Vrijwel alle Nederlanders hebben meer PFAS in hun bloed dan goed voor hen is. Dat concludeert het RIVM in het eerste landelijke onderzoek naar de aanwezigheid van deze schadelijke stoffen in het menselijk lichaam. Bij inwoners uit de regio’s rond Dordrecht en Westerschelde, waar chemische fabrieken staan, is het gehalte PFOA en PFOS hoger dan gemiddeld.
Dat mensen meer PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) in hun bloed hebben dan de gezondheidskundige grenswaarde, wil niet zeggen dat ze ook meteen ziek worden, benadrukt het RIVM. Het betekent wel dat het effect kan hebben in het lichaam. Zo kan het immuunsysteem minder goed gaan werken.
"De effecten zijn afhankelijk van de hoeveelheid PFAS, de duur van de blootstelling en iemands persoonlijke gezondheidssituatie", stellen de onderzoekers. PFAS is een verzamelnaam voor een groep chemische stoffen die nauwelijks afbreekbaar zijn en schadelijk kunnen zijn voor mens en milieu.
Al eerder, in 2021 en 2023, berekende het RIVM dat Nederlanders te veel PFAS binnenkrijgen via voedsel en ‘een beetje’ via drinkwater. Iedereen heeft dus wel PFAS in het bloed, maar in het nieuwe onderzoek is voor het eerst gemeten hoeveel dat is.
Minimaal zeven soorten
Daarvoor keken de onderzoekers naar 28 verschillende PFAS in bijna 1500 bloedmonsters uit 2016 en 2017. In bijna alle monsters werden minimaal zeven verschillende PFAS gevonden. Het meest gevonden is PFOS, gevolgd door PFOA. Vijf van de onderzochte stoffen werden bij niemand aangetroffen.
Bij vrijwel iedereen is de hoeveelheid PFAS hoger dan de gezondheidskundige grenswaarde. Die is door de Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) vastgesteld op 6,9 nanogram/ml.
Bij kinderen en vrouwen in de vruchtbare leeftijd zijn iets lagere hoeveelheden PFAS gevonden dan gemiddeld. Bij inwoners van de regio’s Dordrecht en Westerschelde zijn de hoeveelheden van enkele PFAS juist iets hoger dan in de rest van Nederland.
Fabrieken
Het RIVM keek speciaal naar deze twee regio’s, omdat ze in de buurt liggen van fabrieken waaruit PFAS in de omgeving is terechtgekomen (Chemours in Dordrecht en 3M in het Belgische Zwijndrecht). In de regio Dordrecht werd met name meer PFOA gevonden, rond de Westerschelde meer PFOS.
Hoewel PFAS moeilijk afbreken, kunnen ze wel langzaam uit het lichaam verdwijnen. Om de hoeveelheid PFAS op termijn onder de gezondheidskundige grenswaarde te laten komen, is het volgens het RIVM nodig dat mensen minder PFAS binnenkrijgen.
Dat is lastig, erkent het instituut, want deze stoffen zitten in heel Nederland in de bodem, in het voedsel en in het drinkwater. De consument kan hooguit zijn best doen om gevarieerd te eten en zo min mogelijk producten met PFAS te gebruiken, zoals (bepaalde) regenkleding, cosmetica en antiaanbakpannen.
Maatregelen
Volgens het RIVM is het vooral zaak dat bedrijven en overheden maatregelen nemen, ook samen met andere landen. Sinds 2008 is PFOS in Europa al verboden en sinds 2020 ook PFOA. Op dit moment ligt er een voorstel voor een verbod op alle PFAS ter beoordeling bij Europese wetenschappelijke commissies, iets waar de waterschappen en drinkwaterbedrijven ook op aandringen.
Het kabinet liet eind vorige week nog weten geen juridische mogelijkheden te zien om de PFAS-productie van Chemours te beëindigen, zoals de Tweede Kamer wilde. Wel gaan de betrokken bewindslieden hun best doen om met het bedrijf afspraken te maken.
Het RIVM-onderzoek maakt deel uit van het PFAS-onderzoeksprogramma dat in opdracht van het Rijk wordt uitgevoerd. Voor het komende jaar staat er een vervolgonderzoek gepland met bloedmonsters uit 2025, zodat een actueel beeld wordt verkregen.