Ga naar inhoud

Realisatie van nieuwe natte natuurgebieden kosteneffectieve route richting stikstofdoelstellingen

Door Tim Koorn
Realisatie van nieuwe natte natuurgebieden kosteneffectieve route richting stikstofdoelstellingen
Het herintroduceren van natte natuurgebieden (wetlands) kan volgens de onderzoekers een aanzienlijke bijdrage leveren aan het behalen van waterkwaliteitsdoelstellingen voor stikstof in EU-rivierstroomgebieden | Foto: Filippos Koliokotsis, via Pexels
Gepubliceerd:

Het herintroduceren van (verdwenen) natte natuurgebieden is een kosteneffectieve ‘nature-based solution’ om de stikstofvrachten die Europese rivieren naar zee afdragen te verminderen, en kan bijdragen aan het halen van waterkwaliteitsdoelstellingen voor stikstof in meer dan 37 procent van EU-rivierstroomgebied. Dat is één van de conclusies die het Joint Research Centre (JRC), de ‘science hub’ van de Europese Commissie, dinsdag publiceerde in Nature Water.

Het JRC heeft als taak om wetenschap centraal te stellen in Europees beleid. In samenwerking met onderzoeks- en beleidsorganisaties uit EU-landen en andere werelddelen voert het JRC wetenschappelijk onderzoek uit om onafhankelijk advies te geven aan EU-beleidsmakers, wetenschappelijke onderbouwingen voor toekomstige EU-beleidsinitiatieven te leveren en de EU te ondersteunen bij het monitoren en beoordelen van de impact van haar beleid.

In dit geval levert het JRC, bij middel van toegepast wetenschappelijk onderzoek, onafhankelijk advies gericht op het verlichten van de eutrofe toestand waar veel Europese wateren in verkeren. Over de bandbreedte van de EU is 36 procent van de rivieren, 32 procent van meren, 31 procent van kustwateren en 81 procent van de mariene waterlichamen aangemerkt als overvoed met nutriënten, waaronder stikstof, afkomstig van (kunst)mest, afvalwaterverwerking en atmosferische depositie van stikstof door de verbranding van fossiele brandstoffen. De verstoorde nutriëntenbalans leidt in oppervlaktewateren tot biodiversiteitsverlies en ‘dead zones’, doet blauwalg floreren en bemoeilijkt het bereiken van de zogeheten goede ecologische toestand waar de Kaderrichtlijn Water en Kaderrichtlijn Mariene Strategie toe verplichten.

Denitrificerende werking van natte natuur
Natte natuurgebieden (wetlands) – in de Nederlandse vertaling van de Ramsar Convention on Wetlands aangeduid als ‘watergebieden’ en gedefinieerd als ‘moerassen, vennen, veen- of plasgebieden, natuurlijk of kunstmatig, blijvend of tijdelijk, met stilstaand of stromend water, zoet, brak of zout, met inbegrip van zeewater waarvan de diepte bij eb niet meer is dan zes meter’ –  kunnen hier een verlichtende rol in spelen. Water heeft een relatief lange verblijftijd in deze natuurgebieden, en hun koolstofrijke, vaak zuurstofarme bodems stelt ze in staat om een denitrificerende functie te vervullen.

De zuiverende functie van natte natuurgebieden is al langer bekend en goed gedocumenteerd. Een kwantitatief beeld van hoeveel stikstof Europese natte natuurgebieden uit oppervlaktewater onderscheppen, was er echter nog niet. Berekeningen van het JRC vullen deze leemte nu in: zonder natte natuurgebieden zou de stikstofvracht die Europese rivieren naar zee dragen 25 procent hoger zijn dan nu het geval is. Over de afgelopen 75 jaar heeft Europa echter tussen de 56 en 80 procent van deze waterzuiverende natte natuurgebieden drooggelegd, voornamelijk om plaats te maken voor landbouw en (in mindere mate) voor stedelijke ontwikkeling.

Algoritme bouwt natte natuur tot doel bereikt is
Voor de gehele EU bracht het JRC in kaart:

  • waar zich vóór drooglegging natte natuurgebieden bevonden;
  • waar verwacht wordt dat landbouwgrond buiten gebruik gaat raken;
  • de mate van stikstofoverschot (gedefinieerd als het verschil tussen antropogene input (kunstmest, dierlijke mest, atmosferische depositie en biologische stikstoffixatie) en non-hydrologische output (naar geoogste gewassen en gemaaid gras);
  • en de lokale waterkwaliteitsdoelstellingen voor stikstof in alle rivierstroomgebieden.

Door al deze informatie ‘over elkaar heen te leggen’ kregen de onderzoekers in beeld welke locaties de meeste baat bij herstel van natte natuur zouden hebben en hoe effectief die maatregel zou zijn voor het behalen van waterkwaliteitsdoelstellingen. Een randvoorwaarde voor het JRC was hierbij dat het terug in het leven roepen van natte natuurgebieden op landbouwgronden de voedselzekerheid (door lagere landbouwproductiviteit) niet in gevaar mag brengen.

Vervolgens ontwikkelde het JRC drie herstelscenario’s waarmee de waterkwaliteitsdoelstellingen voor stikstofgehalten in rivieren behaald kunnen worden en liet deze doorrekenen door een algoritme dat natte natuur toekent aan locaties met een groot stikstofoverschot en daarmee stopt ofwel zodra een waterkwaliteitsdoelstelling behaald is, ofwel zodra de maximaal beschikbare oppervlakte bereikt is.

Rijnstroomgebied veel herstelpotentie
Voor het behalen van waterkwaliteitsdoelstellingen zou het herstellen van natte natuur op stikstofhotspots effectief zijn, concluderen de onderzoekers, in lijn met hun verwachtingen. Het terugbrengen van natte natuur op stikstofrijke locaties kan de stikstofvracht die Europese rivieren naar zee afdragen met 16 tot 36 procent verminderen, en kan bijdragen aan het halen van waterkwaliteitsdoelstellingen voor stikstof in meer dan 37 procent van EU-rivierstroomgebied. Met name in het Rijnstroomgebied zit veel herstelpotentie, omdat verloren gegane (drooggelegde) natte natuur hier veelal overlapt met stikstofhotspots.

Voor specifiek de voor landbouw drooggelegde gebieden, zou het herstellen van 27 procent van voormalig nat natuurgebied (3 procent van het totale EU-landoppervlak) in hoogbelaste gebieden de huidige stikstofbelasting naar zee met 36 procent kunnen verminderen. Tegenover deze voordelen voor waterkwaliteit plaatsen de onderzoekers de impact die dit zou hebben op de landbouwproductie en voedselzekerheid. Daarom berekenden ze ook wat de opbrengst zou zijn wanneer natte natuur vooraleerst wordt hersteld op landbouwgronden waarvan verwacht wordt dat ze tegen 2040 niet meer voor landbouw in gebruik zullen zijn. In dat geval zou weliswaar minder (15 procent) van het drooggelegde oppervlak kunnen worden hersteld, en zou de door rivieren afgevoerde stikstofvracht met een kleiner percentage (22 procent) worden gereduceerd, maar zijn de economische en sociale impact ook kleiner, aldus het onderzoek.

Ecologische baten wegen op tegen de kosten
Voor de realisatie van de door het algoritme voorgestelde areaal aan ‘nieuwe natte natuur’ maakten de onderzoekers een kostenbatenanalyse aan de hand van de herstelkosten en geschatte economische waarde van ecosysteemdiensten gerapporteerd door eerdere onderzoeken (met correctie voor inflatie).

De kosten voor deze realisatie zijn ‘aanzienlijk’, maar dat geldt evengoed voor de kosten van de milieuschade die de huidige stikstofbelasting aanricht, schrijven de onderzoekers. Milieuschade als gevolg van stikstofoverschot kost de EU momenteel 70 tot 320 miljard euro per jaar. De kosten van herstelmaatregelen, die afhangen van het gewenste type nat natuurgebied en het voormalig landgebruik, schatten de onderzoekers op 17 tot 358 miljard euro per jaar. Daartegenover staan de baten van de geleverde ecosysteemdiensten, zoals waterkwaliteitsverbetering, vastlegging van CO2, kustbescherming, beperking van overstromingsrisico’s en biodiversiteitsherstel. Wordt de economische waarde van deze diensten meegewogen, dan wegen deze op tegen de kosten van herstelingrepen, luidt de conclusie.

Financiële beloning voor boerenparticipatie
Het JRC concludeert dat het realiseren van nieuwe natte natuurgebieden vanuit relatief kleine landoppervlakken al aanzienlijke voordelen oplevert voor het nutriëntengehalte van Europese waterlichamen. Benadrukt wordt dat hiermee niet alleen waterkwaliteitsdoelstellingen, maar tegelijkertijd ook andere milieudoelen gediend worden. De onderzoekers raden daarom aan om ook EU-beleid voor andere milieudoelstellingen, zoals de Natuurherstelwet, Green Deal en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, aan te grijpen om het behouden en herstellen van natte natuur te ondersteunen. Zo stelt de recent aangenomen Natuurherstelwet dat EU-lidstaten in 2030 ten minste 30 procent van land-, kust-, mariene en zoetwaterhabitats die in slechte staat verkeren hersteld moeten hebben.

Ook ziet het JRC het zo dat de sleutel voor een deel in samenwerking met boeren ligt. “In plaats van landbouwgrond braak te laten liggen, zouden boeren gestimuleerd kunnen worden om deel te nemen aan herstelwerkzaamheden”, schrijven de onderzoekers. “Publiek-private financieringsmechanismen, waaronder betalingen voor ecosysteemdiensten, bieden een veelbelovende mogelijkheid om het kapitaal te genereren dat nodig is voor grootschalig herstel van natte natuurgebieden.” Volgens de onderzoekers stimuleert deze aanpak niet alleen milieuzorg, maar zorgt dit ook voor een eerlijke behandeling van boeren.

De onderzoekers hopen dat de resultaten niet op een plankje belanden. “De ontwikkelde herstelplattegronden kunnen dienen als basis voor een dialoog met belanghebbenden, waaronder boeren, nutsbedrijven, waterbeheerders en beleidsmakers, om een gecoördineerde planning en verbeterde waterweerbaarheid te ondersteunen."


LEES OOK
H2O Actueel: Marker Wadden: hoe financiële barrières voor natuurherstel werden overwonnen

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners