De provincie Overijssel presenteert een pakket aan maatregelen om de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater te verbeteren. In een informatiebrief aan Provinciale Staten schetst het college hoe het met een KRW-impuls en een nieuwe Uitvoeringsagenda Bescherming Drinkwaterbronnen toewerkt naar de Europese deadline van eind 2027 en daar voorbij. De provincie benadrukt dat de opgave in nauwe samenwerking met Vitens, waterschappen, gemeenten en LTO-Noord wordt opgepakt.
Centraal in de uitvoeringsagenda staat bronbescherming in en rond 23 drinkwaterwinningen. De provincie kiest voor drie focussporen. In Wierden wordt via de Proeftuin Drinkwater lerend gewerkt aan een toekomstbestendig gebiedsplan waarin drinkwaterwinning, landbouw en natuur beter in balans komen; het proeftuinbudget bedraagt 13,1 miljoen euro en loopt tot en met 2028.
Daarnaast worden in de koploperprojecten Archemerberg en Herikerberg expliciet de landbouwopgaven rond nutriënten en gewasbescherming meegenomen, inclusief extra monitoring en start een provinciale aanpak tegen verontreiniging door opkomende stoffen met herkomstonderzoeken en een gezamenlijke visie. Effecten op opkomende stoffen worden vooral na 2030 verwacht; voor bemesting rekent de provincie op merkbare afname, mede door landelijke mestregels.
Praktische stappen
De uitvoeringsagenda bevat verder praktische stappen: een handreiking en kennissessies voor gemeenten om grondwaterbescherming beter te borgen in omgevingsplannen, aanscherping van calamiteitenplannen voor waterkwaliteit rond het kanaal Almelo-De Haandrik en de Twentekanalen, beleidsevaluaties bij Deventer en Engelse Werk om te bepalen of diepe winputten voldoende bescherming hebben, een handelingsperspectief voor een bestaand gesloten bodemenergiesysteem bij Witharen en een beleidstoets op risico’s vanuit spoorwegen nabij winningen.
De provincie versnelt tevens de aanpak van bodemverontreinigingen (o.a. Wierden, Hasselo, Sint Jansklooster) en onderzoekt herkomst en risico’s van verontreinigingen bij onder meer Goor-Herikerberg, Hoge Hexel en Nijverdal. Tot slot komt er een verkenning van emissierisico’s uit de recreatiesector en wordt met klei op zand een bodemmaatregel in de landbouwpraktijk gebracht.
Parallel hieraan draait de KRW-impuls om de resterende ruimte tot 2027 maximaal te benutten. De provincie noemt scherpere bronanalyse (o.a. leeftijds- en herkomstbepaling van stoffen in grondwater), aanpak van drie PFAS-locaties, uitrol van het Early Warning Meetnet voor grondwater en een bestuurlijke watercoalitie met de waterschappen.
Aan oppervlaktewaterzijde zet Overijssel in op zorgvuldiger gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, een regierol bij indirecte lozingen en het verkennen van provinciaal grondbeleid waar dat de waterkwaliteit kan helpen. Deze impulsmaatregelen sluiten aan bij de drinkwateragenda en andere lopende trajecten.
Op verzoek van Provinciale Staten onderzocht Overijssel of het monitoringsnetwerk voldoet en hoe data beter ontsloten kan worden. De provincie meldde dat de basis op orde is: 64 structurele meetlocaties voor grondwaterkwaliteit, bemonsterd op meerdere diepten en met periodieke themarondes voor onder meer bestrijdingsmiddelen, farmaceutica en PFAS.
Early Warning Meetnet
Samen met Vitens en andere provincies is een Early Warning Meetnet opgezet in de bovenste meters van de ondergrond, zodat jong grondwater vroegtijdig signalen geeft; de eerste duiding wordt begin 2026 verwacht. Meetgegevens vanaf 1990 zijn publiek toegankelijk via de KennisHub Overijssel en eind dit jaar volgt het openbare Dashboard Overijsselse Wateraanpak met overzichten van opgaven en meetgegevens.
De geactualiseerde gebiedsdossiers (2023) laten zien dat nagenoeg alle drinkwaterbronnen te maken hebben met, veelal industriële, opkomende stoffen; daarnaast spelen uitspoeling door bemesting, lokaal medicijnresten en op enkele plekken verziltingsrisico’s. De provincie werkt met partners aan bronmaatregelen en beleidsafstemming. Op vijf van de 23 drinkwaterlocaties voldoet het grondwater momenteel niet aan één of meerdere KRW-doelen. De restopgave verschilt per winning en kan samenhangen met infiltratie van oppervlaktewater, landbouwdruk, historische puntbronnen of operationele issues.
De uitvoeringsagenda loopt tot 2030. Overijssel evalueert na twee jaar de voortgang; als vrijwillige inzet onvoldoende blijkt om bronnen schoon te krijgen, bereidt de provincie regulerende maatregelen voor, bijvoorbeeld rond gewasbeschermingsmiddelen, indirecte lozingen of aanvullende beschermingsregels in de omgevingsverordening.