Ga naar inhoud

Onderzoek Waddenacademie: keuzes bij zoetwaterspui beïnvloeden ecologie Waddenzee

Door Tim Koorn
Onderzoek Waddenacademie: keuzes bij zoetwaterspui beïnvloeden ecologie Waddenzee
Lorentzsluizen | Beeld Joop van Houdt
Gepubliceerd:

De manier waarop Nederland zoet water vanuit het IJsselmeer loost op de Waddenzee heeft directe gevolgen voor het ecosysteem van het kustgebied. Dat blijkt uit het rapport Het belang van zoetwaterspui voor de Waddenzee natuur, gepubliceerd door de Waddenacademie. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) en het Investeringskader Waddengebied (IKW).

In de periode 2010-2022 stroomde jaarlijks gemiddeld 16 miljard kubieke meter zoet water naar de Waddenzee. Ongeveer 90 procent daarvan liep via de spuisluizen in de Afsluitdijk, bij Kornwerderzand (47 procent) en Den Oever (44 procent). De afvoer vanuit het IJsselmeer is sinds 2010 met circa 20 procent afgenomen. Oorzaken zijn zowel drogere zomers door klimaatverandering als een gewijzigd spuibeleid waarbij meer water wordt vastgehouden om verzilting tegen te gaan.

Het onderzoek laat zien dat timing en locatie van spuien bepalend zijn voor de zoutgehalten in de Waddenzee. Spuien in de zomer heeft een sterker effect op de verlaging van het zoutgehalte dan spuien in de winter, omdat er dan minder menging plaatsvindt en het zoete water langer in het gebied blijft. Daarnaast blijkt spuien via Kornwerderzand een groter en langduriger effect te hebben dan via Den Oever. Het water dat daar wordt geloosd verspreidt zich tot voorbij Ameland, terwijl het water van Den Oever vooral richting het Marsdiep stroomt.

Veel planten en dieren zijn afhankelijk van stabiele zoutgradiënten. Trekvissen hebben het hele jaar een overgang van zoet naar zout water nodig om te kunnen migreren. Bodemdieren en zeegras zijn gevoelig voor veranderingen in gemiddelde zoutgehalten én voor extreme schommelingen. Door het huidige spuibeheer ontstaan juist sterke fluctuaties: in droge zomers kunnen de zoutgehalten in de Waddenzee oplopen tot boven die van de Noordzee, waardoor de gradiënten geheel verdwijnen.

Gevolgen voor vissen en vogels
Zoet water brengt daarnaast nutriënten en zoetwateralgen mee die een belangrijke voedselbron vormen voor schelpdieren. In de periode 1994-2012 was het IJsselmeer de belangrijkste bron van stikstof en fosfor voor de westelijke Waddenzee. Minder spui betekent dus ook minder voedsel in de basis van het voedselweb, met mogelijke gevolgen voor vissen en vogels.

Een min of meer stabiele zoetzoutgradiënt - vergelijkbaar met die van de voormalige Zuiderzee - is onder de huidige omstandigheden niet haalbaar. Daarvoor zijn de schommelingen te groot en ontbreken brakwatergebieden. Volgens de onderzoekers zijn ingrijpende keuzes nodig, zoals een ecologisch andere inrichting rond de Afsluitdijk of een spuibeleid dat meer op de Waddenzee is gericht. Alleen dan kan een stabielere overgang ontstaan die gunstig is voor trekvissen, zeegrasvelden en andere karakteristieke soorten.

De onderzoekers concluderen dat de verdeling van zoet water in Nederland niet alleen bepaald zou moeten worden door de verdringingsreeks op land, maar ook door de gevolgen voor kustnatuur. De Waddenzee is een Natura2000-gebied van mondiale waarde, en het spuibeleid heeft daar directe impact op. Het rapport beveelt daarom aan om de mogelijkheden van een spuiregime dat jaarrond een stabielere gradiënt oplevert nader te onderzoeken.


LEES OOK
H2O Premium: ‘Gun de Waddenzee haar deel van het zoete water’

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners