Na jarenlang protest van omwonenden heeft de Raad van State vandaag geoordeeld: het consortium Meanderende Maas kan haar plannen voor versterking van de Maasdijk in Ravenstein voortzetten. Alle bezwaren van buurtbewoners en Stichting Beschermd Stadsgezicht Ravenstein tegen de komst van een keermuur in het Brabantse vestingstadje zijn door de bestuursrechter ongegrond verklaard.
De keermuur is onderdeel van project Meanderende Maas, een HWBP-project dat als doel heeft de dijk van Ravenstein tot Lith te versterken, de Maas aan Gelderse en Brabantse zijde meer ruimte te geven en het gebied ‘mooier en economisch sterker’ te maken. Aan Brabantse zijde van dit riviertraject voldoet de Maasdijk niet aan de waterveiligheidsnormen. Daarom wil het consortium deze dijk versterken, waarbij stabilisatie met waterkerende damwanden als meest geschikte optie uit de bus is gekomen.
Bovenop deze damwanden komt de betwiste muur: een bakstenen keermuur die de uitstraling van een ‘eigentijdse vestingmuur’ moet krijgen, en die de twee (eind jaren ‘90 teruggevonden) rondelen van de oude vesting met elkaar zal verbinden. De keermuur zal op een hoogte van 11,9 meter boven NAP komen te liggen, terwijl de dijk en de weg erop op de huidige hoogte zullen blijven. Daarmee zal het verschil tussen de straat en de hoogte van de muur ongeveer 70 centimeter tot een meter bedragen.

Artist impression van de keermuur | Beeld Meanderende Maas
‘Totaal overbodig’
Al jaren vormen de plannen voor deze muur – de hoogte, de bomen die ervoor moeten wijken, maar vooral: dat hij er überhaupt moet komen – een lokale splijtzwam (Volkskrantcolumnist Jarl van der Ploeg schetste in 2022 al eens de sfeer). Zo vrezen verschillende buurtbewoners dat de muur als “toeristische trekpleister” een verkeersaantrekkende werking zal hebben. Ook vinden Stichting Beschermd Stadsgezicht Ravenstein en omwonenden dat door de muur het ‘uitzicht op de Maas verdwijnt’, dat de muur ‘het aanzien van Ravenstein wezenlijk zal aantasten’, en dat ‘de bezoeker van de historische vestingstad op het verkeerde been wordt gezet, want er heeft nooit een muur op (..) de voormalige vestingwal gestaan’.
“Als er een muur heeft gestaan, hadden we daar bewijs van moeten zien”, aldus historicus Willem Jan Pantus, bestuurslid van de stichting, in 2021 tegen Omroep Brabant. Een nieuwe kademuur schept volgens hem “een vals beeld van de geschiedenis van Ravenstein”.
Om tegemoet te komen aan bezwaren uit de omgeving besloot Waterschap Aa en Maas in 2021 om 60 centimeter van de oorspronkelijk beoogde muurhoogte af te halen. Daarmee was de kous niet af. Volgens de stichting is de muur namelijk in beginsel “totaal overbodig (..) vanuit het oogpunt van veiligheid tegen hoogwater”, en zou de vereiste waterveiligheid ook bereikt kunnen worden met ophoging van de bestaande dijk. Een gronddijk zou vanuit cultuurhistorisch perspectief volgens hen passender, en bovendien goedkoper zijn.
Flessenhals
Zodoende gingen de stichting en enkele omwonenden in hoger beroep tegen een projectplan van het waterschap, en de goedkeuring en vergunningen die daarvoor verleend waren door de Provincie Noord-Brabant en de Gemeente Oss. Alle ingediende beroepschriften verklaarde de Raad van State vandaag ongegrond.
Volgens de bestuursrechter hebben de betrokken overheden de noodzaak en keuze voor een keermuur voldoende onderbouwd. Zo moet de Maas ter hoogte van Ravenstein door een flessenhals, waar de afstand tussen de Gelderse en Brabantse dijk maar een kleine 400 meter is. Wil men deze flessenhals in de toekomst nog kunnen verruimen, dan zal dat volgens de verwerende overheden eenvoudiger gaan wanneer er een damwand met muur wordt gerealiseerd in plaats van een verhoogde gronddijk.
Strang
Ook heeft de combinatie van een damwand met keermuur als voordeel dat er zo min mogelijk buitenwaarts wordt uitgebreid, en daarmee zo min mogelijk ruimte van het rivierbed wordt afgenomen. Voor een gronddijk daarentegen zou veel meer ruimte nodig zijn, met juist verdere vernauwing tot gevolg. Daarnaast zijn er plannen om in de toekomst een strang (nevengeul) te reconstrueren die tot ongeveer 1950 langs Ravenstein liep. In geval van ophoging van de bestaande dijk zou de strang niet op zijn oorspronkelijke locatie kunnen worden teruggebracht. Tot slot zou een gronddijk met zich meebrengen dat de rondelen deels bedekt zouden raken met grond, en daardoor minder zichtbaar zouden worden.
Lindebomen
De stichting en omwonenden verzetten zich ook tegen de kap van ‘ongeveer acht lindebomen’. Ook hierin stelt de bestuursrechter de betrokken overheden in het gelijk, omdat de kap van deze bomen noodzakelijk is voor het aanbrengen van de damwanden. Ook geldt voor een aantal bomen dat hun wortels de fundamenten van de rondelen aantasten. Daarbij heeft men een belangenafweging moeten maken, waarin de noodzaak voor dijkversterking en het behoud van de rondelen zwaarder wogen dan het behoud van deze bomen.
Wat het uitzicht betreft tot slot, oordeelde de rechter dat een blijvend recht op vrij uitzicht niet bestaat, en dat de muur ‘nauwelijks invloed’ zal hebben op het uitzicht van de bezwaarmakers.