De Lauwersmeerdijk aan de Waddenzee wordt momenteel versterkt. In combinatie met deze dijkversterking zocht Waterschap Noorderzijlvest ook naar manieren om de natuur te versterken. De komende maanden worden daarom 290 nieuwe rifelementen en 132 getijdenpoelen aangelegd.
“Ecologisch gezien heeft de Waddenzee behoefte aan meer diversiteit”, zegt Silvia Mosterd, omgevingsmanager bij Noorderzijlvest. “Bij de dijkversterking, die we sowieso moesten doorvoeren, hebben we daarom combinaties gezocht met natuurversterkende maatregelen, maar ook met maatregelen die een positief effect hebben op bijvoorbeeld recreatie of vervoer.”

Silvia MosterdOp het gebied van natuurversterking worden rondom de dijk drie projecten uitgevoerd: kwelderuitbreiding, een getijdengebied met dijkdoorgang en de aanleg van kunstmatige riffen en getijdenpoelen. “Om de effecten van die riffen en poelen te kunnen meten, zijn we in 2021 begonnen met een pilot. Die heeft gelopen tot 2024 en bleek zo succesvol dat we besloten hebben te gaan opschalen.”
In de pilotfase onderzochten Van Hall Larenstein en de Rijksuniversiteit Groningen de ecologische effecten van de riffen. “We zagen een explosie van onderwaterleven rondom de structuren. We hebben verschillende materialen en samenstellingen getest, van gewone rioolbuizen tot speciaal ontworpen rifelementen.”
Daarbij valt volgens Mosterd op dat juist een verscheidenheid aan vormen en materialen versterkend werkt voor de biodiversiteit. “Verschillende soorten dieren en planten kunnen er zo een thuis of een schuilplek vinden en dat is juist het effect dat we zochten. Om zeker te weten dat het om een blijvend effect gaat, zal Rijkswaterstaat de komende tien jaar de riffen blijven monitoren.”
De komende maanden, halverwege oktober moet de operatie zijn afgerond, worden 290 nieuwe rifelementen en 132 getijdenpoelen direct langs de dijk aangelegd. “Voor zover wij weten is het daarmee het grootste kunstmatige rif van het land. Dat is een leuk feitje, waar het ons vooral om gaat is dat we hiermee laten zien dat het mogelijk is dijk en natuurversterking met elkaar te combineren.”
Mosterd wijst er bijvoorbeeld op dat de natuurlijke overgang tussen water en land op veel plekken in Nederland is verdwenen door de aanleg van dijken. “Dit heeft nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit en biodiversiteit. Ik denk dat het belangrijk is om te zorgen voor zachtere overgangen, met behoud van veiligheid en ruimte voor functies als recreatie.”