Ondanks een droge winter begint Nederland met een relatief ‘normale start’ aan het zogeheten droogteseizoen. Dat meldde de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling vanmorgen op de Droogtemonitor. Voorlopig is er voldoende zoetwater beschikbaar en zijn er geen landelijke maatregelen nodig om aan de watervraag te voldoen. Wel staat het grondwater gemiddeld tot zeer laag voor de tijd van het jaar, en is de aanvoer van smeltwater uit de Alpen lager dan normaal.
De Droogtemonitor van het Watermanagementcentrum Nederland wordt bijgehouden met bijdragen van de waterschappen, Rijkswaterstaat, het KNMI, de provincies, Vewin en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Ieder jaar peilen de partijen rond 1 april met welke voorraden en vooruitzichten we het droogteseizoen ingaan, waar in formele zin de periode van 1 april tot 30 september onder verstaan wordt.
Droge winter
De balans is opgemaakt na een winter waarin alle maanden droger dan normaal waren, en december met een landelijk gemiddelde neerslag van 23 millimeter (vs. 78 millimeter normaal) zelfs zeer droog was volgens het KNMI.
Met ingrepen hebben de waterbeheerders daarom ingezet op het creëren van een ‘zo goed mogelijke uitgangspositie voor dit droogteseizoen’, aldus het jaarlijkse startbericht van de Droogtemonitor. Rijkswaterstaat en de waterschappen proberen zoveel mogelijk water vast te houden en het waterpeil te verhogen waar dit kan.
Zo wordt in het IJsselmeergebied momenteel gestuurd op een hoger voorjaarspeil, waarbij op gerichte momenten gespuid wordt naar de Waddenzee. Ook is in regionale watersystemen in het zuidwesten van het land, met name in de beheergebieden van waterschappen Scheldestromen en Brabantse Delta, het zomerpeil aangehouden vanwege de droge winter.
De Maas- en Rijnafvoeren zijn op dit moment iets lager dan normaal. Dat komt onder andere door een lage waterstand in bovenstroomse (stuw)meren, en minder sneeuwval dan gemiddeld in de Alpen. Verwacht wordt dat de aanvoer vanuit de Maas en Rijn de komende maand onder het langjarig gemiddelde zal liggen.
Grondwater
De grondwaterstanden vertonen regionale verschillen, maar zijn over het algemeen gemiddeld tot zeer laag voor de tijd van het jaar. Met name in het oosten, midden en zuiden van het land zijn grondwatervoorraden onvoldoende aangevuld na de droogte van 2025. In het westen en noorden van het land zijn de grondwaterstanden gemiddeld tot laag voor de tijd van het jaar.
De laagste grondwaterstanden zijn gemeten in het zuidwesten van het land, waar het neerslagtekort in 2025 het grootst was en waar ook deze winter de minste neerslag viel. Hierdoor zag bijvoorbeeld Waterschap Brabantse Delta zich in februari al genoodzaakt om inwoners, boeren en bedrijven te waarschuwen voor een zeer droog voorjaar, en in maart een eerste onttrekkingsverbod in te stellen. "We maken mensen liever niet bang, maar wel bewust van de situatie. We zitten nog steeds in een historisch droge periode", zei dagelijks bestuurder en loco-dijkgraaf Rian Govers-Gabriëls daarover tegen Omroep Brabant. Voor het komend droogteseizoen zijn de vooruitzichten voor met name het zuidwesten van het land dan ook “allerminst gunstig te noemen”, aldus de Droogtemonitor.
Voldoende voor watervraag
Met de start van het groeiseizoen voor de deur zal de zoetwatervraag voor de beregening van gewassen de komende periode toenemen. Toch is de verwachting al met al dat er, ondanks de ‘iets drogere start’, de komende periode voldoende zoetwater beschikbaar blijft en nog geen landelijke maatregelen nodig zullen zijn om aan de watervraag te voldoen.
Gedurende het droogteseizoen zal de berichtgeving op de Droogtemonitor, wanneer er sprake is van (dreigende) droogte of een neerslagtekort, wekelijks geactualiseerd worden. Kaarten en grafieken zullen meerdere keren per week worden geactualiseerd.
Jaarrond continuüm
Vorig jaar adviseerde het Expertisenetwerk Zoetwater en Droogte – een samenwerking van experts van onder andere het KNMI, Rijkswaterstaat, KWR Water Research Institute, de TU Delft, IHE Delft, Universiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam – om af te stappen van een op de kalender afgebakend droogteseizoen, en over te gaan op jaarronde monitoring en informatievoorziening. Volgens het expertisenetwerk moeten we droogte als jaarrond ‘continuüm’ gaan beschouwen, en leidt de formele benadering van droogte als iets dat zich tot één seizoen beperkt tot gemiste kansen voor tijdige communicatie en anticipatie op droge periodes.
"We nemen het advies van het expertisenetwerk serieus en hebben dit deels verwerkt in de Droogtemonitor", laat een woordvoerder van Rijkswaterstaat weten. "Zo tonen we het neerslagtekort vanaf 1 januari, en nemen we indicatoren op zoals de neerslag over het afgelopen halfjaar (SPI-6) en de ontwikkeling van grondwaterstanden. Deze laatste indicatoren namen we ook voorgaande jaren al op, maar sluiten nadrukkelijk aan bij de lijn die het expertisenetwerk schetst. Daarmee sluit de monitor beter aan op de feitelijke praktijk, waarin waterbeheerders de situatie al jaarrond volgen. Daarnaast werken we aan een nadere, inhoudelijke reactie richting het expertisenetwerk."