Het kabinet ziet geen juridische mogelijkheden om de uitstoot van PFAS door Chemours te beëindigen. Wel willen minister Tieman en staatssecretaris Aartsen komen tot een intentieverklaring met Chemours en afspraken maken met het bedrijf over een verdere, bovenwettelijke PFAS-aanpak.
De minister en staatssecretaris met waterstaat en milieu in hun portefeuille onderzochten in opdracht van de Tweede Kamer of er juridische mogelijkheden zijn de PFAS productie van Chemours in Dordrecht te beëindigen. PFAS is een verzamelnaam van zeer schadelijke chemische stoffen die niet afbreekbaar zijn in het milieu en gevaarlijk zijn voor de gezondheid van mens en dier.
In een brief aan de Tweede Kamer

Robert Tieman | Foto Martijn Beekman concluderen de bewindslieden concluderen dat er momenteel ‘weinig tot geen juridische aanknopingspunten zijn om op rechtmatige wijze een bedrijf geheel of gedeeltelijk (tijdelijk) stil te leggen’. Zo voorziet de Omgevingswet wel in de mogelijkheid om een omgevingsvergunning in te trekken, maar hiervoor gelden zeer strikte voorwaarden.
Ook bestuurs- en privaatrechtelijke opties om in te grijpen worden niet kansrijk geacht. Hieruit volgt volgens Tieman en Aartsen dat er geen mogelijkheden zijn om een motie uit te voeren, die door de tweede Kamer is aangenomen, om de PFAS uitstoot van Chemours te verbieden.
Om toch te komen tot een beperking van de uitstoot, zoekt het kabinet daarom toenadering tot Chemours. Er is al een gesprek geweest met het Amerikaanse moederbedrijf van dit concern.
Dit gesprek biedt volgens Tieman en Aartsen ‘een momentum om te komen tot nadere afspraken met Chemours over verdere (bovenwettelijke) aanpak van de problematiek rondom PFAS en om stappen zetten in het (sneller) verminderen van emissies en lozingen (\'nul uit de pijp\') en daardoor de druk op de leefomgeving te verminderen\'.
De bewindslieden willen daarom een intentieverklaring met Chemours sluiten. Die moet uiteindelijk leiden tot afspraken over ‘het concreet invullen van de verantwoordelijkheid van het bedrijf voor de gevolgen van emissies uit het verleden’. Ook zou er een ‘bovenwettelijk reductieplan voor de resterende emissies’ moeten komen en wil het kabinet ‘een zo compleet mogelijk beeld verkrijgen van de emissies en lozingen’.
Daarnaast schrijven Tieman en Aartsen dat het voor ‘rust op het dossier’ nodig is dat Chemours investeert in ‘een duurzame relatie met bevoegde gezagen en bewoners’ en als laatste moeten er afspraken komen ‘over inspanningen van Chemours met betrekking tot onderzoek naar alternatieven voor PFAS-verbindingen’.
Chemours schrijft in een reactie de Kamerbrief te verwelkomen. Het bedrijf ‘waardeert de bereidheid van de Nederlandse overheid om samen te werken aan een stabiele en duurzame toekomst voor Chemours in Nederland en om de zorgen over historische emissies weg te nemen\'.
*Het intro van dit artikel is aangepast na een reactie van een oplettende lezer om te verduidelijken dat de in de Kamerbrief genoemde juridische mogelijkheden betrekking hebben op het (tijdelijk) stopzetten van de productie, niet het verminderen van de uitstoot.