Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier komt met een programmaplan zoetwaterbeschikbaarheid. Het hoogheemraadschap reserveert hier 5,5 miljoen euro voor en zoekt nadrukkelijk de samenwerking met andere overheden en agrariërs. ‘We kunnen dit niet alleen.’
In het beheersgebied van HHNK zijn nog nooit beregeningsverboden afgekondigd. Ook de verdringingsreeks nog nooit volledig in werking is getreden. Toch vormden de droge zomers, die sinds 2018 vaker zijn voorgekomen en de KNMI klimaatscenario’s voor de toekomst, genoeg aanleiding voor het hoogheemraadschap om een programmaplan zoetwaterbeschikbaarheid te presenteren.

Jos Beemsterboer“We willen anticiperen op wat er gaat komen”, legt hoogheemraad Jos Beemsterboer uit. “Nemen we geen maatregelen, dan stijgt de watervraag en neemt het aanbod aan water af. De kans op een watertekort stijgt dan van eens per twintig jaar, wat het nu is, naar verwachting naar eens per 5 jaar of nog vaker rond 2050.”
“Met dit plan vragen we ons algemeen bestuur zich uit te spreken over het ambitieniveau voor zoetwaterbeschikbaarheid”, vult programmamanager Cecilia van Dalen aan. “Daarbij zijn er grofweg drie scenario\'s: afwachten, de huidige kans op watertekort handhaven of de kans verkleinen. Gezien de grote opgave en afhankelijkheden wordt voorgesteld te kiezen voor het midden scenario met bijbehorende maatregelen om de kans op watertekorten op hetzelfde niveau te houden als nu.”
Het programmaplan gaat enerzijds in op mogelijkheden om het wateraanbod te vergroten en kijkt anderzijds wat er kan gebeuren om de watervraag te beperken. Van Dalen: “De stijgende watervraag is grofweg voor een derde te verklaren om onze eigen peilen op niveau te houden, een derde is nodig voor de klimaatopgave in de veenweidegebieden en een derde van de watervraag komt voor rekening van de agrarische sector voor verziltingsbestrijding en beregening. Dit komt enerzijds door een transitie naar meer watervragende teelten en anderzijds doordat het areaal dat tegelijkertijd zal moeten worden beregend groeit.”
“Wij - en met ons een groot deel van Nederland - zijn behoorlijk afhankelijk van het IJsselmeer voor onze zoetwatervoorraad”, stelt Beemsterboer. “Je zou de situatie kunnen verbeteren door de boven- en ondergrens van het zomerpeil iets te verruimen. Maar dat is niet genoeg. Ook in het beheersgebied van HHNK zullen daarom maatregelen moeten worden genomen. Daarbij gaat het met name om lokale oplossingen, zoals ondergrondse opslag. We kunnen niet zomaar de peilen in onze sloten verhogen, want daar hebben we ruimte nodig om piekbuien op te kunnen vangen.”

Cecilia van DalenOm de watervraag naar beneden te krijgen, is het volgens Beemsterboer en Van Dalen eerst nodig om onderzoek te doen, bijvoorbeeld naar verziltingsbestrijding. “Het is heel belangrijk om te komen tot een data-opbouw over verzilting. Je wilt weten of de verzilting nog bij te sturen is, of is dat op een gegeven moment niet meer het geval en dat heeft dan natuurlijk consequenties voor de ruimtelijke inrichting.”
Naar de agrarische sector doet het programmaplan zoetwaterbeschikbaarheid van HHNK de oproep om bijvoorbeeld slimmer te beregenen. “Op hete dagen verdampt 70% van het water voor het de bodem raakt” zegt Beemsterboer. “Beregen daarom ’s nachts of investeer in druppelirrigatie. Dat soort dingen kan al een verschil maken.”
Het programmaplan van HHNK ligt nu ‘ter inzage’, dat betekent dat betrokkenen commentaar kunnen geven en een zienswijze kunnen indienen. “Daar waren we niet toe verplicht”, legt Van Dalen uit, “maar daar hebben we juist bewust voor gekozen. Zoetwaterbeschikbaarheid is een probleem dat we als waterschap niet alleen kunnen oplossen. Daar hebben we alle partijen bij nodig, van andere overheden tot de agrarische sector. Daarom is een participatieproject ook onderdeel van het programmaplan. We willen dit echt samen doen.”