Om Oost-Brabant te behoeden voor de ontwrichtende gevolgen van een situatie met hoge waterstanden op de Maas, Aa en Dommel, zal richting 2050 ruimte moeten worden gemaakt voor het opvangen en afvoeren van 50 miljoen kuub water. Elf oplossingsrichtingen die hiertoe haalbaar, maakbaar en betaalbaar worden geacht, zijn vandaag gepresenteerd in de Hoogwateraanpak Brabant-Oost (‘Howabo’), die vanaf vandaag ter inzage ligt.
De aanpak richt zich op het risico dat bij hoogwater in de Maas én in de Aa én in de Dommel, deze zijrivieren hun water niet meer kwijt kunnen op de Maas. In combinatie met hoge grondwaterstanden of een piekbui, kunnen de Aa en de Dommel dan op grote schaal overstromen. “Deze gebeurtenis noemen we de Howabo-situatie”, aldus het plan.
Gevolg van een ‘Howabo-situatie’ zou zijn dat zo’n 2.000 tot 4.000 panden, een groot gebied met landbouwgrond en natuur, en belangrijke wegen zoals de A2 onder water komen te staan. Deze situatie kan tot wel vier weken duren, en maatschappelijke ontwrichting, groot menselijk leed en grote economische schade tot gevolg hebben, aldus het programma. Daarbovenop bestaat nog het risico dat dijken bezwijken die in de huidige situatie niet bestand zijn tegen dergelijk hoog water.
De kans op een Howabo-situatie is momenteel ‘groter dan acceptabel’. “Wanneer dit gebeurt, weten we niet”, aldus Mario Jacobs, dijkgraaf van Waterschap Aa en Maas en voorzitter van de Stuurgroep Howabo, in het voorwoord. “Het is als drie keer zes gooien: de kans is klein, maar dat het een keer gebeurt, staat vast. Daarom is nú handelen noodzakelijk, om onze kinderen ellende te besparen.”
De opgave
Zodoende kondigden waterschappen Aa en Maas en De Dommel, Provincie Noord-Brabant, Rijkswaterstaat en de gemeenten ’s-Hertogenbosch, Heusden, Vught, Sint-Michielsgestel en Boxtel in 2022 aan te werken aan een gezamenlijke hoogwateraanpak.
Het plan concentreert zich met name op de regio ’s-Hertogenbosch, omdat dit het laagste punt van Oost-Brabant is, waar ook nog eens veel water samenkomt. Vanuit Frankrijk, België en Nederland stroomt er via de Dommel, Aa en Maas veel water naar dit gebied. ‘s Winters staan de rivieren en beken er vaak al hoog, en is er weinig ruimte om piekbuien op te vangen. In 1995 heeft de regio al te kampen gehad met grootschalige wateroverlast, en stond onder andere de A2 onder water.
Sinds het hoogwater van 1995, zijn rondom de stad grote waterbergingsgebieden ingericht, die tezamen 14 miljoen kuub water kunnen opvangen. Uit de Hoogwatertoets van 2018 bleek echter dat er ruimte gevonden moest worden voor het opvangen of afvoeren van nog eens 36 miljoen kuub. Richting 2050 zal dit verder oplopen tot 50 miljoen, vergelijkbaar met een gebied van 5000 hectare met 1 meter water erop (bijna de helft van het oppervlak van de gemeente ’s-Hertogenbosch).
Crèvecoeur
In het vandaag gepresenteerde plan zijn 11 oplossingsrichtingen uiteengezet, die de partijen kansrijk achten op basis van de criteria haalbaarheid, maakbaarheid en betaalbaarheid. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het vergroten van het Drongelens Kanaal, het verhogen van het waterpeil op het Engelermeer, en het aanleggen of verbeteren van waterbergingen.
Veruit de grootste impact wordt beoogd met de realisatie van een gemaal in de Henriëttewaard, ter hoogte van en in samenhang met Spuisluis Crèvecoeur. Deze spuisluis voert water van de Dommel en de Aa af naar de Maas, reguleert het peil in ’s-Hertogenbosch en zorgt ervoor dat de stad niet ‘leegloopt’ als de Maas laag staat. Bij een hoog Maaspeil kan het water van de Dommel en de Aa echter niet via Crèvecoeur op de Maas uitstromen, en alleen nog via het Drongelens Kanaal op de Maas worden geloosd (bij Waalwijk, waar het Maaspeil lager is). In een ‘Howabo-situatie’, waarbij het waterpeil van de Dommel, Aa en Dieze in en rond ’s-Hertogenbosch in het huidige klimaat tot 5,65 meter +NAP stijgt, wordt geschat dat deze situatie zo’n 2 tot 3 dagen zou aanhouden.
Door een gemaal te bouwen zou bij Crèvecoeur ook bij een hoog Maaspeil water kunnen worden afgevoerd naar de Maas. Dit gemaal is op ‘relatief korte termijn’ realiseerbaar, en kan een grote bijdrage aan de totale opgave leveren (20 tot 36 miljoen kuub water, afhankelijk van de gekozen afvoercapaciteit).

Spuisluis Crèvecoeur bij ’s-Hertogenbosch | Foto Ahaigh9877/Wikimedia Commons
“Grote ruimtelijke maatregelen kosten al snel 10 tot 15 jaar om te realiseren”, aldus Vincent Lokin, dagelijks bestuurder bij De Dommel. “Tegelijk neemt het risico op overstromingen door klimaatverandering toe. Daarom starten we met de maatregelen die snel veel effect hebben, zoals het nieuwe gemaal en de aanpassingen aan de waterbergingen.”