In een nieuwe studie analyseren econoom Lieke Hüsken (Deltares) en collega onderzoekers van TU Delft waarom het Marker Wadden-project wél slaagde in de financiering van grootschalig natuurherstel en welke lessen dit biedt voor vergelijkbare initiatieven wereldwijd.
De kunstmatige eilanden Marker Wadden in het Markermeer, gebouwd met lokaal slib, vervullen twee doelen: ecologisch herstel en recreatie. Het ontwerp is innovatief, maar minstens zo bijzonder is de wijze waarop het project werd gefinancierd.
De studie identificeert in totaal twaalf strategieën die hielpen de financiële barrières te overwinnen. Opvallend is dat bijna de helft van deze strategieën al in de pre-investeringsfase (2006-2012) werden ingezet, ruim vóór de daadwerkelijke uitvoering van het project. Deze vroege inzet creëerde de noodzakelijke voorwaarden om het initiatief van de grond te krijgen.

L.M. Lieke Hüsken
Het financieel fundament van Marker Wadden rust op publiek-private cofinanciering. Naast bijdragen van ministeries en provincies leverde een filantropische donatie van de Nationale Postcode Loterij een sleutelpositie in de financieringsstructuur. Recreatieve activiteiten zoals overnachtingen en bezoekersfaciliteiten dragen bij aan deels kostenterugwinning, maar zijn volgens Hüsken niet voldoende om alle exploitatiekosten te dekken. Toch vormen ze volgens haar een belangrijk aanvullend component in het financiële model.
Tegelijkertijd speelden beleidsinstrumenten een cruciale rol volgens Hüsken. Reguleringen zoals Natura 2000 en de Kaderrichtlijn Water vormden belangrijke drijfveren. Zonder ecologisch herstel zou economische ontwikkeling in de regio beperkt zijn gebleven. De regels maakten het mogelijk om financiering los te weken en het project gerechtvaardigd te krijgen.
Reputatiewinst en kennisontwikkeling
Het innovatieve karakter van het Marker Wadden-project - in het bijzonder het gebruik van slib als bouwmateriaal - trok niet alleen publieke middelen aan, maar ook private partijen die reputatiewinst en kennisontwikkeling nastreefden. Innovatie fungeerde hierbij zowel als trekker als financieringsmotor, zo wijst de studie uit.
Toch ziet Hüsken ook schaduwkanten. De afhankelijkheid van private en filantropische bronnen leidt tot vragen over democratische legitimiteit, gelijkheid en transparantie in de besluitvorming. Die trade-offs verdienen aandacht bij het repliceren van het model in andere contexten.
Samenvattend laat het onderzoek zien dat de vroege fase cruciaal was: vrijwel de helft van de strategieën werd al voor realisatie geïmplementeerd. Het project leunde op een divers financieringspakket waarin publieke, private en filantropische middelen samen de basis vormden. Recreatie leverde extra inkomsten, maar onvoldoende om zelfstandig de exploitatie te dragen.
Het onderzoek van Hüsken en collega’s maakt duidelijk dat het Marker Wadden-project meer was dan een technisch natuurherstelinitiatief. Het was een zorgvuldig gefinancierd en strategisch opgebouwd programma, dat bewijst dat natuurherstel op grote schaal alleen werkt bij een slimme mix van geldbronnen, timing en beleid. De lessen bieden handvatten voor toekomstige Nature-based Solutions, zowel in Nederland als daarbuiten.
LEES OOK
H2O Premium: Zijn de Marker Wadden een succes?