In de nieuwe Landbouw- en Natuurverkenning laat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zien dat de doelen voor waterkwaliteit in 2050 binnen bereik kunnen komen via twee uiteenlopende paden. Deltares rekende mee aan de waterkwaliteits- en hydrologiemodellen. De kern: nutriëntenemissies omlaag én slimme inrichting van het watersysteem leveren samen de grootste winst op, maar volledig KRW-doelbereik vraagt óók maatregelen buiten landbouw en natuur.
De verkenning werkt met twee normatieve scenario’s: een intensief-technologische route (veel techniek, behoud van productie) en een natuurinclusieve route (extensievere landbouw, verweven met natuur). In beide gevallen stijgt het doelbereik voor stikstof en fosfor én voor de biologische kwaliteit van regionale wateren.
Volgens Deltares groeit in het intensief-technologische scenario het doelbereik voor stikstof van 60 procent (2027) naar 69 procent en voor fosfor van 57 procent naar 65 procent; de biologie (gemiddelde van vis, overige waterflora, macrofauna en fytoplankton) verbetert van 55 procent (2027) naar 75 procent. In het natuurinclusieve scenario loopt stikstof op naar 74 procent, fosfor naar 68 procent en de biologie naar 80 procent.
De PBL-analyse laat zien dat combineren loont. Het verlagen van mestgiften en andere nutriëntenbronnen verhoogt het aandeel waterlichamen dat aan N- en P-normen voldoet (circa +7 procentpunten in de intensief-technologische route en +13 in de natuurinclusieve route).
Voor de biologische kwaliteit komt daar substantiële winst bij door beheer- en inrichtingsmaatregelen (zoals hermeandering, natuurvriendelijke oevers, vistrappen en beter peilbeheer). In het intensief-technologische scenario is 2-7 procentpunt van de verbetering toe te schrijven aan lagere nutriënten en nog eens 5-23 procentpunten aan inrichting en beheer; in het natuurinclusieve scenario is dat respectievelijk circa 3-12 en ruim 5-27 procentpunten.
Ondanks de forse vooruitgang halen de scenario’s niet overal de KRW-doelen. Oorzaken zijn onder meer resterende emissies van rwzi’s, buitenlandse aanvoer van nutriënten en toxiciteit door chemische stoffen. PBL wijst erop dat, als álle rwzi-lozingen aan de norm van het ontvangende water voldoen, het doelbereik voor N en P in 2027 al met 7-8 procentpunten zou stijgen - een indicatie dat aanvullende technische aanpassingen buiten landbouw en natuur nodig zijn voor volledig doelbereik.
Bovendien bestaan er regionale verschillen: in het intensief-technologische scenario blijft de waterkwaliteit buiten natuur- en overgangszones relatief achter, terwijl de natuurinclusieve route generieker uitwaaiert over het landbouwareaal.
Verdroging en verstoorde kwel
Naast kwaliteit draait de opgave om kwantiteit en hydrologie: verdroging en verstoorde kwel zijn in veel Natura 2000-gebieden een knelpunt. Deltares benadrukt drie sporen voor herstel: minder ontwatering (minder en ondiepere sloten, hogere peilen), minder onttrekkingen (o.a. beregening en drinkwater) en meer aanvulling (actieve infiltratie of ander landgebruik, zoals naaldbos naar loofbos).
Overgangszones rond natuur - 500 meter als richtmaat, soms breder - blijken effectief voor grondwaterstanden en kwel. Vernatting van veenweidegebieden is in beide scenario’s noodzakelijk; in de natuurinclusieve route gaat het om alle veenweiden (peil tot 20 cm onder maaiveld).
Voor waterschappen en drinkwaterbedrijven bevestigt de verkenning dat integraal werken aan bronaanpak én systeemherstel nodig blijft. Denk aan: doorzetten van nutriëntenreductie (o.a. via landbouwmaatregelen en glastuinbouw in gesloten systemen), versnellen van inrichtingsmaatregelen in en rond KRW-wateren, én parallel daaraan rwzi-lozingen en toxische druk verder terugdringen.
PBL onderstreept dat modellering nog onzekerheden kent - bijvoorbeeld rond toxiciteit en andere drukfactoren - zodat extra inspanningen buiten nutriënten en inrichting nodig kunnen zijn om de biologische doelen te halen. Tegelijkertijd is de uitvoeringsopgave “van historische omvang”: er is meer capaciteit, financiering en ruimtelijke doorzettingsmacht nodig om richting 2050 de stap naar structureel schoner en robuuster water te zetten.