Een zoetwatervoorraad om 50 dagen drinkwater van te kunnen maken, 150 hectare aan nieuwe natuur, en natuurlijke voorzuivering van IJsselmeerwater. Dat alles moet de Klimaatbuffer IJsselmeer gaan opleveren, die drinkwaterbedrijf en natuurbeheerder PWN in 2029 wil aanleggen bij haar productielocatie in Andijk. Een groen-blauw-grijs project, met een hoofdrol voor nature-based solutions. En ‘dat vraagt om een andere mindset’, vertellen hydroloog Koen Zuurbier en ecologe Myrthe Fonck, beiden strategisch adviseur bij PWN.
Geschreven door Marianne Lankelma
De drinkwaterproductie van PWN is voor zo’n 75 procent afhankelijk van IJsselmeerwater, en daarmee steeds kwetsbaarder voor de gevolgen van klimaatverandering, zoals verzilting en een toename van algenbloei. Voor situaties waarin PWN door zulke omstandigheden geen oppervlaktewater kan innemen, heeft het bedrijf een zoetwatervoorraad om het oostelijk deel van Noord-Holland ongeveer een week van drinkwater te kunnen voorzien. Dat dat een te klein appeltje voor de dorst is, is de afgelopen jaren meermaals gebleken. Nijpend werd het bijvoorbeeld toen in 2018, door langdurige droogte, een zoutbel voor het innamepunt dreef. Of afgelopen maart nog, toen de inname zes dagen moest worden stopgezet doordat een storing van de spuisluizen in de Afsluitdijk voor verzilting zorgde. “Had de Klimaatbuffer er al gelegen, dan hadden we er in maart stukken meer ontspannen bij gezeten”, aldus Zuurbier.
‘We zullen moeten leren omgaan met onzekerheden’
Met de Klimaatbuffer wil het bedrijf zorgen voor een voorraad voor 50 dagen, door rondom de bestaande bekkens twee extra bekkens uit te graven. Met het sediment dat daarbij vrijkomt, zal een buitendijks natuurgebied worden aangelegd om voor vissen, vogels en waterplanten drie soorten habitats te realiseren die in de Wieringerhoek nog ontbreken: overstroombare graslanden, oeverzones met rietmoeras, en ondieptes met ondergedoken waterplanten. Als bijkomend voordeel kan diezelfde natuur het IJsselmeerwater voorzuiveren, voordat het de bekkens instroomt.
Technologie vs. NBS
Fonck: “Omgaan met verzilting hadden we ook technologisch kunnen doen: door een minstens 44 kilometer lange pijpleiding naar de IJssel aan te leggen, of door ontzilting met membraanfiltratie. Maar als we daarvoor hadden gekozen, was de ontwikkeling van nieuwe natuur alsnog noodzakelijk. Linksom of rechtsom moeten die ontbrekende habitats er komen: dat is een opgave vanuit de Programmatische Aanpak Grote Wateren, en een wens van onszelf omdat het onze bron verbetert.”
Zuurbier: “Als we duurzamer willen worden, moet je bovendien niet steeds intensiever technologie op elkaar gaan stapelen. Een groot pluspunt van de Klimaatbuffer is dat de voorzuivering van IJsselmeerwater ons grondstoffen- en energieverbruik waarschijnlijk juist zal laten dalen. De hoeveelheid ijzerzouten, die we gebruiken om zwevend stof en organische stoffen uit het water te halen, zal waarschijnlijk omlaag kunnen, en daarmee ook onze CO2-voetafdruk. Ook zullen we minder UV-licht nodig hebben om medicijnresten af te breken. UV-licht wordt namelijk geremd door nitraat, en het rietmoeras en de bekkens die we in de Klimaatbuffer willen aanleggen, zullen het nitraatgehalte van het bronwater verlagen. Als de UV-lampen gedimd kunnen zal dat een hoop energie schelen, want als die fel aanstaan, gebruiken ze de hoeveelheid energie van een kleine stad.”
Baten voor iedereen
Fonck: “Uit onze maatschappelijke kosten-batenanalyses kwam dan ook duidelijk naar voren dat de Klimaatbuffer brede maatschappelijke waarde oplevert, terwijl de ‘grijze’ opties veel meer single-issue waren. Omdat de Klimaatbuffer ook baten voor allerlei andere partijen zal opleveren, wilden we het initiatiefnemerschap aanvankelijk delen met bijvoorbeeld Rijkswaterstaat, het waterschap en de provincie – ook om ieders kwaliteiten bij elkaar te brengen. De andere partijen vonden het fijner als de rol van initiatiefnemer puur bij ons zou liggen. Uiteindelijk heeft dat ons misschien wel wendbaarder gemaakt. En gelukkig kijken de overheden positief naar het project.”
Zuurbier: “Wel vond men het soms wat gek dat we nog niet een heel gedetailleerd plan bedacht hadden. Maar dat was juist een bewuste keus. Vaak zie je dat partijen al heel ver zijn met een plan en dat de rest daar dan mee akkoord moet gaan. Maar omdat dit een project is waar iederéén wat aan kan hebben, zijn we eerst begonnen met luisteren: wat vindt de rest ervan? Vervolgens zijn we met overheden en natuurorganisaties gaan bekijken hoe het eruit moest komen te zien, zodat het toch nog van ons allemaal is.”
Zuurbier: “Wij zijn bovendien van oudsher duinbeheerder; het IJsselmeergebied zijn we eigenlijk nu pas aan het leren lezen. Tot dusver stonden we bij wijze van spreken op de IJsselmeerdijk met onze rug naar het meer, en keken we vooral naar de duinen. Daarom leren we graag van natuurorganisaties zoals Natuurmonumenten, die door de aanleg van de Marker Wadden al ervaring hebben met het aanleggen van nieuwe natuur in het IJsselmeer. De Marker Wadden zijn een gedurfd project geweest, met veel onzekerheden. Doordat men dat heeft aangedurfd, kunnen we daar als land veel lessen uit halen.”

Demonstratieproject LIFE Watersource | Foto PWN
Wandelpad
Fonck: “In Andijk zitten we pal naast het dorp, dus we hebben ook de buurt al vroeg gevraagd wat zij ervan vonden. Het leuke is dat sommige onderdelen van het ontwerp door bewoners bedacht zijn, zoals een vogelkijkhut en een wandelpad. Veel mensen vinden het namelijk jammer dat je niet meer om onze bekkens heen kunt wandelen, sinds die omheind zijn vanwege veiligheidsmaatregelen. Voor de Klimaatbuffer zien we mogelijkheden om delen van de kustlijn weer toegankelijk te maken.”
Zuurbier: “Ook vreesden sommige bewoners dat de Klimaatbuffer ze het uitzicht op het IJsselmeer zou ontnemen. Toen hebben we een avond georganiseerd waarbij je met virtual reality brillen als het ware door het ontwerp kon lopen. Zo konden mensen ervaren dat de Klimaatbuffer veel lager komt te liggen dan sommigen dachten.”
Zuurbier: “Inmiddels is er draagvlak in de omgeving, en krijgen we eigenlijk voornamelijk positieve reacties. Daarbij heeft het denk ik geholpen dat we er altijd zelf staan – we laten het participatietraject niet door externen doen – en dat we voor continuïteit zorgen. Als bewoner word je er onrustig van als het steeds weer een ander gezicht is die je komt vertellen wat de plannen zijn.”
Demonstratieproject
Op grond van twee kandidaat-ontwerpen voor het natuurgebied – het ene meer meanderend, het andere ‘vlechtend’ – zijn in het voorjaar van 2025 twee ‘prototype-Klimaatbuffertjes’ aangelegd op het PWN-terrein.
Zuurbier: “Door in ons demonstratieproject LIFE Watersource die tussenstap te maken, leren we praktische dingen die helpen om keuzes te maken voor het definitieve ontwerp. Zo zien we bijvoorbeeld hoe de windsnelheid en de morfologie tezamen bepalen hoe snel het water door het landschap wordt gestuwd. In de kronkelende variant zien we dat de verblijftijd van het water langer is, waardoor het water langer de kans krijgt om gezuiverd te worden.”
Fonck: “Ook monitoren we de waterkwaliteit en ecologie, en hoewel het nog vroeg is [de pilot loopt tot in ieder geval 2028, red.] zien we al duidelijke effecten. Waar het IJsselmeerwater bij binnenkomst nog troebel en zuurstofarm is, is het na passage door de zuiverende landschappen veel helderder en zuurstofrijk. Ook heeft het me echt verbaasd hoeveel leven er al in zit: insecten, macrofauna, en plantensoorten die wij niet zelf aangeplant hebben.”
Zuurbier: “En daar draait het natuurgebied uiteindelijk primair om. Waren we op zoek geweest naar een ontwerp dat als hóófddoel waterzuivering had gehad, dan kom je waarschijnlijk uit op 100 hectare riet. Voor een paar rietbroeders is dat misschien leuk, maar voor andere soorten biedt dat geen thuis.”
Vrijdagmiddagprojectje
Zuurbier: “Ondertussen fungeert het demonstratieproject ook als etalage. Omwonenden en belanghebbenden kunnen we er alvast een voorproefje laten zien, net zoals met de vijver hier op ons hoofdkantoor in Velserbroek. Die vonden we altijd een beetje gênant: ben je een waterbedrijf, en heb je zelf een vijver die zo groen was dat je er ongeveer overheen kon lopen. Als ‘vrijdagmiddagprojectje’ hebben we daarom op een gegeven moment een strook met waterzuiverende planten in de vijver gezet.”
‘Als we duurzamer willen worden, moet je niet steeds intensiever technologie op elkaar gaan stapelen’
Fonck (stralend): “Sindsdien is hij al twee jaar niet meer troebel geweest. En we hebben er amper werk aan: een paar uurtjes per jaar snoeien Koen en ik het even bij en dat is het wel. En dat willen we op grotere schaal natuurlijk ook met de Klimaatbuffer bereiken: natuur die zo zelfredzaam mogelijk functioneert. Natuurlijk zul je af en toe iets moeten bijsturen, maar in de duinen lukt het ons ook al jaren om grote oppervlaktes natuur te onderhouden.”
Omgaan met onzekerheden
Fonck: “Ik denk dat we uit gemak heel lang hebben gekozen voor maakbaarheid. Bij een ‘grijs’ project is het prettig dat je heel precies kan voorspellen hoe het eruit zal zien. Het ontwerpen van een groen-blauw-grijs project waarvan je niet precies weet hoe het er over tien jaar bij zal liggen, vraagt om een andere mindset.”
Zuurbier: “Dat verschil in mindset tussen civiel technici en ecologen zie ik schuren. We zijn soms geneigd om in oude reflexen te vervallen: strakke dijken tekenen, en rekenen op zekerheden. Maar we zullen moeten leren omgaan met onzekerheden. Stel dat je bijvoorbeeld grond opbaggert en ergens anders neerlegt, dan kan je niet helemaal voorspellen met welke snelheid de grond zal gaan zakken. Daar kun je helemaal gek van worden als ingenieur, dat je niet zeker weet wat de uiteindelijke hoogte zal worden. Waar het om keringen en bekkens gaat, willen we natuurlijk zekerheid hebben, maar voor de rest mag het ontwerp best een beetje flexibel zijn. Móét ook, met het oog op de toekomst. We maken de Klimaatbuffer bijvoorbeeld adaptief voor hogere IJsselmeerpeilen, omdat we niet weten met hoeveel peilverhoging het IJsselmeer op lange termijn te maken zal krijgen.”
Fonck: “Dat geldt ook voor de zuiverende werking van het landschap. ’s Winters zal die bijvoorbeeld vast wat minder zijn, maar met die variabiliteit houden we rekening in onze reguliere zuivering.”
Zuurbier: “En met een technologische oplossing als een ontziltingsfabriek heb je uiteindelijk óók onzekerheden. Zoals we nu merken, kan er zomaar iets in de wereld gebeuren waardoor de energieprijs stijgt, of waardoor je geen membranen meer naar Nederland kunt verschepen.”
Heeft PWN nog tips voor andere organisaties die met nature-based solutions aan de slag willen?
Fonck: “Volgens mij kun je het beste beginnen met het smeden van een soort coalition of the willing: een groepje mensen dat enthousiast is over een plan en er helemaal in gelooft. Van daaruit kan je het draagvlak verder uitbouwen. En je vooral niet laten ontmoedigen door mensen die zeggen dat het niet kan.”
Zuurbier: “Ik weet niet of we in 2019 helemaal overzagen waar we aan begonnen. Als we voor de makkelijkste weg hadden gekozen, waren we hier al een paar keer mee gestopt, denk ik eerlijk gezegd. Maar nu we de pilot draaiend hebben en ons team op stoom is met de voorbereidende procedures, ben ik blij dat we gewoon aan de slag zijn gegaan.”
HET BONNETJE
Demonstratieproject
- 4 miljoen door PWN
- 3 miljoen door de EU d.m.v. een LIFE-subsidie
Aanleg van de Klimaatbuffer
- PWN staat aan de lat voor de investering
- Vanuit de Programmatische Aanpak Grote Wateren wordt 15 miljoen bijgedragen
- PWN staat open voor partijen die vanuit duurzame ambities willen bijdragen
“Omdat nature-based solutions een brede waaier aan baten opleveren, is ook de groep mogelijke co-financiers vaak groot”, vertelt Lieke Hüsken, econoom bij Deltares en promoverend aan de TU Delft op het onderwerp financiering van nature-based solutions. “Projecten zoals de Klimaatbuffer kunnen aantrekkelijk zijn voor investeerders die hun kapitaal willen inzetten voor duurzame initiatieven, bijvoorbeeld via leningen. Voor grote partijen zoals pensioenfondsen is het investeringsbedrag van de Klimaatbuffer waarschijnlijk te klein. Toch kan het project voor andere externe financiers wel interessant zijn vanwege het lage risico. Voor drinkwater wordt immers continu betaald – misschien niet altijd tegen de volledige kostprijs, maar wel structureel. Bovendien zal de vraag naar drinkwater niet snel afnemen. Het verdienmodel van een drinkwaterbedrijf is daardoor relatief zeker. Dat maakt de kans groot dat externe financiers dit type project als weinig risicovol zullen zien.”