Volgens de Wereldbank kampt de watersector wereldwijd met een investeringstekort van 150 miljard dollar per jaar. Private financiering kan uitkomst bieden om deze kloof te helpen dichten, maar private investeringsfondsen die zich in de watersector gespecialiseerd hebben zijn in Europa dun gezaaid. Henk Nieboer, voormalig directeur van Witteveen+Bos, wil volgend jaar samen met compagnon Thomas Peutz een nieuw investeringsfonds voor startups lanceren, genaamd Aquius. Het investeringsmodel (belegging van privaat vermogen in aandelen) is klassiek, de watersectorbrede waaier aan investeringsdoelen nieuw.
door Marianne Lankelma
Na 32 jaar als waterbouwkundig ingenieur voor Witteveen+Bos te hebben gewerkt, waarvan 11 jaar als directeur, werkte Nieboer in recente jaren als directeur van het innovatieprogramma Building With Nature en als interim directeur van het Netherlands Water Partnership. In de tussentijd richtte hij samen met Thomas Peutz het bedrijf Aquius op, gericht op het versnellen en financieren van innovatieve watertechnologie. Peutz is adviseur voor private investeringen. Volgend jaar moet het nieuwe fonds voor belegging van privaat vermogen in de watersector operationeel zijn.
Waarom een nieuw privaat waterinvesteringsfonds?
“Er is in Nederland te weinig risicodragend investeringsgeld voor de watersector. Private investeringsfondsen die zich specifiek op de watersector richten zijn hier dun gezaaid. Startups die geen financiering kunnen vinden, vallen daardoor al snel in buitenlandse handen. Dat is jammer, want vanuit verschillende invalshoeken wordt juist goed voorgesorteerd op het lanceren van innovatieve bedrijven. En het is natuurlijk zonde als je er aan de voorkant alles aan gedaan hebt om iets een succes te laten worden, maar dat het in buitenlandse handen valt zodra er geld aan verdiend kan worden.”
“In Noord-West Europa zijn honderden venture capital fondsen, maar slechts een stuk of vijf daarvan zijn gericht op de watersector. Er zijn weliswaar meer fondsen die naast andere sectoren mede in de watersector investeren, maar puur in water gespecialiseerde private fondsen zijn op één hand te tellen.”
Welke initiatieven wilt u met het nieuwe fonds gaan ondersteunen?
“We hebben ons laten inspireren door de Global Commission on the Economics of Water, onder voorzitterschap van Henk Ovink. Zij pleiten voor een missiegedreven aanpak, gebaseerd op de denkwijze van Mariana Mazzucato [hoogleraar Innovatie-Economie en Publieke Waarde aan het University College London en oprichter en directeur van het UCL Institute for Innovation and Public Purpose, red.]. Gebaseerd op deze aanpak willen wij ons richten op vijf missies: hergebruik, efficiency en waterkwaliteit; nature-based solutions; het grensvlak van water en energie, zoals golfenergie; toegang tot water; en water resilience, oftewel klimaatadaptatie. Deze scope is breder dan die van bestaande private waterinvesteringsfondsen, die vaak gericht zijn op technologie voor waterzuivering.”
“We willen ongeveer 50 miljoen bij elkaar gaan brengen, om in zo’n 15 tot 25 bedrijven te investeren. Dit moeten startups zijn die al enige markttractie hebben en wiens technologie ontwikkeld is tot een technology readiness level van level 7 of hoger [op een schaal van 1 tot 9, red.].”
Hoe spreidt en beperkt een privaat waterinvesteringsfonds zijn risico’s?
“Risico’s spreiden doen we door ons te richten op zo’n breed aantal waterthema’s: niet alles inzetten op waterzuivering, of alles op klimaatadaptatie. Ook de breedte van het fonds, die 15 tot 25 bedrijven, is een vorm van risicomitigatie. Om te zorgen dat deze bedrijven zich zo goed mogelijk ontwikkelen gaan we niet alleen financiering maar ook ondersteuning aanbieden, op het gebied van bijvoorbeeld leiderschap, strategie, sales, marketing, of hoe je je het beste kan bewegen in bepaalde markten.”
“Risico’s beperken gaat natuurlijk ook over de vraag: geloven we erin? Kan de technologie een markt van enige omvang gaan bereiken en is de markt eraan toe om het te kopen? Is het intellectueel eigendom goed beschermd? Stel dat je bijvoorbeeld geen patenten hebt, of een simpel te kopiëren concept, dan liggen er copycats op de loer zodra je succes hebt. Ook de kwaliteit van het management weegt voor ons mee. Het bedrijf moet gerund worden door een team dat divers is qua competenties. Niet alleen inhoudelijk moet het stevig in elkaar zitten; ook de sales, boekhouding en naleving van wet- en regelgeving moeten goed lopen.”
Ik was altijd een enorme believer van nature-based solutions. Op gegeven moment ging ik als een soort apostel de wereld over om het nature-based evangelie te verkondigen
Hoe kan een private investeerder rendement halen uit nature-based solutions?
“Ik was altijd een enorme believer van nature-based solutions. Op gegeven moment ging ik als een soort apostel de wereld over om het nature-based evangelie te verkondigen. En dan vertelde ik: je lost niet alleen je centrale probleem op, je krijgt er ook nog allemaal nevenvoordelen bij. Je werkt bijvoorbeeld aan kustbescherming, en krijgt er meer biodiversiteit en werkgelegenheid bij cadeau. Bij nature-based solutions wordt vaak zo’n beetje álles er beter van. Toch stuitte ik regelmatig op weerstand in de trant van: ja maar dan moet ík alles betalen, en krijgen anderen de baten.”
Toen viel me ook voor het eerst op hoe moeilijk het was om als civiel ingenieur met de bankenwereld te praten, omdat je een totaal andere taal spreekt
“Het werd toen mijn droom om de code te kraken van innovatieve financiering voor nature-based solutions. Want ook die leveren baten op die je kunt uitdrukken in monetaire waarde. Maar investeerders willen na een aantal jaar hun geld terug. Hoe kun je die gegenereerde waarde terug naar de investeerder brengen? Daar had ik heel graag oplossingen voor willen vinden. In 2019 ben ik daarom met banken in gesprek gegaan over de vraag: onder welke voorwaarden zijn jullie bereid hierin te investeren? Dat leverde toen niets op. Toen viel me ook voor het eerst op hoe moeilijk het was om als civiel ingenieur met de bankenwereld te praten, omdat je een totaal andere taal spreekt. Dan hadden zij het over derisken en dacht ik: waar hebben zij het over?”
“Volledige private financiering van nature-based solutions is nu nog een brug te ver. Daar moeten innovatieve financieringsmodellen voor ontwikkeld worden, waar verschillende economen momenteel aan werken. Met publiek-private cofinanciering kan het wel, maar dat gaan wij niet doen met dit fonds. Wat we wél willen financieren zijn enablers van nature-based solutions, zoals technologie voor het monitoren van biodiversiteit of waterkwaliteit in ecosystemen.”
Ook particulier vermogen zou kunnen: kapitaal van family offices, of van een individu, met een minimuminleg van een ton
Wie kunnen de investeerders zoal zijn?
“De fondsenwerving moet nog beginnen, we hopen daar dit najaar mee van start te kunnen zodra onze licentie rond is. Investeerders kunnen bijvoorbeeld overheidsgerelateerde instanties zijn, die geld beschikbaar hebben voor innovatie maar geen uitvoeringscapaciteit om dat geld zelf weg te zetten. Daarbij kun je denken aan investeringsbanken of landelijke en regionale ontwikkelingsfondsen. Verder kunnen het private fondsen zijn, of bedrijven die moeite hebben om innovatiekracht te ontwikkelen en concurrenten vóór te blijven. Door in startups te investeren hopen ze dan bijvoorbeeld op termijn die innovatie te kunnen toevoegen aan het eigen bedrijfsproces. Maar ook particulier vermogen zou kunnen: kapitaal van family offices, of van een individu, met een minimuminleg van een ton.”
Volgens onderzoek van het InnoFINS-programma van de Universiteit van Antwerpen kunnen strikte Europese Environmental, Social and Governance (ESG) kaders voor het beoordelen van het duurzaam en ethisch handelen van ondernemingen significante invloed hebben op de financieringsbereidheid van de private sector. Wat merkt u daarvan?
“Dit zijn regels zoals de Non-Financial Reporting Directive, Corporate Sustainability Reporting Directive en Sustainability Reporting Standards. Daarvoor moeten bedrijven over heel veel verschillende aspecten rapporteren, al zijn de oorspronkelijke regels alweer behoorlijk afgezwakt. Het streven van dit soort richtlijnen is onder andere ervoor te zorgen dat de totale waarde die een bedrijf verbruikt, niet groter is dan de totale waarde die het creëert. Wanneer die rekensom voor een bedrijf negatief uitvalt, kan het een stukje ‘verbetering kopen’ door te investeren in innovatie met positieve impact. Daardoor kan bijvoorbeeld hun CSRD-rapportage weer positiever uitvallen. Op die manier zal deze regelgeving dus ook juist de investeringsbereidheid vergróten. Daar willen we investeerders mee gaan helpen door ons te profileren als een impactfonds, en een raamwerk te ontwikkelen waarmee wij (en daarmee de investeerders) kunnen laten zien wat ze bijdragen aan het oplossen van diverse waterproblemen.”
Wat zijn de risico\'s van afhankelijkheid van private bronnen?
“Als je aandeelhouders van buiten aantrekt, geef je natuurlijk ook een stukje zeggenschap weg. Aandeelhouders mogen iets van jouw bedrijf gaan vinden. Dat kan best een risico zijn, want je kent ze niet en kan misschien niet altijd helemaal doorzien wie het zijn. Voor startups is het daarom belangrijk om die zeggenschap niet te vroeg weg te geven, wanneer je nog bezig bent met het verwezenlijken van je eigen ambities. Een ander risico is dat als iets volledig in private handen is, het best ingewikkeld kan worden wat betreft sturing op publieke normen en waarden. Een stukje publieke controle over assets of gedrag door gemengde publiek-private financiering kan in sommige gevallen best fijn zijn.”
LEES OOK
H2O Actueel: Marker Wadden: hoe financiële barrières voor natuurherstel werden overwonnen