Aan de Klimaateffectatlas zijn vernieuwde, landelijke kaarten toegevoegd die laten zien waar (en hoeveel) plasvorming kan optreden bij kortdurende, hevige neerslag. De kaarten lenen zich voor risicoanalyses en stresstesten, en geven een indruk van de hoeveelheid water die tegen gebouwen kan komen te staan na korte, extreme regenbuien.
Daarbij gaat het om regenbuien die vooral ’s zomers kunnen ontstaan, wanneer de grond sterk is opgewarmd. Warme lucht stijgt dan op en koelt af. Uit de wolken die dan ontstaan, kan in korte tijd veel regen vallen. De omstandigheden hiervoor zijn vaak maar in een klein gebied aanwezig; het is goed mogelijk dat er een paar kilometer verderop veel minder of geen regen valt.
Door klimaatverandering neemt de kans op zulke lokale, hevige buien toe. Met iedere graad opwarming zal de lucht in Nederland namelijk zo’n 7 procent meer waterdamp gaan bevatten. De sneller opstijgende warme lucht en extra warmte in de wolk kunnen er tezamen voor zorgen dat er meer regen valt.
Update
In 2018 was al eens op landelijk niveau in kaart gebracht waar (en hoeveel) wateroverlast na zulke buien kan optreden. Deze kaarten waren echter verouderd geraakt: enerzijds door veranderingen in bebouwing, infrastructuur en inrichting van het landelijk gebied, anderzijds door nieuwe klimaatscenario’s en neerslagstatistieken, en verbeterde modelleertechnieken.
De nieuwe waterdieptekaarten, ontwikkeld door adviesbureau Nelen & Schuurmans en Deltares, zijn gemaakt door te modelleren hoe hoog het water kan komen te staan bij drie extreme neerslaggebeurtenissen: 70 mm regen in 1 uur, 90 mm in 1 uur, en 155 mm in 2 uur. De kaarten tonen ook stroombanen die laten zien in welke richting het water stroomt.
De kaarten kunnen gebruikt worden voor risicoanalyses en stresstesten. De ‘70 mm’ kaart geeft een eerste beeld van wateroverlast bij kortdurende hevige regen. De ‘90 mm’ kaart kan als aanvulling gebruikt worden als de riolering in een gebied minder dan 30 mm per uur kan afvoeren. Het landelijke model gaat er namelijk van uit dat het riool 30 mm per uur afvoert. De ‘90 mm’ en ‘155 mm’ kaarten zijn geschikt om een beeld te vormen van de wateroverlast die bij zwaardere en zeldzamere buien kan ontstaan rondom bijvoorbeeld vitale of waardevolle objecten.
Lokale omstandigheden
De kaarten tonen per locatie de maximale waterdiepte. Die kan tegen het einde van de bui ontstaan, maar ook tot 4 uur daarna. Het moment waarop de waterdiepte zijn maximum bereikt, hangt af van lokale omstandigheden; zowel in meteorologische zin (hoe gelijkmatig is de regen over de tijd verdeeld) als qua bodemopbouw (hoe snel kan het regenwater in de bodem wegzakken).
Ook kunnen toevallige omstandigheden zoals een verstopte kolk of duiker veel verschil maken, en zal de bergings- en afvoercapaciteit per rioleringsstelsel en bemalingsgebied verschillen. In de gebruikte 2D-modellen zijn de riolering en het oppervlaktewatersysteem bovendien sterk versimpeld.
De modelleurs benadrukken daarom dat de kaarten slechts een eerste indruk geven, en dat lokale berekeningen met meer gedetailleerde gegevens van de gemeente en het waterschap meer of juist minder wateroverlast kunnen laten zien.
Gebouwen
In de nieuwe kaarten is ook aangeduid hoeveel water er tegen een gebouw kan komen te staan door een bui van 70 mm in 1 uur; de zogeheten omgevingsscore zoals bedoeld in het Framework for Climate Adaptive Buildings.
Deze omgevingsscore zegt enkel iets over de omgeving van het gebouw; niet over de kwetsbaarheid van het gebouw zelf. Water tegen de gevel betekent niet automatisch schade, maar vergroot wel de kans dat water binnendringt. Hoe groot die schade vervolgens uitpakt hangt af van variabelen zoals de staat van het gebouw, de hoogte van vloeren en drempels en de waterbestendigheid van materialen en installaties in het gebouw.
Publiek-private samenwerking
De Klimaateffecatlas wordt beheerd door Stichting CAS (Climate Adaptation Services), in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het maakproces van de nieuwe waterdieptekaarten is georganiseerd door Stichting CAS en Stichting Dutch Green Building Council, met het ministerie als hoofdfinancier. Het Rijksvastgoedbedrijf, ProRail, het Verbond van Verzekeraars, ABN AMRO, ING, Rabobank, Nationale Nederlanden, Achmea Real Estate, a.s.r. Real Estate, Altera, Bouwinvest, NLV en Vesteda hebben ook financieel bijgedragen.
LEES OOK
H2O Actueel: Wat als Limburg 2021 zich elders herhaalt?
H2O Vakartikel: Landelijke normering wateroverlast bij woningbouw: dilemma’s en inzichten uit Diemen
H2O Wateragenda: 17 sept - Symposium ‘Weerbaar tegen wateroverlast’