Het gebruik van PFAS-pesticiden in de land- en tuinbouw in Nederland is de afgelopen 3 jaar met circa 67 procent toegenomen. Dat blijkt uit onderzoek van bureau CLM naar het gebruik van PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen in verschillende teelten en provincies en naar de risico’s voor grondwater en bodem.
Er zijn veel zorgen over de impact van PFAS op mens en milieu, maar over het hoe en wat is nog weinig bekend. Op verzoek van de drinkwaterbedrijven, verenigd in Vewin, en zeven provincies onderzocht CLM daarom welke PFAS-pesticiden in Nederland zijn toegelaten en hoe vaak die worden gebruikt.
Op dit moment zijn er 25 werkzame stoffen toegelaten die een PFAS-verbinding zijn: 10 fungiciden (tegen schimmels), 8 herbiciden (tegen onkruid), 7 insecticiden (tegen insecten) en 3 hulpstoffen. In totaal zijn er 115 middelen op de markt die deze een of meer van deze PFAS-pesticiden bevatten, zo blijkt uit het rapport.
PFAS staat voor per- en polyfluoralkylstoffen. Deze stoffen komen niet in de natuur voor, maar zijn door mensen gemaakt en breken nauwelijks af. Ze worden gebruikt in bijvoorbeeld blusschuim, anti-aanbakpannen en kleding en dus ook in bestrijdingsmiddelen.
Top drie
Sinds begin jaren negentig zijn er PFAS-pesticiden toegelaten in de Nederlandse land- en tuinbouw. En terwijl de totale afzet van gewasbeschermingsmiddelen aan het afnemen is, blijkt het gebruik van deze PFAS-houdende middelen juist sterk te stijgen: van circa 150.000 kilo in de periode 2010 tot 2020 naar ruim 250.000 kilo in 2023.
De grootste afzet betreft de groep van fungiciden; daar doet zich ook de sterkste stijging voor. De top drie van provincies waar de meeste PFAS-pesticiden worden gebruikt zijn respectievelijk Noord-Holland, Groningen en Drenthe.
Dat wordt in het rapport verklaard door de grootschalige teelt van aardappelen, suikerbieten, snijmais, wintertarwe, lelies en tulpen. Vooral hierbij wordt veel gebruikgemaakt van PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen.
Trifluorazijnzuur
Hoewel de CLM-onderzoekers het moesten doen met beperkt beschikbare data en literatuur, bevestigen die volgens hen de zorgen dat ongewenste verspreiding van PFAS-pesticiden naar grondwater en bodem plaatsvindt.
Daar worden ze afgebroken en worden metabolieten (afbraakproducten) gevormd. Vanuit de 25 toegelaten PFAS-pesticiden blijken minstens 134 metabolieten gevormd te kunnen worden, waarvan 75 procent zelf ook nog een PFAS is.
De bekendste daarvan is TFA (trifluorazijnzuur), een PFAS met een korte molecuulketen die zeer slecht gezuiverd kan worden. Dit TFA komt in alle provincies op een groot aantal meetpunten in verhoogde concentraties in het grondwater voor.
Aanbevelingen
De onderzoekers roepen de provincies en Vewin op het onderwerp te agenderen bij de ministeries en bij het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). De provincies en de rijksoverheid kunnen volgens hen meer doen om het grondwater als bron voor drinkwater te beschermen.
Ze doen een aantal concrete aanbevelingen voor het toelatingsbeleid, de monitoring en de registratie van middelen. Een daarvan luidt om actief te communiceren met de land- en tuinbouwsector en gebruikers te informeren over de PFAS-pesticiden die op de markt zijn. Daarvoor hebben ze een overzicht gemaakt met alle 25 stoffen en 115 middelen.
Reactie Vewin
"Het gebruik van PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen resulteert in een grote, onomkeerbare uitspoeling van het afbraakproduct naar het grondwater en de dus de bronnen van drinkwater", stelt Vewin in een reactie op het CLM-rapport.
De koepel pleit voor "een zo snel en breed mogelijke implementatie van het Europese restrictievoorstel voor PFAS". Vooruitlopend daarop moeten lozingen in Nederland snel geminimaliseerd worden. Net als Denemarken moet ons land een verbod op PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen invoeren.