Water krijgt geen grote nieuwe impulsen, maar wél een aantal beleidskeuzes in de Miljoenennota 2026. De regering schuift geen grote investeringsprogramma’s naar voren, maar bevestigt wel bestaande afspraken over waterveiligheid en klimaatadaptatie. Tegelijkertijd worden de belastingen op watergebruik en afvalstoffen aangepast, wat direct gevolgen heeft voor huishoudens, bedrijven en waterschappen.
De totale uitgaven voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, waar ook het Deltafonds onder valt, stijgen licht. In 2025 gaat het om 14 miljard euro, in 2026 om 15 miljard, en dat blijft de jaren erna stabiel. Het Deltafonds financiert de bescherming tegen overstromingen, de zoetwatervoorziening en de ruimtelijke adaptatie aan klimaatverandering.
In de nota wordt bevestigd dat de eerdere bezuinigingen bij Infrastructuur en Waterstaat zijn teruggedraaid. Daarmee is ruimte behouden voor de uitvoering van geplande projecten, waaronder dijkversterkingen en onderhoud van waterwerken. Dit sluit aan bij de langlopende afspraken uit het Deltaprogramma. In het Deltaprogramma wordt gesteld dat er tot 2050 een tekort is van 9 miljard euro om het programma uit te voeren.
Zoals verwacht wordt het heffingsplafond op de belasting op leidingwater (BOL) stapsgewijs afgeschaft. Waar huishoudens en bedrijven nu nog maximaal over 300 kuub per jaar belasting betalen, wordt dat plafond in 2026 inderdaad verhoogd naar 55.000 kuub. Vanaf 2027 verdwijnt het plafond helemaal. Daarmee gaat de belastingdruk voor grootverbruikers van leidingwater fors omhoog.
Door het huidige heffingsplafond betalen grootverbruikers alleen belasting over de eerste 300 kuub die per jaar wordt geleverd. Het geldende tarief bedraagt 0,425 per kuub. Dit betekent dat grootverbruikers slechts over een klein deel van hun totale waterverbruik belasting betalen. Het leidt tot situaties dat grote bedrijven als Heineken en DSM per jaar 126 euro aan BOL betalen, terwijl ze miljoenen kuub aan leidingwater afnemen en gebruiken.
Zuiveringsslib in de afvalstoffenbelasting
Verder verdwijnt de vrijstelling voor zuiveringsslib in de afvalstoffenbelasting voor verbranding in AVI’s. Voor monoverbranders geldt de vrijstelling nog wel. Vanaf 2027 moet belasting worden betaald, en in 2029 komt er bovendien een apart, hoger tarief voor storten met ontheffing. Dat betekent dat waterschappen en waterzuiveringsinstallaties extra kosten tegemoet kunnen zien. De maatregel moet jaarlijks zo’n 11 miljoen euro opleveren voor de schatkist.
Zuiveringsslib is het restproduct dat achterblijft wanneer rioolwater wordt gezuiverd. In dit proces worden schadelijke stoffen zoals stikstof, fosfaat, microvervuilingen en organisch materiaal uit het water gehaald, zodat het schone water weer kan worden geloosd op het oppervlaktewater of in sommige gevallen hergebruikt. De stoffen die uit het water worden gehaald, komen terecht in slib. Omdat dit slib vervuild is, moet het worden verwerkt - doorgaans door verbranding.
Tot slot zijn er binnen het Klimaatfonds middelen verschoven, onder meer via dekkingstransacties, maar zonder concrete nieuwe impulsen voor waterprojecten. Wel wordt benadrukt dat klimaatadaptatie - waaronder waterbeheer - een blijvend aandachtspunt is.
LEES OOK
H2O Actueel: Deltaprogramma: \'We staan voor een nieuw hoofdstuk in onze watertraditie\'