Ga naar inhoud

IenW: bouwgrondstoffen tot 2035 voldoende voorradig, suppletiezand op langere termijn onder druk

Door Tim Koorn
IenW: bouwgrondstoffen tot 2035 voldoende voorradig, suppletiezand op langere termijn onder druk
Zandsuppletie | Foto Jan van den Broeke/Beeldarchief Rijkswaterstaat
Gepubliceerd:

Er zijn op dit moment geen tekorten aan grind, ophoogzand, industriezand en klei, en die worden de komende 10 jaar ook niet verwacht. Dat schreef staatssecretaris Annet Bertram (Infrastructuur en Waterstaat) gisteren in een brief aan de Tweede Kamer. Het instellen van meer bevoegdheden voor het Rijk, bijvoorbeeld voor ‘dwingende sturing op de vergunningverlening door de provincies’, vindt de staatssecretaris daarom op dit moment niet nodig. 

De brief volgt op de toezegging (2024) om in beeld te brengen of er voldoende primaire bouwgrondstoffen (zoals zand, grind en klei) beschikbaar zijn voor waterveiligheid, infrastructuur, energietransitie en woningbouw. Ook was toegezegd om op basis daarvan eventuele beleidskeuzes voor te bereiden over de winning van bouwgrondstoffen in de belangrijkste wingebieden, zijnde het rivierengebied, het IJsselmeergebied en de Noordzee.

Ontgrondingsvergunningen
Ook hadden brancheverenigingen van winbedrijven het Rijk gevraagd om meer regie te nemen op het gebied van vergunningverlening voor ontgrondingen (het winnen van primaire bouwgrondstoffen). De bedrijven signaleren namelijk dat de komende jaren veel vergunningen zullen aflopen, en dat het verkrijgen van nieuwe vergunningen ‘meer moeite en tijd kost dan voorheen’.

Dit zit hem volgens de bedrijven met name in het realiseren van het maatschappelijk draagvlak dat een vereiste is voor de vergunningaanvraag. Volgens Cascade, de brancheorganisatie van zand- en grindwinners, kan er op korte termijn al een tekort aan industriezand ontstaan, waardoor Nederland moeite zal hebben om haar opgaven voor de bouw en infrastructuur te realiseren. 

Uit gesprekken die IenW met de vergunningverlenende instanties (Rijkswaterstaat en de provincies) voerde, concludeert het ministerie echter dat er voor ophoog- en industriezand nog voldoende winningsruimte is in verleende en aangevraagde vergunningen. Ook merkt Bertram op dat lopende vergunningen voor grote winningen vaak verlengd en/of uitgebreid worden. 

Marktwerking
IenW concludeert dat tekorten voor ophoog- en industriezand tot ongeveer 2035 niet aan de orde zullen zijn. Mocht de vergunningverlening in de toekomst stagneren, dan voorziet het ministerie dat de binnenlandse winning van deze stoffen wél kan teruglopen. Echter, “dan mag verwacht worden dat marktwerking in elk geval tijdelijke tekorten zal voorkomen”, aldus de staatssecretaris. Primaire bouwstoffen worden immers volop verhandeld tussen EU-lidstaten, en de markt heeft zich de afgelopen decennia steeds aan gewijzigde omstandigheden kunnen aanpassen. Wel voorziet Bertram dat op ‘langere termijn’ situaties kunnen ontstaan die door normale marktwerking niet kunnen worden opgelost. 

Ze vindt het dan ook ‘verstandig om de vinger aan de pols te houden, zodat indien toch nodig tijdig kan worden ingegrepen’. Ook vindt ze het ‘wenselijk’ dat haar ministerie, samen met de provincies en de winbedrijven voor ophoogzand en industriezand, ‘zicht houdt’ op het aantal ingediende vergunningaanvragen, de voortgang van de vergunningverlening en de nog beschikbare voorraden aan winbare bouwgrondstoffen achter vergunningen. 

Prognose van vraag en aanbod
Om het gevraagde landelijk beeld te leveren van de balans tussen vraag en aanbod van bouwgrondstoffen, heeft het ministerie onderzoek laten uitvoeren door TNO en Arcadis. Ook zijn de jaarlijkse monitoringscijfers van het CBS geanalyseerd, en werden gesprekken gevoerd met onder meer Rijkswaterstaat en provincies. 

Op hoofdlijnen wordt geconcludeerd dat primaire bouwgrondstoffen in Nederland momenteel fysiek ruim voorradig zijn, maar dat de daadwerkelijke beschikbaarheid meer draait om de vraag hoeveel ruimte we voor hun winning beschikbaar willen stellen. 

Wat grind, steenslag, industriezand en kalkzandsteenzand betreft, wordt verwacht dat de vraag tot 2050 waarschijnlijk zal afnemen, door een lagere bevolkingsgroei en minder nieuwbouw vanaf ongeveer 2030. De vraag naar ophoogzand blijft ongeveer gelijk, of neemt in enige mate toe, afhankelijk van het scenario. De vraag naar suppletiezand en klei neemt fors toe als gevolg van de opgave voor waterveiligheid, met name na 2050.

Grind, ophoog- en suppletiezand, beton- en metselzand, overig industriezand en klei worden jaarlijks in vrij constante hoeveelheden gewonnen. Bij gelijkblijvende winning kan het binnenlandse aanbod van industriezand, ophoogzand en klei tot 2050 even groot zijn als de verwachte vraag. Grind echter is daarvoor onvoldoende aanwezig en moet, net als tot dusver, grotendeels worden geïmporteerd. 

Over klei, waar veel vraag naar is voor dijkversterkingen, wordt in de brief nog opgemerkt dat klei uit de rivieren en uiterwaarden wordt afgezet in grotere hoeveelheden dan er verkocht kan worden. Bovendien wordt een ‘significant deel’ van de vergunningen voor kleiwinning momenteel niet benut.

Suppletiezand
Op de langere termijn is suppletiezand een punt van zorg. “Het is van existentieel belang om tot in de verre toekomst (in elk geval tot na 2100) voldoende suppletiezand beschikbaar te hebben voor de kustverdediging”, aldus de staatssecretaris. Ook in het rivierengebied zal suppletiezand nodig zijn, voor het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 en het Hoogwaterbeschermingsprogramma. 

Daarom is onder andere in de ontwerp-Nota Ruimte extra ruimte voor zandwinning gereserveerd, door een zone aan te wijzen waar zandwinning als activiteit van nationaal belang voorrang heeft op ander ruimtegebruik. 

Voor de komende 50 jaar verwacht het ministerie echter dat de beschikbaarheid van suppletiezand tegen redelijke winningskosten onder druk kan komen te staan. Mogelijk kan er namelijk een tekort aan winmogelijkheden ontstaan in gebieden waar de opties om nieuwe zandwingebieden aan te wijzen beperkt zijn door concurrerende ruimteclaims. Daarbij gaat het onder andere om kabels die nodig zijn voor telecomvoorzieningen of de aanlanding van windenergie. 

Dit kan tot gevolg hebben dat al vanaf 2038 in enkele kustvakken aanvullende maatregelen nodig zijn. Dit wordt als eerste verwacht ter hoogte van IJmuiden. Een prioritering van suppletie boven commerciële winning van ophoogzand kan dan nodig zijn. 

Grondstoffenverbruik terugdringen
De beste manier om ook in de verre toekomst verzekerd te blijven van voldoende bouwgrondstoffen, onderstreept de staatssecretaris tot slot, is door het gebruik van primaire bouwgrondstoffen terug te dringen. Bijvoorbeeld door bouwmaterialen te recyclen, en het renoveren, verduurzamen, optoppen en transformeren van bestaande gebouwen te stimuleren. 

Een landelijk beeld van de status quo op het gebied van primaire bouwgrondstoffen zal vanaf nu elke vijf jaar worden gepubliceerd. Ook zal de staatssecretaris doorgaan met periodieke gesprekken met de voor de levering van bouwgrondstoffen belangrijkste provincies (Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg), en nagaan of andere provincies daar ook bij aangesloten kunnen worden. 


LEES OOK
H2O Actueel: AGV wil minder afhankelijk worden van schaarse grondstoffen
H2O Actueel: Onstilbare honger naar zand leidt tot dilemma’s en tekorten: ‘We hebben het als vanzelfsprekend beschouwd’

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles
Delfland legt extra voorraad zoetwater aan

Delfland legt extra voorraad zoetwater aan

Door Tim Koorn
/

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles
Delfland legt extra voorraad zoetwater aan

Delfland legt extra voorraad zoetwater aan

Door Tim Koorn
/

Van onze partners