Ga naar inhoud

Rapport: toestand veenweidesloten slechter dan verwacht, maar ook eerste lichtpuntjes zichtbaar

Door Tim Koorn
Rapport: toestand veenweidesloten slechter dan verwacht, maar ook eerste lichtpuntjes zichtbaar
Beeld Veenweide Innovatiecentrum
Gepubliceerd:

De kwaliteit van veenweidesloten in Nederland is zorgwekkender dan vooraf werd aangenomen. Dat blijkt uit de Tussenrapportage Veenweidesloot van de toekomst, waarin onderzoekers voor het eerst op grote schaal de toestand van sloten in veenweidegebieden in kaart brengen.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door een consortium van kennis- en praktijkpartners, waaronder NMI, FLORON, het Veenweiden Innovatiecentrum (VIC), ORG-ID en Waternet. Het project wordt gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en STOWA, mede namens diverse waterschappen.

In het onderzoek zijn bijna tweehonderd sloten bemonsterd en geanalyseerd. De algemene conclusie is duidelijk: de huidige toestand van veel veenweidesloten is “niet zo best”, al signaleren onderzoekers ook enkele positieve uitzonderingen. De problemen zijn divers en hangen nauw samen met waterkwaliteit, biodiversiteit en fysische kenmerken van de sloot. Zo staan ecosystemen onder druk door een hoge nutriëntenbelasting, gebrek aan waterplanten en verslechterde bodemcondities. Daarnaast spelen oeverafkalving en baggerophoping een rol, evenals de aanwezigheid van invasieve soorten.

Drooglegging
De beperkte drooglegging – gemiddeld 33 tot 40 centimeter – illustreert volgens de rapporteurs bovendien hoe kwetsbaar het systeem is voor veranderingen in waterbeheer en klimaatinvloeden. Een belangrijke uitdaging is de noodzakelijke verhoging van het waterpeil om bodemdaling en broeikasgasemissies tegen te gaan. Die maatregel kan echter ook negatieve effecten hebben op waterkwaliteit en oeverstabiliteit. Het rapport benadrukt dat deze spanningen nog onvoldoende zijn uitgewerkt in beheerstrategieën.

Tegelijkertijd zorgen extremere weersomstandigheden – zoals droogte en piekbuien – voor grotere schommelingen in waterstanden. Daardoor neemt de druk op het watersysteem verder toe. Hoewel de behoefte aan concrete handelingsperspectieven groot is, levert deze tussenrapportage nog geen kant-en-klare adviezen op. De onderzoekers benadrukken dat het onderzoek nog loopt en dat inzichten kunnen veranderen na aanvullende analyses en metingen.

Wel biedt het rapport een eerste overzicht van de relaties tussen beheermaatregelen – zoals baggeren, slootschonen en peilbeheer – en de ecologische en chemische kwaliteit van sloten. Deze kennis vormt de basis voor toekomstige experimenten en richtlijnen. Daarnaast wordt gewerkt aan zogenoemde ‘wensbeelden’: beschrijvingen van hoe een goed functionerende veenweidesloot eruit zou moeten zien, inclusief stabiele oevers, lagere nutriëntenbelasting en hogere biodiversiteit.

Toekomstige sloot
Die aanpak is volgens de onderzoekers noodzakelijk om tot toepasbare oplossingen te komen, zeker gezien de uiteenlopende belangen in het veenweidegebied. De komende jaren staan in het teken van verdere analyse en praktijkexperimenten. Daarbij wordt onder meer gekeken hoe aangepast beheer kan bijdragen aan betere waterkwaliteit en hoe negatieve effecten van peilverhoging kunnen worden beperkt.

Het onderzoek maakt deel uit van het Veenweiden Innovatieprogramma Nederland (VIPNL) en richt zich op de vraag hoe een ‘toekomstbestendige sloot’ eruit moet zien. Daarbij draait het om een complex samenspel van functies: waterafvoer, landbouwkundig gebruik, biodiversiteit én klimaatdoelen.

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles