Svenja Fischer, hydrologe aan de Universiteit van Wageningen, ontving een Vidi-beurs voor een project dat overstromingen, en hun gevolgen, enkele dagen vooruit kan voorspellen. De verschillende oorzaken van overstromingen, het type neerslag waar dat toe leidt en de bodemsituatie worden meegenomen in de methodiek.
Overstromingen kunnen verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld zware of langdurige regenval of smeltende sneeuw. Die oorzaken, en de stand van de bodem in het neerslag gebied (droog, verzadigd, bebouwd of juist groen) bepalen samen de gevolgen van een overstroming.

Svenja FischerAl deze factoren wil Svenja Fischer van Wageningen University & Research vatten in een nieuw model. Voor haar onderzoeksplan ontving ze een Vidi beurs voor vijf jaar van maximaal 850.000 euro. De beurs wordt verleend door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Het NWO financiert en bevordert wetenschappelijk onderzoek in Nederland. Met een Vidi-beurs kunnen ‘onderzoekers een eigen, vernieuwende onderzoekslijn ontwikkelen en zelf een onderzoeksgroep opzetten’.
“De meeste modellen die ingezet worden om overstromingen te voorspellen, gebruiken als belangrijkste parameter het type overstroming dat het vaakste voorkomt”, vertelt Fischer. “Dat heeft eigenlijk twee problemen. De werkelijkheid is complexer: er zijn er nu eenmaal verschillende soorten overstromingen. Die hebben elk hun eigen, bijzondere eigenschappen.”
En anderzijds wijst Fischer ook op de rol van klimaatverandering. “Het weer verandert en wordt in sommige opzichten onvoorspelbaarder. Dat maakt dat er behoefte is aan een model dat ook om kan gaan met toekomstige veranderingen in overstromingen en toch enkele dagen vooruit precies overstromingen kan voorspellen.”
De komende vijf jaar wil Fischer, samen met een uit promovendi bestaande onderzoeksgroep, gebruiken om de verschillende typen overstromingen te karakteriseren en kwalificeren. “Dat is de ene kant. Daarnaast maken we een pakket met bijvoorbeeld data over waterstandsganglijnen en de bodemtoestand per gebied. Uiteindelijk, na circa drie jaar, gaan we die twee datapakketten dan samenvoegen. Gedurende de vijf jaar zullen we onze bevindingen valideren aan de hand van een casestudy in Nieuw Zeeland.”
Fischer hoopt dat haar onderzoek leidt tot een model dat wordt gebruikt door hydrologische instituten en onderzoeksorganisaties. “We zoeken dan ook de nauwe samenwerking met het hydrologische instituut in Nieuw Zeeland en in Nederland bijvoorbeeld met Deltares om feedback op te halen en te integreren in ons project.”