Het algemeen bestuur van Waterschap Vechtstromen wordt in grote lijnen voldoende geïnformeerd over de waterkwaliteit, maar stelt zelf nog niet altijd de juiste vragen om het beleid te kunnen vormgeven en bijsturen. Dat blijkt uit het eerste onderzoek van de rekenkamer van het waterschap.
In dat onderzoek, dat gisteren is gepresenteerd, staat de informatievoorziening aan het algemeen bestuur rond waterkwaliteit centraal. Dat is een urgent thema, onder andere vanwege de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) die voorschrijft dat uiterlijk in 2027 de kwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater op orde is.
De rekenkamer wilde weten of de algemeen bestuursleden van Vechtstromen in staat gesteld worden hun kaderstellende en controlerende rol met betrekking tot die waterkwaliteit in te vullen.
Sinds 2024 zijn ook waterschappen – net als andere overheden – verplicht om een eigen rekenkamer te hebben. Die werkt voor het algemeen bestuur, maar opereert onafhankelijk. Ze onderzoekt of het waterschap doelmatig, doeltreffend en rechtmatig handelt.
"Wij willen dat onze onderzoeken echt van toegevoegde waarde zijn", zegt voorzitter Patrick Pieters van de rekenkamer. "Ze moeten niet in een la verdwijnen."
Groslijst
Voor de rekenkamer van Vechtstromen was 2024 een ‘opstartjaar’, waarin onder andere een groslijst van mogelijke onderwerpen is opgesteld. Daarvoor heeft de rekenkamer zelf onderwerpen aangedragen, maar ook gesprekken gevoerd met de fracties, het dagelijks bestuur en ambtenaren, vertelt Pieters, die in het dagelijks leven bij Rijkswaterstaat werkt.
Het onderzoek ‘Weet wat je meet’ is in opdracht van de rekenkamer uitgevoerd door adviesbureau Ambient. De voornaamste conclusie is dat het algemeen bestuur ‘in grote lijnen’ over voldoende informatie beschikt. Het monitoringsprogramma van het waterschap is overzichtelijk, sluit aan bij wettelijke eisen en levert bruikbare informatie op over de voortgang en resultaten van metingen.
Wel zijn er enkele aandachtspunten. Zo ontbreekt bij metingen die niet wettelijk verplicht zijn soms de volledige uitvoering van de monitoringscyclus (analyse, rapportage en evaluatie), waardoor het waterkwaliteitsoverzicht niet compleet is.
"De capaciteit in de uitvoering is hier de bottleneck", aldus Pieters. "Wij adviseren om daarin te investeren en om structurele verbeteringen te borgen."
Vissen
Daarnaast constateert de rekenkamer dat het algemeen bestuur vaak technische vragen stelt, terwijl ook strategische vragen nodig zijn om beleid effectief vorm te geven en bij te sturen.
Pieters: "Nu wordt er bijvoorbeeld gevraagd welke vissen zich in een waterloop bevinden. Maar de vraag zou moeten zijn welke vissen gewenst zijn vanuit de KRW en wat we gaan doen om dat bereiken."
Deels komt dat doordat veel algemeen bestuursleden nieuw zijn, meent de voorzitter. De rekenkamer beveelt dan ook aan om een brede informatiebijeenkomst over het monitoringsprogramma te organiseren. Ook zou het stellen van strategische vragen aan het dagelijks bestuur gestimuleerd moeten worden.
Verbeterkamer
Bij de presentatie gisteren leken zowel het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur bereidwillig om de aanbevelingen over te nemen, zegt Pieters. Hij is dan ook hoopvol dat het onderzoek niet in de la verdwijnt. "Dat zou zonde zijn. Wij willen een verbeterkamer zijn, geen afrekenkamer."