Ga naar inhoud

Nieuwe meetmethode moet uitspoeling stikstof door landbouw in water verlagen

Door Tim Koorn
Nieuwe meetmethode moet uitspoeling stikstof door landbouw in water verlagen
Campus Wageningen University & Research | Beeld Wageningen University & Research
Gepubliceerd:

Om de waterkwaliteit in Nederland te verbeteren, willen overheid en landbouwsector meer sturen op doelen in plaats van op vaste regels. Daarbij is het nodig om goed meetbare indicatoren te hebben. Een van de meest kansrijke daarvan is het zogeheten minerale stikstofresidu (NR): de hoeveelheid stikstof die in het najaar na de oogst in de bodem achterblijft. Wageningen University & Research (WUR) ontwikkelde in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) een nieuw uniform meetprotocol voor het bepalen van dit NR.

Het minerale stikstofresidu is een relatief eenvoudige en goedkope manier om het risico op nitraatuitspoeling naar het grondwater te meten. Nitraatuitspoeling is schadelijk voor de waterkwaliteit en ontstaat wanneer stikstof uit meststoffen via regenwater in het grondwater terechtkomt. Door NR op perceelsniveau te meten, krijgen agrarische ondernemers zicht op hun bijdrage aan deze uitspoeling en daarmee handvatten om hun bedrijfsvoering aan te passen.

Het nieuwe protocol is opgesteld voor gebruik op minerale gronden (zand, klei en löss) in alle landbouwsectoren, van melkveehouderij tot vollegrondstuinbouw. De steekproeven vinden plaats tussen 15 oktober en 1 december, een periode waarin het stikstofresidu representatief is voor de nitraatuitspoeling. Te vroege of te late metingen kunnen een vertekend beeld geven door biologische processen of uitspoeling naar diepere bodemlagen.

Per perceel (maximaal vijf hectare) worden veertig steekmonsters genomen, verdeeld over drie bodemlagen: 0-30 cm, 30-60 cm en 60-90 cm. Voor de bovenste laag worden alle veertig punten bemonsterd, voor de middelste twintig, en voor de diepste tien. Deze verdeling is gebaseerd op de verwachting dat het meeste stikstof zich in de bovenste lagen bevindt. De bemonstering kan zowel handmatig als machinaal plaatsvinden, al heeft mechanisch steken de voorkeur vanwege de fysieke belasting en nauwkeurigheid.

Steekproeven
Een belangrijk element in het protocol is de methode voor het kiezen van steekpunten. De voorkeur gaat uit naar een gestratificeerde aselecte steekproef: het perceel wordt verdeeld in veertig blokken van gelijke grootte, waarna per blok een steekpunt wordt geloot. Dit verhoogt de betrouwbaarheid van de resultaten. Alternatief is de zogeheten W-methode, een zigzagpatroon over het perceel. Beide zijn voorlopig toegestaan.

De monsters worden per laag samengevoegd en koel getransporteerd naar een geaccrediteerd laboratorium. Daar worden ze geanalyseerd op nitraat en ammonium via een gestandaardiseerde spectrofotometrische methode. Wanneer directe analyse niet mogelijk is, worden de monsters ingevroren.

WUR onderstreept dat het huidige protocol een eerste versie is. Om het verder te verbeteren, zijn aanvullende studies nodig. Denk aan geo-statistisch onderzoek naar steekdichtheid, de invloed van bemonsteringstijdstip en de precieze relatie tussen NR en gewastype. Op termijn wordt gestreefd naar een volledig machinale bemonstering in één bodemlaag (0-90 cm) op alle steekpunten, om nauwkeurigheid en schaalbaarheid te vergroten.

De invoering van het NR-protocol past binnen een bredere beleidsbeweging richting doelsturing. Daarbij worden boeren gestimuleerd of afgerekend op hun bijdrage aan doelen zoals goede waterkwaliteit, in plaats van op het volgen van vaste regels. Voorwaarde is wel dat de meetmethode betrouwbaar, reproduceerbaar en niet manipuleerbaar is. Het nu ontwikkelde protocol legt daarvoor de technische basis. Of en hoe het straks daadwerkelijk in regelgeving of beloningssystemen wordt toegepast, moet nog blijken.

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners