Een weekje werk, met hopelijk een groots effect. Dat verwacht Jacob de Bruin, ecoloog en boswachter bij Natuurmonumenten, van de veendammen die vorige week zijn aangelegd in greppels in het Fochteloërveen, een Natura 2000-gebied op de grens van Drenthe en Friesland. De dammen moeten de waterafvoer uit verdroogde hoogveengebieden vertragen, zodat veenmos weer de kans krijgt om te groeien.
Zo’n 15 jaar geleden is De Bruin “gefascineerd geraakt door veen, en zodra je gefascineerd bent door veen, raak je automatisch ook gefascineerd door water”. Die twee zijn immers onlosmakelijk verbonden. “Alle hoogveengebieden in Nederland zijn gedraineerd met greppels en watergangen om water af te voeren, omdat ze vroeger gebruikt werden om te ontginnen, turf te winnen of boekweit te verbouwen”, vertelt De Bruin. “Vandaag de dag is het snel afvoeren van water uit deze gebieden echter het tegenovergestelde van wat we willen. Het Fochteloërveen is afhankelijk van regenwater, maar door periodes van langdurige droogte is het hoogveen hard achteruitgegaan. Herstellen kan alleen door veenmos te laten groeien tot een bedekkingsgraad van minimaal 50 procent, en daartoe moet het jaarrond nat blijven.”
Peilvakken
Door de vroegere afgravingen, en verschillen in mate van inklinking, zitten in het hoogveen van het Fochteloërveen grote hoogteverschillen in het maaiveld. “Hierdoor zijn er plekken met een steile rand van wel 1 meter hoogteverschil, en is het peilverschil tussen het centrum van het veen en de randen soms wel 3 tot 6 meter”, aldus De Bruin. “Stel je dan één waterstand in, dan krijg je misschien op 5 procent van het oppervlak een goede situatie, maar blijft het bovenop de veenkop te droog en wordt het onderaan juist te nat.”
Daarom is in de jaren ‘80 besloten om peilvakken aan te brengen in het veen. Het idee achter deze compartimentering is het maaiveldverschil te beperken tot maximaal 50 centimeter, en de waterstand naar de randen toe geleidelijk te laten aflopen in stappen van eveneens 50 centimeter. De peilvakken zijn in de jaren ‘80 begrensd met plastic (een soort vijverfolie), wat in 2000 uitgebreid is met zogeheten ‘kades’ van hout. De compartimentering heeft geleid tot een flinke uitbreiding van de veenmosbedekking, maar zowel het plastic als de houten kades zijn mettertijd gaan lekken.
Ierse inspiratie
Sinds 2022 is Natuurmonumenten daarom bezig met grootschalig kadeherstel. Hiertoe worden lage, brede zandlemen kades rondom het hoogveenlichaam gelegd, om de oppervlakkige waterhuishouding te verbeteren. Inmiddels is 35 van de beoogde 60 kilometer aan kades hersteld, met resultaat: de beter gecompartimenteerde delen vertoonden deze zomer vrijwel geen droogteschade.
“Maar om het hoogveen te regenereren, zijn de kades niet genoeg”, zegt De Bruin. “We moeten echt snel naar een situatie waarin het hoogveen weerbaar wordt tegen droge zomers. Niet alleen om veenafbraak te voorkomen en veenmos goed te laten groeien, maar ook zodat het gebied minder vatbaar is voor natuurbranden. Als je ziet wat er afgelopen zomer allemaal aan venen in de brand is gevlogen in Europa, zoals de Hoge Venen in de Ardennen... Dat waren allemaal venen die door greppels ontwaterd worden.”
Tijdens een werkbezoek aan Ierse veenbeheerders (een ‘climate buffer study tour’) raakte De Bruin geïnspireerd door een methode die in het Verenigd Koninkrijk en de Baltische staten al veel wordt toegepast in hoogvenen met een hellend maaiveld. “Men zet daar vol in op het leggen van veendammen in greppels, om de waterafvoer uit hoogveen te vertragen”, vertelt De Bruin. “Een simpele en goedkope ingreep, met ongelofelijk veel voordelen. Het voorkomt CO2-emissies door veenafbraak, het voorkomt natuurbranden, het is goed voor de biodiversiteit, en hoogveen als ‘sponsgebied’ kan ook bijdragen aan waterveiligheid. In het Lake District bijvoorbeeld maakt het vasthouden van water in hoogveengebieden lagergelegen dorpen beter beschermd tegen overstromingen.”
Goedkoop en snel
Van zijn Ierse collega’s kreeg de boswachter het ontwerp voor het aanleggen van deze veendammetjes. “De Ierse aanpak hebben we vrijwel één op één overgenomen; onze kraanmachinist zat vorige week met een Engelse handleiding in zijn kraan”, aldus De Bruin.
Het recept is simpel, legt hij uit. “In drie compartimenten met relatief veel hoogteverschil hebben we per 10 centimeter maaivelddaling een dam in de greppels gelegd; in totaal een kleine honderd. Daarvoor graaf je eerst een sleuf van 2 à 3 meter lengte, dwars op de greppel. Vervolgens graaf je een borrow pit, waar je veen uit gaat ‘lenen’ om een dam van te maken. Dit veen druk je aan in de sleuf, tot er een dam ligt die ongeveer 30 centimeter hoger is dan het maaiveld. Op die manier hou je alvast rekening met een beetje inklinking. Met de grond die uit de sleuf is vrijgekomen vul je tot slot de borrow pit weer op, waarna je alle afgeschepte vegetatie weer op zijn plek legt.”
Voor de maatregel wordt dus uitsluitend lokaal materiaal gebruikt. “Daardoor is het een heel goedkope ingreep. Praktisch het enige wat je nodig hebt is een lichtgewicht kraan met brede rupsbanden die over veen heen kan rijden, en een goeie machinist. In een weekje was hij klaar.”

“Bij ons is het veen er wel wat erger aan toe dan in de veengebieden in Ierland en de Baltische staten”, vreest de Bruin. “Door stikstofdepositie en verdroging wordt ons veen gedomineerd door pijpenstro, terwijl ze in bijvoorbeeld Ierland meer heide zoals dophei en struikhei hebben, en al wat meer veenmos [in de uitgangssituatie, red.]. Dat kan het daar makkelijker maken om het veenmos weer aan de praat te krijgen.”
Moskwekerij
De aanleg van veendammen is overigens slechts één van de verschillende sporen waar op ingezet wordt om het hoogveenherstel te bespoedigen. Een andere belangrijke maatregel in het Fochteloërveen is bijvoorbeeld het zo klein mogelijk houden van het verschil tussen het winter- en zomerpeil in het gebied. “Dat verschil proberen we liefst kleiner dan 20 cm en in ieder geval kleiner dan 30 cm te laten zijn, om de waterstanden jaarrond zo stabiel en hoog mogelijk te houden. We zien dat het veenmos onder die omstandigheden goed gedijt en zich uitbreidt.”
“Ook hebben we een stuk hoogveen gespit en vervolgens met een hogere waterstand laten drijven. Hiermee hebben we het maaiveld 50 centimeter weten te verhogen!”, vertelt De Bruin. “Daarmee is de pijpenstro-dominantie gereset, en op de drijftil kunnen veenmossen nu voortbouwen aan het hoogveen.” Dit wordt momenteel verder bestudeerd door onderzoekers van de Universiteit Utrecht en de Radboud Universiteit.
Ook heeft De Bruin veenmossen uit het Fochteloërveen opgestuurd naar een Engelse veenmoskwekerij, BeadaMoss. Deze kwekerij heeft een methode ontwikkeld waarmee veenmos snel vermeerderd kan worden. In de herfst van 2028 verwacht Natuurmonumenten 200.000 veenmospluggen retour te mogen ontvangen, die dan kunnen worden aangeplant in het Fochteloërveen.
Power to the Peatlands
En wie weet welke nieuwe ideeën De Bruin deze week weer zal opdoen. Van 2 tot 4 september vindt in Den Bosch namelijk de internationale conferentie Power to the Peatlands plaats. Deze Europese conferentie, georganiseerd door Natuurmonumenten, (Belgische zustervereniging) Natuurpunt en de Radboud Universiteit, staat volledig in het teken van veenherstel als sleutel voor klimaatadaptatie, waterbeheer en biodiversiteit.
Op de conferentie komen onderzoekers, beleidsmakers, natuurbeheerders, boswachters, bestuurders en ondernemers uit heel Europa af. “Meer dan 700 mensen die allemaal werken aan veenherstel. Daar wordt me een kennis uitgewisseld; daar lig je ’s avonds in je bed nog steeds van te tollen”, zegt De Bruin enthousiast. “Wat ik zo geweldig vind is dat er rondom het veen echt een soort collectief ontstaan is, waar zóveel drive en samenwerking achter zit. Ik kan er niet precies de vinger op leggen wat dat is...[zoekt naar woorden]...maar het is een bijzondere gemeenschap.”
KNW EXCURSIE
Donderdag 1 oktober organiseren het Koninklijk Nederlands Waternetwerk en Natuurmonumenten samen een werkbezoek aan het Fochteloërveen. Tijdens deze (gratis) excursie voor professionals en bestuurders uit de natuur- en watersector zullen Jacob de Bruin en John Tukker (beiden Natuurmonumenten) en Alwin Hut (Staatsbosbeheer) meer vertellen over het hoogveenherstel, de waterhuishouding en biodiversiteitsmaatregelen in het Fochteloërveen. De excursie begint met een broodje in Het Verenigingsgebouw van Natuurmonumenten in Veenhuizen, waarna het gebied te voet (4 km) en per fiets (5 km) verkend zal worden. Inschrijven kan via de website van het KNW.