Ga naar inhoud

Geen stroom, geen water, geen vis

Door Tim Koorn
Geen stroom, geen water, geen vis
Foto Envato
Gepubliceerd:

In Noordelijk Flevoland zijn de kaarten geschud: nieuwe bedrijven zullen hun watervoorziening in elk geval de komende tien jaar zelf moeten regelen. Drinkwaterbedrijf Vitens kan niet meer water leveren dan het al doet en ook de afvalwaterzuivering zit aan haar taks. Maar hoe zit het dan met die leveringsplicht?


 Geschreven door Pauline van Kempen


De Provincie Flevoland spreekt van “een nieuwe werkelijkheid”. Medio februari werd duidelijk dat er op korte termijn geen extra water via het Vitens-netwerk beschikbaar komt, een optie die eerst nog wel onderzocht werd. “Dat betekent dat bedrijven zelf verantwoordelijk worden voor mogelijke oplossingen binnen hun watergebruik”, aldus het bericht dat de provincie naar buiten bracht. 

Het was de teleurstellende tussenstand van het ‘gebiedsproces’, waarin de provincie samen met drinkwaterbedrijf Vitens, Waterschap Zuiderzeeland en de gemeenten Urk en Noordoostpolder werken aan een toekomstbestendig watersysteem voor Noordelijk Flevoland. Al vanaf 2018 waarschuwde Vitens dat de watervoorraad niet oneindig is, in 2023 werden de eerste grote zakelijke klanten geweigerd. 

‘Ik zou weleens willen weten wat de rechter vindt’

Ook elders in Nederland schiet de drinkwatercapaciteit tekort, als gevolg van droogte, bevolkingsgroei en toenemende bedrijvigheid. Behalve in Flevoland zijn er al ‘knelpunten’ in Groningen, Friesland, Overijssel, Gelderland, Utrecht en Zuid-Holland, rapporteerde het RIVM in 2023. En als er niets gebeurt, zal dat rond 2030 in het hele land het geval zijn. 

Wat de situatie in Noordelijk Flevoland bijzonder maakt, is dat het drinkwater hier uit een andere provincie moet komen. In Zuidelijk en Oostelijk Flevoland wordt diep grondwater gewonnen, maar in het oudste deel van de polder was onvoldoende zoet grondwater beschikbaar. Daarom is er destijds voor gekozen om leidingen aan te leggen naar de winning in het Overijsselse Sint Jansklooster.  

“En die bron zit aan zijn limiet”, weet programmamanager Rein Brands van de Bedrijvenkring Urk (BKU). “Dan denk je: we zitten hier aan het IJsselmeer, het grootste zoetwatermeer van West-Europa, we gaan met oppervlaktewater aan de slag. Maar zo makkelijk is dat niet.”

Geen stroom, geen water
Vooral voor Urk heeft het watertekort veel impact. De gemeente wil met Port of Urk, een nieuw bedrijventerrein van 100 hectare, de visverwerkende en maritieme industrie een flinke boost geven. Maar tot nu toe laten de bedrijven het afweten. “Het begon met de netcongestie”, vertelt Brands. “En toen meldde Vitens dat ze alleen nog kleine aansluitingen leveren. Geen stroom, geen water, dan kun je niets.”

Brands neemt namens de BKU en de Vereniging van Visgroothandelaren en Verwerkers Urk (VVU) deel aan het gebiedsproces. Dat moet voor de lange termijn, tussen de tien en twintig jaar, een toekomstbestendig watersysteem opleveren. Het gaat dan om zowel de levering van drinkwater als de verwerking van afvalwater, want ook de zuivering in Tollebeek heeft zijn grens bereikt.

Daarnaast moet er voor de korte termijn, dat is de komende tien jaar, extra water beschikbaar komen, zodat de bouw van nieuwe woningen en de bedrijvigheid niet belemmerd worden. De voorkeursvariant – Vitens levert zelf extra drinkwater – is de afgelopen periode uitgebreid onderzocht, maar blijkt dus niet haalbaar. En dat betekent dat bedrijven zelf iets moeten regelen. 

Wel beloofden de overheden hen te ondersteunen en samen aan oplossingen te gaan werken. Nog voor de zomer moet er een concreet plan liggen. Op dit moment wil de provincie, die het gebiedsproces leidt, daar niet op vooruitlopen. Waterschap Zuiderzeeland en Vitens verwijzen op hun beurt naar de provincie. 

Het was juist de provincie die in eerste instantie terughoudend was in het erkennen van het knelpunt van de drinkwatervoorziening, aangezien aansluitingen van huishoudens geen gevaar liepen, zo constateert de Randstedelijke Rekenkamer in het recente rapport ‘Water gewogen’. “Zij hield hierbij alleen rekening met de wettelijke taak van Vitens, namelijk het leveren van drinkwater aan huishoudens, en niet met de watervraag van het bedrijfsleven.”

Stroeve samenwerking
De Rekenkamer onderzocht in hoeverre de provincies Flevoland, Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland waterbelangen meewegen in de ruimtelijke ordening en gebruikte het drinkwatertekort in Flevoland daarbij als casus. Door de stellingname van de provincie verliep de gezamenlijke aanpak van het watervraagstuk volgens de onderzoekers aanvankelijk stroef. Pas begin 2025 werd het contact met Vitens hervat. 

Ook de samenwerking en afstemming met de Provincie Overijssel ging niet van een leien dakje. Overijssel is verantwoordelijk voor de vergunningen en het drinkwater in de eigen provincie, maar bedient daarmee Flevolandse belangen, aldus het rapport. In de drinkwaterstrategie van Overijssel staat zelfs dat de provincie de ‘interprovinciale levering richting Flevoland’ op termijn wil heroverwegen.

‘Dan denk je: we zitten hier aan het IJsselmeer. Maar zo makkelijk is dat niet’

Dat maakt de situatie in de Noordoostpolder extra ingewikkeld, erkent Roy Tummers, directeur water bij VEMW, de belangenbehartiger voor zakelijke afnemers van energie en water. “Maar het probleem speelt op meer plekken. Daar zullen we met z’n allen iets aan moeten doen - dat proberen wij ook in Den Haag onder de aandacht te brengen.”

Een van de obstakels is volgens Tummers de uitleg van de leveringsplicht van de drinkwaterbedrijven in de Drinkwaterwet. Die geldt volgens de wet voor “degene die daarom verzoekt”. Tummers: “Dat zijn dus huishoudens én bedrijven, althans zo is het altijd uitgelegd. Maar sinds een onderzoek van de Universiteit Utrecht in 2023 wordt daar door sommigen anders over gedacht. Ik zou weleens willen weten wat de rechter vindt.” 

Ook Vewin, de vereniging van drinkwaterbedrijven, maakt zich zorgen over de gevolgen van die veranderende interpretatie van de leveringsplicht, en daarmee samenhangend de zorgplicht van overheden. “Die leidt volgens ons tot risico’s voor het zekerstellen van de drinkwatervoorziening”, zegt woordvoerder Noortje van Zijl. “En voor de instandhouding van de drinkwaterinfrastructuur en het regionale ondernemingsklimaat.”

Eigen waterfabriek
Samen met werkgeversvereniging VNO-NCW werken VEMW en Vewin daarom aan een voorstel om te bepalen voor welke zakelijke klanten water van drinkwaterkwaliteit noodzakelijk is en voor welke niet. Tot die eerste categorie behoren in elk geval de farmaceutische en de levensmiddelenindustrie. Tummers: “De minister heeft toegezegd de wet op dit punt te willen verduidelijken. Wij zouden graag zien dat hij dit met meer urgentie oppakt.”

Het uitgangspunt blijft wat hem betreft dat de tien drinkwaterbedrijven in Nederland het water van drinkwaterkwaliteit leveren. “Waarom zou je dat decentraliseren? Dat is een zeer ondoelmatige oplossing. Het probleem is niet in de eerste plaats het watertekort; op veel momenten is er genoeg water. Het probleem is vooral dat er geen ruimte meer zit in de winvergunning. Dat ligt bij de provincies, die kunnen op plekken waar dat verantwoord is veel sneller vergunnen.”

Toch gaat het volgens de VEMW-directeur niet aan om alleen naar de overheid wijzen. “Bedrijven moeten zelf ook nagaan of ze wel drinkwater nodig hebben of bijvoorbeeld hun eigen proceswater kunnen hergebruiken. En of ze hun drinkwatergebruik kunnen terugdringen. Ook al is dat nu nog geen wettelijke verplichting, je kunt het je in 2026 niet meer veroorloven om niets te doen.”

De visverwerkende bedrijven op Urk kijken daar ook naar, verzekert Brands van de BKU. “Maar de oplossing moet van twee kanten komen. Als sector moeten we versneld aan de slag met innovatie, optimalisatie van processen en besparing en hergebruik, maar we hebben ook meer water nodig. We gebruiken nu 1 miljoen kuub water per jaar, om verder te groeien zullen we naar 2 miljoen kuub toe moeten. Door de inzet van circulair water daalt die behoefte natuurlijk wel wat, maar voor voedselproductieprocessen stuiten we dan op problemen met de wet- en regelgeving.” 

De enige concrete oplossing lijkt daarom nu een eigen waterfabriek, die het IJsselmeerwater kan opwaarderen tot drinkwater. “We gaan de businesscase laten doorrekenen”, zegt Brands. “De fabriek moet volledig circulair worden om de kosten enigszins beheersbaar te houden. En we hebben een eigen netwerk nodig, want Vitens staat niet toe dat het water door hun leidingen gaat. Het is een verrekt lastig dossier, maar dit jaar moet er wel wat gebeuren.”

Tags: Vakartikelen

Meer in Vakartikelen

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners