Ga naar inhoud

Pendelende regenwormen – bondgenoten voor de klimaatadaptatie van grasland?

Door Tim Koorn
Pendelende regenwormen – bondgenoten voor de klimaatadaptatie van grasland?
Lumbricus terrestris (grote blauwkopworm) | Foto Ties Temmink
Gepubliceerd:

Kan het waterregulerend vermogen van grasland verbeterd worden door het introduceren van regenwormen? Die vraag hoopt bioloog Roos van de Logt, onderzoeker bij het Louis Bolk Instituut en promovendus bij Wageningen University & Research, te beantwoorden met een praktijkproef die deze week start.

Door klimaatverandering krijgen we steeds vaker te maken met zowel hevige regenval als periodes van droogte. Wanneer regenwater onvoldoende in de bodem infiltreert, veroorzaakt dat problemen voor zowel boeren als waterbeheerders. Door plasvorming kunnen boeren het land niet op met machines, groeien gewassen minder goed en gaat de bodemstructuur achteruit. Ook kan afstroming van regenwater naar omliggende sloten leiden tot verslechtering van de waterkwaliteit, onvoldoende aanvulling van grondwatervoorraden, en een afvoerpiek. In extreme gevallen kunnen zelfs overstromingen ontstaan, met gevolgen voor de natuur, veiligheid en infrastructuur.

Pendelaars
Een behulpzame bondgenoot voor de aanpak van deze problemen kan misschien worden gevonden in een soort die hier al meer dan honderd miljoen jaar langer rondkruipt dan wij: de regenwormen. In Nederland komen minstens 30 verschillende soorten regenwormen voor, waaronder zogeheten pendelaars. In tegenstelling tot de meeste soorten graaft de pendelaar vaak diepe verticale gangen. Deze gangen kunnen tot zo’n twee meter diepte reiken en blijven open doordat de wormen op en neer pendelen: naar boven om voedsel te verzamelen en een partner te zoeken, naar beneden voor bescherming tegen predatoren en schommelingen in temperatuur en vochtigheid.

Roos van de Logt 180x180

Roos van de Logt“Daarin zijn pendelaars uniek; er zijn geen andere bodemdieren die zulke verticale gangen graven en in zulke grote getale voor kunnen komen, met tientallen of zelfs honderden per vierkante meter”, aldus Van de Logt. 

“En omdat deze kanaaltjes de waterinfiltratiecapaciteit verbeteren en diepe wortelgroei faciliteren, wat voor planten gunstig is in tijden van droogte, zou het interessant zijn om pendelaars als ecologische innovatie te kunnen inzetten. Oftewel: dat je pendelaars in grasland zou uitzetten, of een al aanwezige populatie door goed bodembeheer zou laten groeien, zodat het waterregulerend vermogen van grasland verbetert.”

Lumbricus terrestris
Om de potentie van dit idee te onderzoeken, hebben Van de Logt en collega’s zich de afgelopen 7 jaar gericht op de meest voorkomende pendelaarsoort, Lumbricus terrestris (grote blauwkopworm). Deze soort is inheems in Nederland en komt voor in zand-, klei-, leem- en veenbodems. L. terrestris wórdt al uitgezet voor bodemverbeterende doeleinden, vertelt Van de Logt, maar dan met name in tuinen van particulieren, parken en op festivalterreinen. “En een festivalterrein levert financieel per vierkante meter natuurlijk veel meer op dan landbouwgrond, dus daar of in een particuliere tuin is het de investering sneller waard. Daar komt bij dat L. terrestris op dit moment nog niet commercieel gekweekt wordt. Als je ze nu in Nederland bestelt, dan zijn ze in Canada op landbouwgrond verzameld en geïmporteerd.”

Voordat je als boer aan het uitzetten van wormen begint, wil je dus weten of het de investering wel waard is. “Je gaat niet duizenden euro’s aan regenwormen besteden om de meeuwen te voeren. Daarom is het belangrijk om eerst te onderzoeken met welke beheersmaatregelen je ervoor kan zorgen dat een bestaande populatie effectief groeit, en bij welke grondsoorten en bodemcondities een geïntroduceerde populatie een goede kans heeft om te overleven en vermeerderen. Ook wil je eerst goed kunnen inschatten of uitgezette wormen zich wel zullen vestigen, op lange termijn overleven, zich voortplanten en hun natuurlijke graafgedrag vertonen.”

Grondbewerking en pesticiden
Zodoende heeft Van de Logt onderzocht bij welke bodemcondities L. terrestris goed gedijt. “Dat hebben we gedaan door in kaart te brengen of en zo ja hoe talrijk de soort voorkomt in graslandpercelen op zandgrond, die van elkaar verschilden qua leemgehalte, grondwaterstand, aanwezigheid van mogelijk concurrerende regenwormen, en ‘leeftijd’, oftewel het aantal jaren sinds de laatste mechanische bewerking van het land.”

“Hiermee hoopten we aanvankelijk te kunnen aanwijzen dat L. terrestris onder omstandigheden X veel voorkomt, en onder omstandigheden Y weinig of niet. Zo simpel bleek het helaas niet te liggen. Tussen de onderzochte graslandpercelen zaten locaties waarvan wij verwachtten dat ze geschikt waren voor L. terrestris, maar waar ze dan toch niet voorkwamen. Omgekeerd waren er ook percelen die ongeschikt leken, maar die tóch een ruime populatie huisvestten. Het is niet altijd even makkelijk om daar een verklaring voor aan te wijzen, maar het zou bijvoorbeeld kunnen dat de soort op sommige plekken lokaal is uitgestorven door pesticidegebruik of vernieling van zijn habitat door mechanische grondbewerking.”

Praktijkproeven
Wat al bekend was, was dat de hoogste populatiedichtheden voorkomen in permanent grasland. Daarom volgden praktijkproeven op percelen met permanent grasland, van biologische en gangbare melkveehouders. Daarbij werden stalen buizen (van 50 cm lang en 60 cm doorsnee) met behulp van een kraan in de grond geduwd om het bodemprofiel niet te verstoren. In die buizen werd vervolgens L. terrestris geïntroduceerd, waarna de buizen werden afgesloten met een fijnmazig net om predatie en ontsnapping te voorkomen. Een jaar later werd de grond uit de buizen gehaald en met de hand uitgezocht om te kwantificeren hoe de populatie ervoor stond.

“Daaruit hebben we kunnen concluderen dat een deel van de uitgezette wormen het hele jaar overleefd had, zich had voortgeplant en diepe gangen had gegraven”, aldus Van de Logt. “Maar wel met de kanttekening dat er ook veel wormen dood waren gegaan, mogelijk door droogte of een onvermogen om zich aan te passen aan hun nieuwe leefomgeving.”

Ook zou het kunnen dat het beperkte leefgebied van de wormen in de stalen buizen daar een rol in heeft gespeeld. In de grootschaligere proef die (met financiering van het Brabantse BodemUP-project) nu van start gaat, krijgen de wormen dan ook de vrije loop. “We hebben ze uitgezet op een graslandperceel van een akkerbouwer die er tegenaan liep dat de bodemstructuur van dit perceel niet optimaal is, waardoor de teelt van gewassen soms moeilijk op gang komt. Wij – én hij en de leverancier van de wormen – zijn benieuwd of de introductie van pendelende regenwormen zou kunnen bijdragen aan bodemverbetering. Minimaal de komende 1,5 jaar gaan we het grasland en de regenwormenpopulatie monitoren. Het is mooi dat de wetenschap en de behoefte uit de praktijk op die manier nu samenkomen.” 

Het uitzetten van L. terrestris voor de proef die nu van start gaat | Foto Ties Temmink


DARWIN

Foto Rijksuniversiteit Groningen / Wikimedia Commons‘It is believed by some persons that wormburrows, which often penetrate the ground almost perpendicularly to a depth of 5 or 6 feet, materially aid in its drainage’, schreef Charles Darwin in 1881 al in zijn boek The Formation of Vegetable Mould, Through the Action of Worms (dat indertijd zo populair was dat er meer exemplaren van over de toonbank gingen dan van The Origin of Species). Darwin was van de jaren 1830 tot zijn dood in 1882 mateloos geboeid door regenwormen, en besteedde samen met zijn zoons en nichtjes vele uren aan het bestuderen van hun gedrag. Hij betwijfelde ‘of er andere dieren zijn die een dermate belangrijke rol in de wereldgeschiedenis hebben gespeeld’, en herkende intelligentie in de manier waarop wormen beredeneerd leken te handelen bij het construeren van hun gangen. Daarbij had hij ook aandacht voor ‘rainwater oozing down the burrows’ en de verticale wortelgroei die deze gangen faciliteerden. Met de kennis van nu nemen wetenschappers aan dat L. terrestris één van de soorten moet zijn geweest die Darwin indertijd bestudeerd heeft. 

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles