendom van Eneco. “Het is een mooi voorbeeld van faciliteren”, zegt Michiel Anten.
MerwedekanaalMomenteel loopt het TEO-project Merwedekanaal, het grootste van zijn soort in Nederland. Er zullen 6.000 nieuwe woningen in de Utrechtse stadswijk Merwede worden verwarmd en gekoeld. De planning is dat de eerste woningen in 2027 worden opgeleverd. Travaille: “Het is in alle opzichten een ambitieus nieuwbouwproject. Zeker qua duurzaamheid met deze vorm van warmtevoorziening.”
De TEO-installatie wordt door Essent geëxploiteerd. HDSR had de rol van vergunningverlener, vertelt Anten. “Dat gebeurde mede namens Rijkswaterstaat, terwijl de gemeente Utrecht de vergunning aanvroeg.”
De procedure duurde 2,5 jaar. Anten licht toe waarom: “Het antwoord op de belangrijkste vraag, de gevolgen van de TEO-installatie voor de ecologische waterkwaliteit, was niet zo simpel. Vanwege de projectgrootte waren heel wat zaken nog niet goed bekend. Het was eigenlijk pionieren. Al die tijd zagen gemeente, Rijkswaterstaat en HDSR het belang in van het slagen van dit project.”
PionierenHDSR is op het ogenblik samen met Rijkswaterstaat betrokken bij het monitoringsprogramma van de effecten van de TEO-installatie. Dat gaat vier jaar duren, zegt Anten. “Aan de ene kant bekijken we of de effecten uitpakken zoals gedacht, aan de andere kant willen we er ook van leren.”
Het afkoelen kan positief en negatief uitwerken, legt Anten uit. In de zomer is iets minder warm oppervlaktewater in het algemeen niet verkeerd voor het aquatische dieren- en plantenleven, maar bijvoorbeeld in het voorjaar kan een koude lozing in het water juist schadelijk zijn. “We hebben in de vergunning vastgelegd dat tussen maart en mei slechts beperkt warmte mag worden onttrokken aan het kanaal, zodat water minder sterk afkoelt.”
Een nog kritiekere factor is het filteren van het onttrokken water. Als dat water terugstroomt in het Merwedekanaal, is het helemaal vrij van leven. “Daarom is afgesproken dat de gemeente op een aantal plekken extra ecologische inrichtingsmaatregelen neemt, zoals onderwaterbossen en natuurvriendelijke oevers.”
Door een fout is helaas een deel van het artikel in het magazine weggevalllen. Het hele artikel is hier op de site wel weergegeven.