Ga naar inhoud

Pilot met ‘remote setting’ oesterkweek van start voor herstel van oesterbanken

Door Tim Koorn
Pilot met ‘remote setting’ oesterkweek van start voor herstel van oesterbanken
Oesterlarven (de kleine gele stipjes) gehecht aan een stenen substraat | Foto: Lex Bezemer (Port of Rotterdam)
Gepubliceerd:

In de haven van Rotterdam worden op 2 september meer dan een half miljoen platte oesters uitgezet die opgekweekt zijn met ‘remote setting’, een (voor Nederland) relatief nieuwe methode waarbij oesterlarven in de open lucht in zeecontainers gevuld met zeewater kans krijgen zich te hechten aan stenen, schelpen of ander hard substraat. Het gaat om een driejarige onderzoekspilot van een consortium van onderzoeks- en kennisinstellingen, natuurorganisaties, het Rotterdams havenbedrijf en netbeheerder TenneT. Met de pilot willen de partijen een bijdrage leveren aan de terugkeer van platteoesterbanken in de Noordzee.

Volgens Wageningen University & Research was een eeuw geleden nog een vijfde van het Nederlands deel van de Noordzeebodem bedekt met platteoesterbanken, maar zijn die door een combinatie van visserij, ziektes, watervervuiling en koude winters zo goed als verdwenen.
Oesters hebben een waterzuiverende functie, en de riffen die ze bouwen vormen een broedplek, voedselbron en rust- en schuilplaats voor veel mariene soorten, waaronder vissen als schol, kabeljauw en zeebaars, die op hun beurt haaien, roggen, bruinvissen en zeehonden aantrekken. Ook bieden oesterbanken een ondergrond waar koraalsoorten en waterplanten zich op kunnen vestigen en waar bijvoorbeeld haaien, roggen, kleinere vissen en zeekatten hun eitjes op kunnen afzetten.

Onder het OSPAR-Verdrag voor bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan is de platte (ook wel Zeeuwse) oester dan ook aangemerkt als bedreigde soort die bescherming behoeft. Eenmaal verdwenen keren oesters maar moeizaam terug. In het kader van de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie heeft Nederland zich daarom ‘de terugkeer en het herstel van biogene riffen, waaronder platte-oesterbanken’ ten doel gesteld.

Remote setting
De pilot die volgende week aanvangt is een samenwerking van Wageningen Marine Research, Wageningen University & Research, ARK Rewilding Nederland, Stichting Zeeschelp, Waardenburg Ecology, Van Oord Ocean Health, TenneT, Havenbedrijf Rotterdam en De Rijke Noordzee (een samenwerking van Stichting de Noordzee en Natuur & Milieu).

Doel van het project is opschaling van een eerder beproefde kweekmethode, ‘remote setting’. Deze techniek houdt in dat oesterlarven worden opgekweekt in een gespecialiseerd broedhuis, maar voor de fase van aanhechting aan substraat worden overgebracht naar een locatie in de open lucht en vlakbij zee, alwaar ze in zeecontainers gevuld met zeewater kunnen aanhechten aan stenen, schelpen of ander hard substraat. Nadat de jonge oesters een paar weken zijn opgegroeid, worden de oesters vanaf schepen uitgezet in zee, alwaar ze kunnen uitgroeien tot oesterbanken. 

Besparing van tijd en kosten
In vergelijking met de traditionele ‘direct set’ methode, waarbij het kweken van zowel de larven als de aanhechting op substraat in een kwekerij plaatsvindt, kan ‘remote setting’ volgens het consortium besparing van kosten en tijd opleveren, doordat het transport er eenvoudiger en goedkoper door wordt en er minder tijd in een gespecialiseerde kwekerij benodigd is. Met de techniek zou het volgens de partijen ook mogelijk moeten zijn om de stenen die gebruikt worden voor funderingen van platformen, windturbines en kabels te bezaaien met jonge oesters voordat ze in zee gaan.

Pauline Kamermans (Wageningen Marine Research), projectleider van de pilot: “Met deze methode hoeven we geen volwassen oesters uit de natuur te halen. We werken met larfjes die zich hechten aan stenen, waardoor we in korte tijd grote aantallen kunnen uitzetten. Dat maakt het transport veel eenvoudiger en biedt de kans om op grote schaal oesterriffen te herstellen.” 

"We kunnen met deze nieuwe methode in potentie miljoenen oesters uitzetten, en zo een extra zetje geven aan het ecosysteem”, aldus Francesc Montserrat, marien ecoloog bij ARK Rewilding. "Voortplanting onder water gaat met honderden miljoenen tegelijk. Als het eenmaal gaat lopen, kan het rif snel groeien en gaan wemelen van leven."

Australische en Amerikaanse oester
Volgens ARK Rewilding wordt de kweektechniek al decennia grootschalig toegepast voor uitzetting van de nauw verwante Australische en Amerikaanse oester. Vorig jaar experimenteerden ARK, The Nature Conservancy, Universiteit Gent en Stichting Zeeschelp voor het eerst in Europa met de kweektechniek in een kleinschalige pilot met Europese platte oesters in Zeeland. Hieruit bleek dat ook Europese oesterlarven binnen enkele dagen hechten aan de stenen of schelpen in de zeecontainers, en dat het transport van de larven (tot een reistijd van maximaal 24 uur) geen negatieve invloed heeft op de overleving. De pilot die nu aanvangt betreft een opschaling van dit eerdere experiment.  

De komende maanden monitoren de onderzoekers in hoeverre de uitgezette oesters overleven en groeien, en of platte oesters ‘rifgeluiden’ gebruiken om een geschikte plek voor vestiging uit te zoeken. Als dat het geval is, zouden deze geluiden voortaan kunnen worden ingezet om de kans op vestiging te vergroten.

Het consortium zal de komende drie jaar samenwerken om de remote setting methode verder te ontwikkelen. Volgend jaar gaan de partijen de methode ook testen bij een kabelkruising van TenneT op open zee.


LEES OOK
H2O Actueel: Onderzoek: platte oesters gedijen in windpark op zee

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners