Om de woningbouw te versnellen presenteerde de onafhankelijke adviesgroep STOER (Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving) begin juni haar eindconceptadvies aan demissionair minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Mona Keijzer. Hoewel opmerkingen van de waterschappen op een eerdere versie zijn meegenomen, blijft de Unie van Waterschappen kritisch op het rapport en stuurde een reactie.
STOER is een onafhankelijke adviesgroep die is ingesteld om tegenstrijdige en overbodige regels te schrappen die woningbouw vertragen. De groep doet aanbevelingen aan de Rijksoverheid om knelpunten in wet- en regelgeving op te lossen. Het doel is om de woningbouw te versnellen zonder onnodige bureaucratie.
In het STOER-rapport is meegenomen dat er behoefte is aan landelijke normen voor het omgaan met extreem weer, zoals piekbuien en hittestress, om de woningbouw niet per project te laten stranden in een wirwar aan lokale regels. De waterschappen onderschrijven dit uitgangspunt. “Een geborgd normenkader kan versnelling in de hand werken”, schrijft de Unie. Daarbij benadrukken zij wel dat de vertaling naar concrete eisen altijd gebiedsspecifiek moet blijven: bodemsoort, waterafvoer en hoogteverschillen zijn immers nergens hetzelfde.
Toch is de toon van de waterschappen scherp wanneer het gaat om andere onderdelen van het advies. STOER stelt voor om alleen nog te rekenen met een zogeheten 1-uursbui en langdurige neerslag buiten beschouwing te laten. Ook wil de adviesgroep de beschermende bouw beoordelingscategorieën ‘nee, tenzij’ en ‘ja, mits’ samenvoegen.
Stoel van waterbeheerder
Beide voorstellen stuiten op kritiek. De waterschappen hekelen het feit dat STOER hiermee uitspraken doet over wat wel of niet relevant zou zijn voor een plangebied. “U neemt plaats op de stoel van de waterbeheerder”, klinkt het in de brief aan de adviescommissie. Volgens de waterschappen is er een fundamenteel verschil tussen gebieden waar alleen onder voorwaarden gebouwd mag worden (‘ja, mits’) en locaties waar bouwen juist principieel wordt afgeraden (‘nee, tenzij’).
De Unie begrijpt het grote belang van woningzoekenden, maar waarschuwt dat dit belang juist geschaad wordt als klimaatadaptatie wordt genegeerd. “Voorkom dat woningzoekenden straks opgescheept zitten met een woning die over een paar jaar niet meer bewoonbaar is”, zo luidt de waarschuwing.
In aanvullende opmerkingen wijzen de waterschappen ook op andere zorgen. Zo zou de voorgestelde droogleggingsnorm (20 à 30 centimeter) veel te laag zijn; standaard hanteren zij en gemeenten een minimum van één meter tussen het waterpeil en het straatniveau. Ook dringen zij aan op behoud van de Beleidslijn Grote Rivieren, die bouwen in uiterwaarden beperkt. “Hoe realistisch is het dat voorzieningen in overstroombare gebieden bestand zijn tegen langdurige isolatie?”, vragen ze zich af.
Reactie Keijzer
Tot slot wordt het belang van waterkwaliteit genoemd. In de brief wordt gepleit voor het opnemen van maatregelen in nieuwbouwprojecten die de ecologische waterkwaliteit verbeteren, zoals doorstroming en natuurvriendelijke oevers. Waar STOER inzet op minder belemmeringen en meer vaart in de woningbouw, vrezen de waterschappen dat zulke vereenvoudigingen ten koste gaan van waterveiligheid, klimaatbestendigheid en gezond stedelijk leven.
Ondertussen reageerde Keijzer op 23 juni via een Kamerbrief op het STOER-advies. Daarin erkent zij het belang van snelheid in de woningbouw, maar benadrukt ook het belang van een integrale benadering waarin water en bodem sturend blijven. Op de aanbevelingen van STOER rond water en ruimtelijke ordening wil ze later terugkomen, na overleg met de collega’s van Infrastructuur en Waterstaat.