De gewone waterplanten verdwijnen uit onze wateren. Dat is de kern van een nieuwe analyse van FLORON en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), die laat zien dat veel algemene soorten de laatste jaren sterk zijn afgenomen in hun verspreiding in Nederland. Alleen waar natuurbeheerders gericht aan de slag zijn gegaan met de waterkwaliteit, krabbelen de planten weer op.
In het radioprogramma Vroege Vogels op NPO Radio 1 worden de uitkomsten van die analyse besproken met onderzoeker Michiel Verhofstad van FLORON en ecoloog Gerben van Geest. Zij schetsen een beeld dat op het eerste gezicht tegenstrijdig lijkt. Juist de ‘gewone’ waterplanten - soorten die je zou verwachten in veel wateren - gaan achteruit, terwijl planten van voedselarme vennen juist op meer plekken opduiken.
Volgens Verhofstad laten de gegevens van CBS en FLORON zien dat vooral de algemene soorten op minder locaties worden aangetroffen. Het gaat dan bijvoorbeeld om verschillende soorten fonteinkruid, planten die juist houden van relatief voedselrijke omstandigheden. Waar deze soorten ooit het beeld van veel wateren bepaalden, blijken ze nu op steeds minder plaatsen terug te komen.
Tegelijkertijd zien de onderzoekers een toename van waterplanten die afhankelijk zijn van voedselarme vennen. Dat is opmerkelijk, juist in een land waar de kranten vol staan met berichten over stikstof en overbelasting van natuur met voedingsstoffen. Als stikstof zo’n belangrijke voedingsstof is, zouden planten in die kwetsbare vennen daar immers last van moeten hebben. Verhofstad zegt geschrokken te zijn van de resultaten van de analyse: het patroon is anders dan hij op basis van de stikstofproblematiek had verwacht.
Die schijnbare paradox is volgens ecoloog Gerben van Geest te verklaren doordat het om veel meer gaat dan alleen stikstof. Hij wijst op herstelmaatregelen die in sommige gebieden zijn genomen, onder meer in de Overasseltse en Hatertse vennen. Daar is de waterkwaliteit de afgelopen jaren actief verbeterd. Bomen rond de vennen zijn gekapt om de natuurlijke stroom van grondwater weer op gang te brengen, en de waterbodem - waarin nog veel voedingsstoffen lagen opgeslagen - is opgeschoond.
Signaal voor Kaderrichtlijn Water
Volgens Van Geest zijn juist dat soort ingrepen nu terug te zien in de vegetatie: in dergelijke herstelde, voedselarme systemen doen de bijbehorende waterplanten het weer beter. De boodschap: waar gericht wordt gewerkt aan waterkwaliteit en aan de fysieke omstandigheden van het systeem, reageert de natuur.
De achteruitgang van waterplanten is te interpreteren als een alarmsignaal. De Europese Kaderrichtlijn Water schrijft voor dat de waterkwaliteit in alle lidstaten uiterlijk in 2027 “op orde” moet zijn. De analyse van FLORON en CBS laat volgens de onderzoekers zien dat Nederland die deadline op veel plekken niet gaat halen.Van Geest wijst erop dat de officiële beoordeling voor de Kaderrichtlijn naar een beperkt aantal wateren kijkt. In die selectie komt een iets rooskleuriger beeld naar voren. Maar wie, zoals het CBS nu heeft gedaan, álle beschikbare gegevens meeneemt, ziet een duidelijk neerwaartse trend. De flora onder water laat zo een minder gepolijst beeld zien dan de indicatoren waarop de standaardrapportages zijn gebaseerd.
Wat er precies moet gebeuren om de achteruitgang te keren, verschilt per gebied, benadrukt Verhofstad. De problemen met waterplanten - en daarmee met de waterkwaliteit - kunnen aan veel verschillende factoren liggen. Dat kunnen lokale omstandigheden zijn, historische belasting met voedingsstoffen in de bodem, hydrologie of andere invloeden. Voor je weet wat er moet gebeuren, moet je volgens hem per gebied goed onderzoeken welke factoren de doorslag geven.