Al sinds jaar en dag is de humanitaire hulp van het Rode Kruis een rots in de branding wanneer de waterwolf toeslaat. De watersnoodramp van ’53 was de grootste inzet in de geschiedenis van Rode Kruis Nederland ooit, en ook nadien hebben Rode Kruisvrijwilligers vele levens uit de klauwen van het water gered. Hoe goed weet de watersector het Rode Kruis eigenlijk te vinden, en vice versa? We vroegen het aan Suzanne Segaar, Hoofd Nationale Hulp bij het Rode Kruis.
door Marianne Lankelma

Suzanne Segaar“Nationaal weten we elkaar de laatste paar jaar steeds beter te vinden”, aldus Segaar. “Met name sinds de overstromingen in Limburg is daarin echt een beweging op gang gekomen. Internationaal zijn we daar echter al veel verder mee, doordat de urgentie op watergebied in minder ontwikkelde landen groter is. Binnen onze internationale hulpafdeling hebben we een Water, Klimaat en Natuur-team, wat al intensief samenwerkt met de Nederlandse watersector. Nederlandse experts denken bijvoorbeeld mee over het onderzoeken van nature-based solutions om overstromingen te voorkomen in Maleisië, of het trainen van waterbedrijven in Zambia om sneller in te grijpen bij cholera-uitbraken. Ook in Nederland zou een nauwere samenwerking tussen humanitaire organisaties en de watersector kunnen helpen om adviezen beter te laten landen en kwetsbare groepen te bereiken.”
Noodsteunpunten
Momenteel werkt het Rode Kruis daarom aan een pilot, ‘Samen Sterker’, waarbij de ervaring die internationaal is opgedaan, overgeheveld wordt naar Nederland. In deze pilot draait het om het voorbereiden van de samenleving op wateroverlast en overstromingen. “In het bijzonder met aandacht voor mensen in kwetsbare posities, omdat die altijd harder geraakt worden dan de mensen die wat steviger staan en daardoor beter voorbereid zijn. Wij hebben wat makkelijker toegang tot kwetsbare groepen, en er is ook iets meer vertrouwen naar het Rode Kruis toe dan naar overheden. Zodra mensen het Rode Kruis embleem zien, voelen ze: ah, die is neutraal en die komt helpen. Daardoor komen wij maar heel minimaal weerstand tegen. Het Rode Kruis brengt rust.”
Als onderdeel van de pilot is het Rode Kruis samen met de Veiligheidsregio’s en burgers bezig met het testen van noodsteunpunten, waar mensen bij calamiteiten terecht zouden kunnen voor informatie als er bijvoorbeeld geen telecommunicatie mogelijk is. “Je merkt dat dat nu al, tijdens het oefenen, effect heeft op de lokale sociale cohesie. Buurtbewoners wisselen contactgegevens uit, denken samen over iets na en zullen elkaar daardoor beter weten te vinden in een noodsituatie. Door de pilot merken mensen al van: oja, die oude mevrouw woont alleen en is niet zo mobiel, dus als er een overstroming is moeten we haar gaan helpen.”
Beweging versnellen
“De afgelopen jaren is er zeker al veel op gang gekomen in de voorbereiding op waterrisico’s. We zien ook dat mensen steeds vaker naar wateronderwerpen zoeken op onze website. Met het oog op klimaatverandering en de geopolitieke onrust willen we die beweging zelf ook gaan versnellen. Met name in het kader van het risico op stroomuitval vind ik dat wateroverlast nog wel wat steviger op de agenda mag komen.”
In 2024 bleek immers uit onderzoek van het Rode Kruis dat 7 op de 10 Nederlanders niet goed voorbereid is op een overstroming, en dat twee derde van de ruim 1000 ondervraagden de kans (zeer) klein acht dat ze er persoonlijk door zullen worden getroffen. “Mensen denken dat het ze niet zal overkomen. Maar stel dat er nu zoveel regen valt dat je je huis niet meer uit kan, wat doe je dan? Heb je dan een noodpakket hoog en droog liggen? En wat doe je met je kinderen? En je oude moeder of buurman? Dat zijn vragen waar mensen zelf over na zullen moeten denken. Niet alles is oplosbaar door de overheid.”
Mentaliteit
“Qua mentaliteit zouden we wel een voorbeeld kunnen nemen aan minder ontwikkelde landen, waar mensen veel bewuster omgaan met water en alerter op meteorologische risico’s zijn, of aan Scandinavische landen. Burgers daar zijn veel zelfredzamer en zitten er praktischer in dan de Nederlanders. Al moet ik zeggen, wanneer ik in Europees verband in gesprek ben over weerbaarheid, dan worden Scandinavische landen vaak als eerste genoemd en komt Nederland daar vrij snel achteraan. Ik denk dat we aardig op weg zijn, ook qua organisatorische crisisbeheersing in Nederland, maar de risicoperceptie en voorbereiding van burgers kan echt nog beter.”
“Het kan je bovendien zo veel rust geven om voorbereid te zijn. Dat zag je bijvoorbeeld eind vorig jaar in Utrecht, toen er kookadviezen waren afgegeven voor kraanwater. De mensen die noodpakketten in huis hadden zaten er rustiger bij dan de mensen die halsoverkop schappen gingen leeghalen. Maar het is heel belangrijk om te blijven bedenken dat niet álle burgers zich zelf op alles kunnen voorbereiden. Er zijn groepen die geen dak boven hun hoofd hebben, of die moeite hebben om financieel rond te komen en daardoor geen noodpakket kunnen betalen.”
Waterschappen
In 2020 ging het Rode Kruis een samenwerking aan met – toen nog enkel – Waterschap Drents Overijsselse Delta. Sindsdien kan het waterschap bij dreigende of daadwerkelijke noodsituaties met één telefoontje de hulp inroepen van Ready2Help, het burgerhulpnetwerk van het Rode Kruis. “Dat is een heel effectief systeem wat we hebben overgenomen van het Rode Kruis in Oostenrijk”, vertelt Segaar. “Ready2Helpers zijn burgers die hebben aangeboden om te helpen bij allerlei soorten calamiteiten, waaronder ook watersnood. Wanneer wij in zo’n situatie helpende handen kunnen gebruiken, kunnen we Ready2Helpers oproepen met een sms’je. Zij kunnen dan aangeven of ze bijvoorbeeld binnen een halfuur aanwezig kunnen zijn. Zodra het benodigde aantal zich heeft aangemeld sluit de oproep, en 9 van de 10 keer zien we dat mensen dan ook daadwerkelijk op tijd ter plaatse zijn.”
In het geval van watersnood krijgen de burgerhulpverleners eenvoudige taken, zoals zandzakken vullen. "En altijd onder leiding van een teamleider die daarvoor getraind is. Die teamleiders zijn vaste Rode Kruis vrijwilligers, die door hun constante inzet bij allerlei soorten echte incidenten goed getraind zijn in het aansturen van mensen.”
Het liefst zouden we natuurlijk een convenant met alle waterschappen hebben
Geen tijd verliezen
Inmiddels heeft het Rode Kruis, sinds juni 2024, met 7 van de 21 waterschappen een samenwerkingsovereenkomst. Waarom niet met alle waterschappen? “Dat zijn uiteindelijk ook gewoon losse partijen met – net als de veiligheidsregio’s – ieder zijn eigen prioriteiten. Maar het liefst zouden we natuurlijk één landelijk convenant met alle waterschappen hebben. Onze huidige 23.000 Ready2Help-vrijwilligers vormen weliswaar een landelijk dekkend netwerk, en als er een noodsituatie is bij een nog niet aangehaakt waterschap dan kunnen we ad hoc een noodovereenkomst sluiten. Zo is het ook gegaan in Limburg. Maar als je dat tijdens een acute situatie nog moet organiseren, verlies je tijd. Ligt die overeenkomst er al en hebben we al afgesproken wat we aan elkaar hebben, dan kunnen wij veel sneller worden ingezet.”
“Bovendien wil je het liefst al met elkaar hebben geoefend aan de voorkant. Dus já, alle waterschappen kunnen ad hoc gebruikmaken van het Ready2Help-netwerk, maar hoe meer we al voorbereid hebben, hoe sneller je kan opschalen. In Limburg bijvoorbeeld was het aanbod van vrijwilligers enorm – overal in het land stonden bussen klaar om naar Limburg te vertrekken – en de bereidheid van organisaties om samen te werken heel groot, maar doordat we nog niet precies wisten wat we aan elkaar hadden, heeft het opstarten van de hulpverlening daar langer geduurd dan nodig was. We hebben weliswaar vrij snel sporthallen ingericht voor het opvangen van mensen, dat zijn basisvoorzieningen die in onze eigen crisisprotocollen zitten, maar het heeft onnodig lang geduurd voordat we ons op een impactvolle manier konden gaan inzetten. We zagen dat er dingen nodig waren, en wij kunnen in korte tijd opschalen van heel laag naar heel hoog, maar hebben wel een opdracht nodig om dat te mogen doen.”
Wolkbreuk
Oefenen dus. Afgelopen november gebeurde dat grootschalig, toen in de regio Utrecht en een deel van Zuid-Holland de crisisoefening Wolkbreuk plaatsvond. Hierbij trainden zo’n 700 medewerkers van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Defensie, Rijkswaterstaat en het Rode Kruis gezamenlijk voor een scenario met extreme regenval. “Heel indrukwekkend om te zien was dat. Ready2Helpers hielpen met het vullen en leggen van zandzakken. Het is gelukt om de doelstellingen van de oefening binnen de tijd te realiseren, maar we hebben er wel van geleerd dat het beeld wat organisaties van eenzelfde situatie hebben onderling kan verschillen. Daarom is het zo belangrijk om te oefenen, zodat je elkaars taal leert spreken en begrijpt wat ieders taken en verantwoordelijkheden zijn.”
Artikel 5 van het NAVO-verdrag is steeds vaker onderwerp van gesprek
Om te bepalen welke scenario’s het meest dringend zijn om op te prioriteren, zit het Rode Kruis van tijd tot tijd om tafel met de ministeries van Defensie en Justitie & Veiligheid, de Veiligheidsregio’s en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Langs die weg wordt de organisatie geadviseerd over het actuele dreigingsniveau van verschillende crises waar Nederland mee te maken kan krijgen. “Momenteel richten we ons met name op de crisisbeheersing van stroomuitval, wateroverlast, een pandemie, natuurbranden, extreme hitte en geopolitieke spanningen, waarbij artikel 5 [van het NAVO-verdrag, red.] steeds vaker onderwerp van gesprek is.”
“Water speelt in al deze scenario’s een rol. We zullen dus moeten blijven investeren in elkaar beter leren kennen – met de waterschappen, maar ook bijvoorbeeld Rijkswaterstaat en de drinkwatersector – zodat we weten wat we voor elkaar kunnen betekenen. Weten alle organisaties bijvoorbeeld überhaupt wel dat er Ready2Helpers zijn, en hoe ze die kunnen oproepen?”
Aan tafel met de politiek
Omdat het Rode Kruis de maatschappelijke gevolgen van water- en klimaatproblematiek aan de frontlinie observeert en ondervindt, uit de organisatie via diplomatieke en informele kanalen ook haar zorgen daarover. Bijvoorbeeld over de 85 procent van alle nieuwbouw tot 2030 die zich op overstromings- of bodemdalingsgevoelige locaties bevindt (‘Verandert er niets aan die bouwplannen, dan is dat vragen om rampen zoals die in Limburg in 2021’). Wordt die stem voldoende gehoord door de politiek? “We zitten aan tafel bij verschillende ministeries, en wat wij daar delen wordt altijd heel serieus genomen. Soms zoeken we daar ook de media voor op, maar die weg bewandelen we in principe alleen wanneer we bijvoorbeeld eigen onderzoek hebben uitgevoerd.”
De kracht van burgers
“De afgelopen jaren is het Rode Kruis steeds meer gaan doen. Daardoor werd de organisatie te groot, te ingewikkeld en te duur. Daarom kijken we nu waar we echt het verschil kunnen maken, en burgerhulpverlening is absoluut één van die dingen waar we in willen investeren. Niet alleen omdat Ready2Helpers ons helpen opschalen, maar ook omdat noodhulpverlening vaak begint met lokale burgers die als eerste ter plaatse zijn. Daarom wil je dat die voorbereid zijn en zich weerbaar voelen. Want burgers gáán gewoon zichzelf inzetten, en dat is fantastisch, maar het is fijn als die hulp het liefst een beetje op een georganiseerde manier gebeurt.”
“De waarde van burgerhulpverlening is ongelofelijk groot. Burgers hebben lokale kennis over het gebied, zijn vroeg ter plaatse, en het geeft mensen een fijn gevoel om iets te kunnen doen. Als we de kracht en competenties van burgers serieus gaan nemen, denk ik dat we als samenleving echt weerbaar kunnen worden.”
Nieuwe Ready2Helpers worden dan ook met open armen verwelkomd. “Want hoewel we met de pandemie en de opvang van Oekraïense vluchtelingen hebben ervaren hoe enorm groot de burgerbereidheid is, weten we ook hoe waardevol het is om die mensen van tevoren al in je telefoonboek te hebben staan. Daarom is het heel mooi als mensen zich nu alvast aanmelden, zodat het in tijden van nood makkelijker voor ons is om ze te bereiken en op te schalen.”