Ga naar inhoud

KNMI start met ‘natuurbrandverwachting’: ‘Soms meer dan tien branden op één dag’

Door Tim Koorn
KNMI start met ‘natuurbrandverwachting’: ‘Soms meer dan tien branden op één dag’
Dwingelderveld | Foto Eliza Scheffer/Wikimedia Commons
Gepubliceerd:

Het KNMI start vanaf deze maand met een natuurbrandverwachting. Door onder andere toenemende droogte ziet het KNMI een toename van zowel het jaarlijks aantal natuurbranden, alsook het jaarlijks aantal dagen met zeer hoog natuurbrandrisico. Daarbij gaat het soms om meer dan tien branden op één dag, meldt het instituut. 

Natuurbranden – zoals deze week onder andere op de Leenderheide en het Dwingelderveld – komen steeds vaker voor in Nederland. Reden voor het KNMI om voortaan, behalve een weersverwachting, ook een natuurbrandverwachting af te geven. Het zal gaan om een verwachting van het aantal natuurbranden in de komende twee weken.

Zoals er voor regen een aantal millimeter per dag wordt voorspeld, zal voortaan ook het verwachte aantal natuurbranden per dag worden voorspeld. “Bijvoorbeeld: voor maandag worden 1 tot 3 branden verwacht, op dinsdag 2 tot 5”, aldus het instituut. Daarbij zal ook worden toegelicht welke weersomstandigheden debet zijn aan het verwachte aantal branden.

Droog voorjaar
Voor het inschatten van de kans op brandgevaar voert het KNMI impactmodelleringen uit, waarbij meteorologische gegevens gecombineerd worden met informatie van hulpdiensten en specialisten op het gebied van natuurbranden, zoals het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), Wageningen University & Research en Staatsbosbeheer. Door meteorologische gegevens en langjarig gemiddelde gegevens zoals het aantal natuurbranden per dag naast elkaar te leggen, ontstaan verbanden. Met behulp van kunstmatige intelligentie worden deze patronen in het impactmodel geanalyseerd en verfijnd.

In het huidige klimaat is het risico op natuurbranden in Nederland met name hoog in het voorjaar, tussen april en juni. Bij langdurige droogte en hitte kan in de zomer een tweede piek ontstaan. Weersomstandigheden zoals weinig neerslag, lage luchtvochtigheid en veel zon bepalen tezamen het risico op natuurbrand. Met name bij aanvoer van droge continentale lucht door oostenwind is Nederland gevoelig voor natuurbranden.

Toenemend neerslagtekort
Door klimaatverandering neemt het risico op natuurbranden in met name de zomermaanden toe, schreef het KNMI vorig jaar in haar wetenschappelijke publicatie Een Extreem Rapport. Deze toename hangt samen met het ’s zomers toenemend neerslagtekort. Bovendien betekent het natter en zachter worden van de herfst en winter dat het groeiseizoen van planten langer wordt en dat de hoeveelheid vegetatie toeneemt, wat bij een droog daaropvolgend voorjaar voor extra veel brandstof zal zorgen, en daarmee een snellere en intensere verspreiding van vuur.

In dit rapport liet het KNMI ook zien dat vandaag de dag al ‘extreme zomerbranden’ mogelijk zijn, door te illustreren wat de gevolgen hadden kunnen zijn als de grote heidebrand van 7 augustus 2018 in Nationaal Park Drents-Friese Wold was uitgebroken op een dag met dezelfde droogtecondities maar met meer wind. Was dat het geval geweest, dan had binnen enkele uren meer dan 300 hectare natuurgebied verbrand kunnen zijn. 


BLUSSEN MET MINDER WATERDe nieuwe natuurbrandverwachting is vooral bedoeld om hulpdiensten zoals de brandweer te ondersteunen, zodat zij beter kunnen anticiperen op de verwachte aantallen natuurbranden.

Nederlandse hulpdiensten zijn primair ingericht op de gebouwde omgeving en in mindere mate op natuurbranden, constateerde het NIPV in 2023. Daarbij waarschuwde het NIPV ook voor het risico dat op brandgevoelige dagen meerdere (grote) natuurbranden tegelijkertijd kunnen woeden, en dat dit alles bovenop reguliere incidenten komt. Natuurbranden kunnen dan zoveel brandweercapaciteit vragen dat ‘de kans groot is dat er onvoldoende middelen overblijven voor de reguliere incidenten zoals woningbranden’, wat ‘bekend staat als een collapse van het brandweersysteem’.

Ook de toevoer van voldoende water vormt in sommige gebieden een knelpunt. Zo schreef Omroep Gelderland in december dat meerdere Gelderse gemeenten met kwetsbare natuurgebieden ontoereikende watervoorzieningen hebben om toekomstige natuurbranden te bestrijden. Waterbunkers zijn soms leeg, moeilijk bereikbaar, of niet in bezit van de gemeente, waardoor de brandweer niet altijd snel genoeg water bij een brand kan krijgen. 

Om deze situatie te verbeteren werken de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland en andere veiligheidsregio’s elders in het land aan het aanleggen van nieuwe waterputten. Ook zijn Nederlandse brandweerlieden vorig jaar in Spanje geweest om van de Spaanse brandweer te leren hoe natuurbranden geblust kunnen worden met verminderd waterverbruik, onder andere door vegetatie voor de brand uit weg te halen. 

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles