Grote plassen op het land en afspoeling naar de sloot, met alle gevolgen van dien voor de waterkwaliteit. Hevige regenval veroorzaakt voor zowel boeren als waterbeheerders problemen als het water onvoldoende in de bodem infiltreert. Deltares deed onderzoek naar een verschijnsel waarover nog weinig bekend is en inventariseerde mogelijke oplossingen.
Plasvorming is een probleem voor de boeren, maaiveldafvoer voor de waterbeheerders. En beide komen vaker voor dan we denken, zo constateerden de onderzoekers van Deltares. "Ons onderzoek heeft aangetoond dat deze processen op grote schaal voorkomen." De belangrijkste oorzaak is meestal een verstoorde bodem, bijvoorbeeld door ploegen op steeds dezelfde diepte of de inzet van zware landbouwmachines.
Dat de problemen relatief onbekend en weinig zichtbaar zijn, komt volgens hen omdat we meestal binnen zitten tijdens zulke buien. Die zullen door klimaatverandering echter alleen maar toenemen, voorspellen ze. "Dit vormt een toenemende uitdaging voor zowel waterbeheerders als agrariërs."
In het kader van het NWO-project ‘Surface runoff in flat areas’ (SURFLAT) heeft Deltares daarom onderzoek gedaan naar maaiveldafvoer. Daarbij is samengewerkt met onder andere de waterschappen Vechtstromen en Aa en Maas en STOWA. Op twee percelen in Twente en Brabant zijn metingen verricht.
Drie jaar geleden al werd in opdracht van Vechtstromen veldonderzoek gedaan op veertig percelen in Twente. Over de bevindingen uit beide onderzoeken organiseert Deltares op 28 oktober een middagsymposium in Ede.
Greppels
Door plassen op het land kan een boer het land niet op met zijn machines, groeien gewassen minder goed en gaat de bodemstructuur achteruit, schrijven de onderzoekers. Een boer wil de plassen dus zo snel mogelijk afvoeren. Hij zal er bijvoorbeeld voor kiezen om greppels te graven om het water af te voeren.
Een waterbeheerder wil juist zo min mogelijk maaiveldafvoer. Als tijdens een flinke regenbui het water snel over het land afstroomt, komt er ineens veel water in de waterlopen terecht. Dit veroorzaakt een grote afvoerpiek en mogelijk overstromingen benedenstrooms.
Daarnaast kan maaiveldafvoer ook zorgen voor verslechtering van de waterkwaliteit, doordat nutriënten en bestrijdingsmiddelen afspoelen. Een waterbeheerder ziet liever dat het hemelwater in de bodem infiltreert en de grondwatervoorraad aanvult.
Win-win-situaties
Uiteindelijk zijn zowel boeren als waterbeheerders er volgens de onderzoekers allebei bij gebaat dat het hemelwater de bodem in zakt, om daarmee zowel plasvorming als maaiveldafvoer te voorkomen.
Zij willen daarom ‘win-win-situaties’ verkennen die beide verschijnselen tegengaan. Dan gaat het om het vergroten van de infiltratiecapaciteit en de verticale doorlatendheid van de bovenste decimeters van de bodem, bijvoorbeeld door niet met zware machines het land op te gaan en door akkers niet kaal te laten liggen.
"Op het symposium willen we in gesprek over het vervolg", vertelt grondwaterspecialist Perry de Louw van Deltares. "Dit is het eerste onderzoek sinds lange tijd, we weten er nog maar weinig van. Maar wat wij hebben gezien, is dat het bij alle bodems en bij alle vormen van landgebruik voorkomt. En dat landbewerking van grote invloed is."