Een nationaal beverprotocol moet de schade van bevers aan dijken en andere waterkeringen beperken. De provinciale protocollen kunnen de prullenbak in, met de nieuwe werkwijze wordt gestreefd naar een landelijk eenduidige bestrijding van de bever. Doden van het dier blijft in de nieuwe aanpak een zaak van grote terughoudendheid.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft samen met het ministerie van Landbouw Visserij Voedselzekerheid en Natuur het initiatief genomen voor een Nationaal Beverprotocol. Uitgangspunt van het protocol is: Hoe kunnen we duurzaam blijven samenleven met de bever? De aanpak wordt gesteund door alle provincies, de Unie van Waterschappen, STOWA, ProRail en RVO.
De bever komt tegenwoordig voor in heel Nederland en doet zich steeds meer gelden als een probleemdier voor waterbeheerders. Ze bouwen dammen van takken en graven holen in oevers. Ook graven bevers ondergrondse holen in taluds van spoorbanen, autowegen en fietspaden.
Noodklok
De dammen kunnen tot wateroverlast of verdroging leiden en de gangenstelsels tot verzwakking van dijken en verzakkingen van taluds. Waterschappen luiden daarom al enige tijd de noodklok over de groeiende populatie bevers in ons land. Ze beschouwen de knaagdieren als de grootste bedreiging voor de veiligheid van de waterkeringen.
Zodra buitendijkse leefgebieden van bevers onderwater komen te staan bij stijgende rivierstanden, zoeken de dieren een veilig heenkomen in dijktaluds. Ze graven tunnels die rivierdijken ondermijnen. Bij elk hoogwater in de rivieren zijn waterschappen alert op gravende bevers. Zij zetten nachtelijke patrouilles in om dijkbevers op te sporen en te verjagen. Vangen of doden is in principe niet toegestaan; de bever is een beschermde diersoort.
Dezelfde werkwijze
Tot dusver werkt elke provincie met een eigen beverprotocol. Daarin komt nu verandering. Het Nationaal Beverprotocol is gebaseerd op de werkwijze in Zuid-Holland, aangevuld met ervaringen uit de provincies Limburg, Noord-Brabant en Groningen en Drenthe. Het doel is om voor het hele land dezelfde werkwijze te hanteren in het bestrijden van schade door de bever.
“Het protocol maakt duidelijk wat er mogelijk is, zodat beheerders sneller kunnen ingrijpen wanneer dat nodig is, mits het juridisch is ingebed”, aldus het ministerie in een toelichting. “Tegelijkertijd laat dit protocol ruimte voor lokaal maatwerk waar snel gehandeld moet worden als grote maatschappelijke problemen dreigen of al hebben plaatsgevonden.”
In het geval van een acute veiligheidssituatie, kan de bever op last van de burgemeester of dijkgraaf zonder omgevingsvergunning gevangen of gedood worden, of kan zijn verblijfplaats worden vernield.
Preventieve maatregelen
Het protocol legt het accent op het nemen van preventieve maatregelen tegen gravende bevers, zoals het aanbrengen van gaas in een dijktalud. Tegelijk blijft er ruimte voor het doden van bevers, maar slechts als de bever blijft volharden in ongewenst graafwerk of dammenbouw.
De landelijke beverpopulatie wordt geschat op 6.000 exemplaren. In Limburg zijn in het jaar 2023-2024 in totaal 170 bevers gedood wegens aanhoudende schade. Gelderland ging afgelopen jaar over tot het doodschieten van 7 bevers wegens herhaalde graverij in rivierdijken. Gravende bevers vergroten de kans op een dijkdoorbraak met de factor 10 tot 100, stellen dijkexperts.
In een advies op het concept-Beverprotocol bepleitte het Expertisenetwerk Waterveiligheid het terugdringen en reguleren van de beverpopulatie in het land. Daarin gaan de ministeries niet mee.
Bevervrije gebieden
In de nieuwe landelijke beveraanpak wordt nog een beslissing genomen over het instellen van zogeheten bevervrije gebieden. In Limburg, Groningen en Drenthe zijn al wel zulke gebieden aangewezen waar de bever welkom is en gebieden waar de bever minder of niet gewenst is. Landelijk is zo’n zonering ook wenselijk, stelt het ministerie.
“Hiermee kan enerzijds ruimte gegeven worden aan het verlagen van de risico’s voor de openbare veiligheid én anderzijds aan de bescherming van de bever en zijn leefgebied.”