Er zijn geen strategische (drink)watervoorraden op de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba), en ook de reguliere voorraden zijn er beperkt. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in een rapport dat gisteren is aangeboden aan de Tweede Kamer. Ondertussen heeft de Nederlandse regering ‘nauwelijks beleid’ voor het aanhouden van strategische voorraden in overzeese gemeenten. ‘Het roept de vraag op: hoe belangrijk vinden wij Caribisch Nederland?’
Op de eilanden zouden strategische drinkwatervoorraden voor minstens 10 dagen moeten zijn, stelt de Rekenkamer, zich daarbij baserend op internationale richtlijnen van onder andere de World Health Organization en de EU. Strategische voorraden zijn reserves die niet beschikbaar zijn voor normaal gebruik en die enkel in tijden van crisis worden aangewend.
Uit de analyse van de Rekenkamer blijkt echter dat geen van de drie eilanden überhaupt over strategische (drink)watervoorraden beschikt, en dat ook de reguliere voorraden beperkt zijn. Op Sint Eustatius houdt de drinkwaterproducent een voorraad voor 7 dagen aan; op Bonaire betreft dit 3 tot 4 dagen, en op Saba slechts 1 dag.
Brandstofvoorraden
Daar komt bij dat de drinkwatervoorziening van de eilanden, die zelf drinkwater uit zeewater produceren, sterk afhankelijk is van de beschikbaarheid van elektriciteit, die op zijn beurt afhankelijk is van de toelevering van brandstof. Op de eilanden wordt slechts beperkt gebruikgemaakt van wind- en zonne-energie. Strategische brandstofvoorraden zijn er op de eilanden echter evenmin. Stokt de toevoer van brandstof, dan zou dit vrij snel kunnen leiden tot een drinkwatertekort.
Juist voor de BES-eilanden zijn strategische voorraden van ‘extra groot belang’, schrijft de Rekenkamer. De drinkwaterproductie van de eilanden is structureel kwetsbaar voor verstoringen door bijvoorbeeld natuurrampen zoals orkanen en vulkaanuitbarstingen, of door geopolitieke spanningen. Zo leidde de inval van de Verenigde Staten in Venezuela (op nog geen 70 kilometer afstand van Bonaire) er in januari toe dat Nederlandse luchtvaartmaatschappijen het vliegverkeer van en naar het Caribisch gebied tijdelijk stillegden.
Binnenlandse Zaken
Het Rijksbeleid voor Caribisch Nederland wordt gecoördineerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Ook staat BZK aan de lat voor investeringen in economische ontwikkeling, infrastructuur en voorzieningen voor Caribisch Nederland. Beleid voor strategische voorraden in Caribisch Nederland is er echter ‘nauwelijks’, aldus de analyse.
Ook constateert de Rekenkamer dat de rijksoverheid, de eilandbesturen, private partijen en vitale sectoren geen duidelijke afspraken hebben gemaakt over wie waarvoor verantwoordelijk is. Daar waar wel formele afspraken zijn over een verantwoordelijkheidsverdeling, bestaat er onduidelijkheid over de rolverdeling in de praktijk. De consequentie daarvan is dat private partijen en commerciële overwegingen in tijden van crisis bepalen wat er met de reguliere voorraden gebeurt.
De Rekenkamer beveelt het kabinet daarom aan om vast te leggen hoeveel strategische voorraden in Caribisch Nederland aanwezig moeten zijn en wie daarvoor verantwoordelijk is, en om zo snel mogelijk te zorgen voor (drink)waterreserves op de eilanden.
Reactie BZK
Minister Pieter Heerma (BZK) beaamt in een reactie op het advies dat er geen strategische voorraden zijn. “Daartegenover staat dat er wel reguliere voorraden zijn op de eilanden waaruit zij kunnen putten.” Dat dit een voorraad voor slechts één of enkele dagen betreft, wordt niet op ingegaan.
De minister onderkent dat ‘een scherpere coördinatie’ nodig is en dat de afhankelijkheid van brandstof en energie ‘een aandachtspunt’ is, doch wijst erop dat er voor crises al ‘diverse systemen’ zijn ingericht om de eilanden te ondersteunen.
Ook wijst Heerma erop dat het kabinet samen met de eilanden werkt aan het versterken van de weerbaarheid, en dat de staatssecretaris van BZK en de minister van Justitie en Veiligheid opdracht hebben gegeven voor een analyse van de crisiscapaciteiten van de eilanden. Deze analyse zal voor de zomer met de Tweede Kamer worden gedeeld.
‘Geen concrete opvolging’
Uit de reactie van de minister leidt de Rekenkamer af “dat hij geen concrete opvolging zal geven aan onze aanbevelingen om een gewenst niveau aan strategische voorraden vast te leggen en afspraken te maken over de verdeling van verantwoordelijkheden hiervan”. Dat is zorgelijk, vindt de Rekenkamer, want ‘vooral voor (drink)water zijn Bonaire, Sint Eustatius en Saba kwetsbaar in het geval installaties voor het winnen van (drink)water uit zeewater niet meer werkzaam zijn’. En aangezien het op de eilanden ook aan strategische brandstofvoorraden ontbreekt, is dat ‘geen denkbeeldig scenario’.
“Het ontbreken van strategische voorraden op de eilanden heeft ons verrast”, zegt Ewout Irrgang, lid van het college van de Algemene Rekenkamer, in gesprek met Trouw. “Formeel zijn Europees en Caribisch Nederland gelijk, maar ze krijgen geen gelijke behandeling. Dat zien we op meer onderwerpen, en hier ook weer.” “Dit roept wel de vraag op: hoe belangrijk vinden wij Caribisch Nederland?”
LEES OOK
H2O Actueel: Rechter tikt Staat opnieuw op vingers in klimaatzaak Greenpeace en Bonaire
H2O Actueel: Kabinet gaat in hoger beroep tegen klimaatactie-uitspraak Bonaire