De Unie van Waterschappen heeft vanmorgen het nieuwe inkoop- en aanbestedingsbeleid van de 21 waterschappen bekendgemaakt. ‘Professioneel inkopen met maatschappelijke impact’, prijkt op het voorblad. En het gaat ergens over: jaarlijks geven de waterschappen circa 4,5 miljard euro uit aan
infrastructurele projecten, diensten en werkzaamheden. Bestuurslid Vincent Lokin (portefeuillehouder inkoop & opdrachtgeverschap, tevens bestuurslid bij Waterschap De Dommel) en Henkjan van Meer (beleidsadviseur duurzaam opdrachtgeverschap bij de Unie) geven tekst & uitleg.
door Marianne Lankelma
Wat is er veranderd ten opzichte van het oude inkoop- en aanbestedingsbeleid?

Vincent Lokin Lokin: “In het nieuwe beleid staat het creëren van maatschappelijke impact door de inkopen en aanbestedingen van de waterschappen centraal, met vier randvoorwaarden: zorgvuldig omgaan met belastinggeld, professioneel inkopen en samenwerken, ethisch verantwoord handelen en voldoen aan wet- en regelgeving. Verder hadden we ons in ons inkoopbeleid van 2016 op een aantal terreinen vrij sterk vastgelegd. Om flexibeler te kunnen zijn, wilden we meer ruimte creëren voor maatwerk.”

Henkjan van MeerVan Meer: “Het vorige beleid ging ook over het ‘hoe’. Maar hoe waterschappen hun inkoop en aanbesteding inrichten, dat is uitvoering. Het nieuwe beleid gaat veel meer over het wat en het waarom: onze gezamenlijke doelen en ambities. Het is nu meer dan eerst een strategisch instrument.”
Doel van jullie nieuwe beleid is om met inkoop en aanbestedingen bij te dragen aan innovatie, veiligheid en duurzaamheid. Hoe ziet die impact er in de praktijk uit?
Lokin: “Laat ik als voorbeeld nemen het zuiveren van afvalwater. Dat doen we nu zo’n 50 jaar, en dan kom je weleens in de verleiding om te denken: goh, dat gaat ons best goed af, laten we doorgaan op het ingeslagen pad. Maar de techniek staat natuurlijk niet stil. In onze aanbestedingen stellen we de markt daarom steeds meer de vraag: daag ons uit en geef aan wat jullie denken dat de stand der techniek is."
"Vervolgens kiezen we uit de inschrijvingen de partij waarvan wij denken: yes, die heeft begrepen hoe de wereld evolueert. Dat kan bijvoorbeeld gaan over innovatieve zuiveringstechnieken, duurzamere bouwtechnieken, of het inzetten van kunstmatige intelligentie. Op die manier willen we met het door ons geïnde belastinggeld niet alleen voorzien in onze inkoopbehoeften maar ook maatschappelijke impact creëren.”
Toch staat er in uw nieuwe aanbestedingsbeleid: ‘Het is niet uitgesloten dat we kiezen voor alleen prijs of de laagste kosten op basis van kosteneffectiviteit.’ Kunt u een voorbeeld geven van gevallen waarbij u dit een gerechtvaardigd besluit vindt?
Lokin: “Stel, er moet een berg klei van A naar B worden verplaatst. We weten dan vrij exact wat we willen en zetten een gedetailleerd bestek in de markt. Qua inschrijvingen zitten we dan niet per se te wachten op hele creatieve gedachten, en gunnen we de opdracht aan de partij die ingeschreven heeft tegen de laagste kosten.”
Van Meer: “Dat staat er los van dat we vooralsnog willen dat de opdracht liefst op een duurzame manier wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld conform het convenant ‘Schoon en Emissieloos Bouwen’, waar de waterschappen medeondertekenaar van zijn. Maar een groot deel van de aanbestedingen gaat nu eenmaal over het eenvoudiger werk van alledag. En daarbij hebben we niet per se de ambitie om de aannemer uit te dagen.”
In een recent interview met H2O zei Femke Zevenbergen, tot voor kort voorzitter van de Vereniging van Waterbouwers, over aanbestedingen voor dijkversterkingen: “Nu is het zo dat 21 waterschappen en Rijkswaterstaat allemaal een eigen werkwijze hebben qua gunning en contractvorm. Aannemers moeten voor iedere aanbesteding bijvoorbeeld op een andere manier een financieel plan schrijven. Natuurlijk is ieder project anders, maar nu slaan we door in maatwerk. Laten we dus beginnen met standaardisatie. Want dan is er in ieder geval een uniform vertrekpunt.” Hoe kijkt u aan tegen deze roep om standaardisatie?
Lokin: “We moeten voorkomen dat we een heleboel platslaan met één uniforme aanpak. In ons nieuwe inkoopbeleid hebben we daarom geprobeerd een gulden middenweg te vinden. Standaardiseren en vereenvoudigen waar het kán, maar ruimte houden voor maatwerk wanneer dat iets toevoegt aan de samenwerking.”
Van Meer: “De werkwijzen van Rijkswaterstaat en de waterschappen voor aanbestedingen zijn overigens steeds meer op elkaar gaan lijken: in onze uitgangspunten, in de manier waarop we uitvragen in de markt zetten, in duurzaam opdrachtgeverschap. We vinden het heel belangrijk om die ontwikkeling voort te zetten, zeker in gevallen waarbij we alliantiepartners zijn, zoals het Hoogwaterbeschermingsprogramma.”
Zevenbergen zei ook: met portfoliocontracten kun je het aantal aanbestedingen minstens halveren, doordat je meerdere regionale projecten bundelt en dan niet voor ieder project een arbeidsintensief, kostbaar en langdurig aanbestedingsproces hoeft te doorlopen. Delen jullie de wens van de waterbouwers om meer in te zetten op portfoliocontracten?
Lokin: “Waar het kán, willen we dat. Maar we zoeken altijd naar een omvang die recht doet aan de behoefte van opdrachtnemers en onszelf om met zo min mogelijk overhead tot een goede samenwerking te komen. Meer bundelen is dan niet per definitie beter.”
Een bekend gegeven is dat er in de markt veel concurrentie is tussen sectoren (water, energie, bouw, infrastructuur) die ook grote projecten voor waterschappen hebben uit te voeren. Helpt het de waterschappen in die concurrentiestrijd om gezamenlijk in te kopen?
Lokin: “Het helpt ons zeker. We moeten ons profileren als een aantrekkelijke opdrachtgever. De markt moet weten: als we met de waterschappen zakendoen, waar kiezen we dan voor? Het is heel belangrijk dat we voldoende inschrijvingen krijgen en niet met lege handen komen te zitten. Want daarin is het speelveld veranderd: vroeger waren er altijd voldoende gegadigden, nu is de markt krap."
"Misschien een aardige illustratie: bij Waterschap De Dommel hadden we op een gegeven moment een uitvraag voor een grote renovatie van een rwzi in de markt gezet. De belangstelling: één gegadigde. Als reflex daarop hebben we dat de daaropvolgende keer anders aangepakt, door de uitvraag voor meerdere projecten te bundelen. Toen kregen we vier, vijf inschrijvingen. Door bundeling ging het om meer dan 100 miljoen euro, en werd de uitvraag interessant voor een ander segment van de markt.”
Welke status heeft zo’n inkoopbeleid nou eigenlijk precies voor de waterschappen? Is het een soort leidraad waar…
Van Meer: “Nee, het is géén leidraad! Dat is een punt waar de bestuurders van de waterschappen lang over gediscussieerd hebben met elkaar. Het is méér dan een leidraad. Het is echt een stip op de horizon, die voor alle 21 leden geldt. Maar: binnen dat beleid kan ieder waterschap zijn eigen keuzes maken, want ieder waterschap heeft zijn eigen regionale uitdagingen. Een waterschap in Drenthe zit met andere problemen dan een waterschap aan de kust."
"Onze rol als Unie is het faciliteren van het besluitvormingsproces. Eén centraal inkoopbeleid levert meer op dan wanneer 21 waterschappen ieder zelf het wiel uitvinden.”
LEES OOK
H2O actueel: Waterbouwers alarmeren: Nederland gooit miljoenen over de balk bij uitvoering dijkversterkingsprojecten