Probeer andere VN-lidstaten ervan te overtuigen dat plasticpellets thuishoren onder de categorie \'Overige stoffen en voorwerpen die een gevaar vormen tijdens transport, maar die niet onder de definities van een andere klasse vallen\'. Zo luidt het advies van Antea Group, het ingenieursbureau dat in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzocht hoe de plasticpellet-emissies van de internationale scheepvaart gereguleerd kunnen worden. Haast is geboden, klinkt door in het adviesrapport dat het bureau maandag op zijn website publiceerde.
‘Persistente kunststoffen die in water kunnen drijven, zweven of zinken en die enig gebruik van het water kunnen hinderen’. Al op 4 mei 1976 zetten de Europese lidstaten hun handtekening onder een richtlijn die verontreiniging van het aquatisch milieu met deze stoffen moest voorkomen. Bijna 50 jaar later vormen allerhande bronnen van plasticemissies onverminderd een zorg en worstelen overheden in binnen- en buitenland met de regulering van deze stofgroep.
Het is een actueel thema voor de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) van de Verenigde Naties (VN), die belast is met het voorkomen van vervuiling van het marien milieu door de scheepvaart en die zich zorgen maakt over de verscheping van plasticpellets als significante bron van plasticemissies op zee. De transportketen voor plastic pellets (korrels die als grondstof dienen voor verdere verwerking) kampt namelijk met een flink gat in haar massabalans: jaarlijks ‘verdwijnt’ 445.000.000 kilo kunststofpellets tijdens verscheping op zee.
MSC Zoe
Dit verlies is onder andere te herleiden naar het overboord slaan van zeecontainers. Zo wordt geschat dat bij de ramp met de MSC Zoe, het containerschip dat in 2019 ten noorden van de Waddeneilanden 342 containers verloor, 11.000 kilo polystyreen pellets de Waddenzee in verdween. De IMO probeert het onderwerp aan te pakken sinds het incident met het containerschip X-Press Pearl voor de kust van Sri Lanka in 2021. In 2023 concludeerde het orgaan dat er behoefte is aan de ontwikkeling van juridische instrumenten om het verlies van plasticpellets op zee te reguleren.
Om de IMO hier als VN-lidstaat bij te ondersteunen gaf het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan Antea de opdracht te onderzoeken of het een wetenschappelijk onderbouwde basis kon formuleren ‘voor het feit dat plastic pellets schadelijk zijn voor het mariene milieu en indirect voor de gezondheid van de mens, en dat het om die reden noodzakelijk is om plasticpellets als gevaarlijke stoffen te beschouwen’. Ook kreeg het bureau opdracht de juridische mogelijkheden te onderzoeken om plastic pellets binnen de bestaande IMO-kaders te classificeren als gevaarlijke stoffen.
Plastics door IMO niet geclassificeerd als gevaarlijk
Complicerend aan plastics is dat de stoffamilie zo’n 32.000 individuele stoffen omvat, die voor verschillende toepassingen vaak in allerhande verhoudingen met elkaar vermengd worden. Zo’n 7.000 van deze stoffen heeft het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen geclassificeerd as ‘substances of very high concern’ (SVHC), een predikaat dat gereserveerd is voor de meest milieubezwaarlijke stoffen.
Maar de wetten van het land gelden niet op volle zee. Onder toeziend oog van de IMO werd in 1973 het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen gesloten, ook wel MARPOL-verdrag, en dit verdrag classificeert plastics niet als gevaarlijke stoffen of goederen. Het verdrag kent dan ook geen regels om plastic pellets als zodanig te behandelen bij het transport op zee.
‘Onvoldoende wetenschappelijk bewijs’
Op verzoek van het ministerie onderzocht Antea aan de hand van wetenschappelijke studies wat er bekend is over de effecten van plastic pellets op ‘het milieu, de mens en dieren’. De literatuurstudie bracht het bureau tot de conclusie dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs is waarmee bevestigd kan worden dat plasticpellets kunnen worden geclassificeerd als milieugevaarlijke stoffen zoals bedoeld in de definities van Annex III van het MARPOL-verdrag, de International Maritime Dangerous Goods Code (IMDG Code) of het Globally Harmonised System of Classification and Labelling of Chemicals (GHS) van de VN.
Wat betreft andere opties om plastic pellets binnen de bestaande IMO-kaders te reguleren noemt Antea het wijzigen van bijlagen van het MARPOL-verdrag, maar raadt deze optie af omdat dit ‘zou kunnen leiden tot langdurige debatten in IMO-commissies over juridische constructies in plaats van over de inhoud’.
Uit ‘pragmatisch oogpunt’ komt het adviesbureau tot de conclusie dat de meest kansrijke optie om het transport van plasticpellets op zee te reguleren zou zijn om plastic pellets in de IMDG Code te scharen onder de categorie \'Overige stoffen en voorwerpen die een gevaar vormen tijdens transport, maar die niet onder de definities van een andere klasse vallen\'. Het bureau verwacht dat deze route de grootste kans op een effectieve uitkomst zal hebben, en doet het ministerie de aanbeveling dit pad verder te onderzoeken.
Goede verpakking ‘niet realistisch’
Verder boog Antea zich over de mogelijkheden voor preventie van het verlies van plastic pellets door transport op zee. Zeecontainers met plastic pellets lopen volgens het rapport te vaak risico om vanaf het open dek van containerschepen overboord te vallen. Stormen, inadequate containerzekering of botsingen tussen aangrenzende containerstapels kunnen hier de oorzaak van zijn. Het zou daarom verreweg het beste zijn, stelt Antea, wanneer containers die plastic pellets bevatten benedendeks worden geplaatst, of als het toch bovendeks moet, dan op meer beschutte delen van het dek en niet aan de buitenranden.
Verder constateert Antea dat ‘geen van de huidige (..) verpakkingstypen is ontworpen en getest om pellets binnen te houden na een val van tientallen meters van een containerschip’. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om big bags. Het bureau raadt daarom aan dat pellets vervoerd worden in ‘een goede verpakking’, maar plaatst daar gelijk ook de kanttekening bij dat ‘geschikt (praktisch en niet extreem duur)’ verpakkingsmateriaal dat aan dit criterium voldoet ‘niet realistisch’ is voor het transport van plasticpellets en dat het eisen van degelijk verpakkingsmateriaal ‘het transport van plastic pellets vrijwel onmogelijk zou maken’.
Wijzigingsvoorstel
Antea raadt het ministerie aan om een voorstel in te dienen voor wijziging van de classificatie van plastics in de Model Regulations van de VN, die iedere 2 jaar worden herzien. Haast is geboden, klinkt door uit het advies, want de Sub-Committee of Experts on the Transport of Dangerous Goods komt maar tweemaal jaarlijks bijeen en het kan volgens Antea ‘makkelijk een jaar duren’ om een voorstel hierdoorheen te krijgen.
Vervolgens zou Nederland andere landen achter zich moeten krijgen bij het in IMO-verband benodigde debat, en zou beoogde wijziging op zijn vroegst kunnen worden opgenomen in de 25e Model Regulations die in 2027 zullen worden gepubliceerd. Daarna zou beoogde wijziging van de Model Regulations moeten worden opgenomen in een nieuwe versie van de IMDG Code, en de eerstvolgende dáárvan staat op de rol voor 2029. Maar, tempert Antea de verwachtingen alvast: dit is het meest positieve scenario.