Lozingsvergunningen voor zeer zorgwekkende stoffen en IPPC-bedrijven zouden maximaal 7 jaar geldig moeten zijn, en voor overige bedrijven maximaal 12 jaar. Daarvoor pleit de Schone Maaswaterketen (SMWK), een samenwerkingsverband tussen overheden en waterbedrijven rondom het Maasstroomgebied. Een begrenzing van de geldigheidsduur zou volgens de samenwerkingspartners moeten bijdragen aan het up-to-date houden van vergunningen.
In het SMWK-verband zijn vijf waterschappen, drie (drink)waterbedrijven, de Vereniging van Rivierwaterbedrijven Sectie Maas (RIWA Maas), Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) vertegenwoordigd. In het standpunt dat de partijen op 28 juli naar buiten brachten, onderstrepen ze dat het ontbreken van een geldigheidstermijn in het merendeel van verleende lozingsvergunningen er mede toe leidt dat vergunningen verouderd raken en op den duur niet meer stroken met de werkelijke lozingen.
De SMWK waarschuwt ervoor dat dit leidt tot een gebrek aan inzicht in de daadwerkelijk geloosde stoffen en zodoende onvoldoende bescherming van de waterkwaliteit van de Maas. Om te waarborgen dat vergunningen actueel blijven, dringt de SMWK erop aan om wettelijk te verankeren dat enkel nog vergunningen voor bepaalde tijd worden afgegeven. Hiermee zouden vergunninghouder en bevoegd gezag ertoe gedwongen worden periodiek te beoordelen of er nog steeds sprake is van een vergunbare activiteit en passende vergunningsvoorwaarden.
Onbepaalde tijd
Of en onder welke voorwaarden lozingen (van stoffen, warmte of koude) op oppervlaktewaterlichamen, rioolwaterzuiveringen of grondwaterlichamen, en onttrekkingen van grond- en oppervlaktewater zijn toegestaan, is in Nederland gereguleerd met vergunningsplichten en algemene maatregelen van bestuur (‘algemene regels’), zoals het Besluit activiteiten leefomgeving. Vergunningen en vergelijkbare (maatwerk)besluiten worden, afhankelijk van de lozingsroute en het beoogd ontvangend watersysteem of zuiveringtechnisch werk, verleend door Rijkswaterstaat, waterschappen, (omgevingsdiensten namens) provincies en gemeenten. Veel van deze besluiten werden tot dusver verstrekt voor onbepaalde tijd.
Aanmaning van de EU
De SMWK is niet de eerste die erop wijst dat een geldigheidsdatum in vergunningen de bescherming van watersystemen ten goede zou komen. In 2024 werd Nederland, tezamen met Slovenië en Oostenrijk, door de Europese Commissie in gebreke gesteld door middel van een inbreukprocedure voor het onvoldoende naleven van de Kaderrichtlijn Water (KRW) op dit punt. De KRW verplicht lidstaten ertoe om ‘verschillende soorten wateronttrekking, opstuwing, puntbronlozing, diffuse bronnen die verontreiniging kunnen veroorzaken en alle andere significante negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit te beheersen’ en om ‘controles, waaronder de voor deze doeleinden verleende watervergunningen, periodiek te evalueren en bij te werken’.
“In Nederland kunnen vergunningen voor onttrekking van water of lozingen in water voor onbepaalde tijd worden verleend en is periodieke herziening niet vereist. Bovendien vindt er ook geen periodieke toetsing plaats wanneer vergunningen worden verleend op grond van algemene regels”, constateerde de Commissie. Oorsprong van dit probleem was volgens de Commissie dat Nederland het periodiek actualiseren van beheersmaatregelen voor lozings- en onttrekkingsactiviteiten onvoldoende in wetgeving heeft vastgelegd.
Eerder adviseerde de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur ook al om uitsluitend nog vergunningen voor bepaalde tijd te verlenen en eeuwigdurende geldigheid uit bestaande vergunningen uit te faseren. Toenmalig minister van IenW Mark Harbers gaf hierop aan dat het binnen het bestaande wettelijk stelsel reeds mogelijk is om vergunningen voor bepaalde tijd af te geven, en dat onderzocht werd ‘of het nodig en mogelijk is bevoegde gezagen hiertoe ook nader te instrueren’.
Buurlanden lopen voor
De SMWK-partners pleiten ‘voor het opnemen van een geldigheidsdatum in ALLE vergunningen’. Volgens de SMWK kan hiermee worden voorkomen ‘dat bedrijven traineren om een aanvraag voor nieuwe vergunning in te dienen, wat we in de huidige praktijk zien’. De partners wijzen erop dat het in omringende buurlanden al gebruikelijker is om vergunningen voor een beperkte geldigheidsduur te verlenen.
Twaalf of zeven jaar geldig
Voor bedrijven die zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) lozen of zogenoemde IPPC-bedrijven (bedrijven die onder de Richtlijn Industriële Emissies vallen) adviseert SMWK een maximale geldigheid van 7 jaar. Dit zou de bevoegde gezagen volgens SMWK de mogelijkheid geven om in te grijpen wanneer vijfjaarlijkse ZZS-rapportages daar aanleiding toe geven, en voldoende tijd bieden om de benodigde juridische procedures te doorlopen.
Voor overige bedrijven zou volgens de SMWK een geldigheidstermijn van 12 jaar passend zijn, omdat hiermee zou worden aangesloten bij het juridisch kader voor het verlenen van omgevingsvergunningen voor bepaalde tijd.
Wetsvoorstel
De SMWK onderschrijft hiermee het wetsvoorstel dat minister Madlener in het Commissiedebat Water van 26 maart aankondigde, welke als inzet zou hebben dat ‘vergunningen en de algemene regels voor lozingen en onttrekkingen minstens eens in de 12 jaar worden geactualiseerd’.
In juli gaf het ministerie aan twee opties te onderzoeken: het vaststellen van een periodiek moment voor het bezien van lozings- en onttrekkingsvergunningen, en/of het uitfaseren van eeuwigdurende lozings- en onttrekkingsvergunningen door enkel nog vergunningen voor bepaalde tijd af te geven. "Een combinatie van deze twee opties is ook mogelijk", aldus een woordvoerder van IenW.
Voor beide mogelijkheden wordt momenteel onderzocht welke geldigheidstermijn passend is. Hierin weegt het ministerie mee dat bijvoorbeeld de herziene Richtlijn stedelijk afvalwater aan sommige activiteiten een termijn van maximaal 10 jaar verbindt. “Het is ook mogelijk dat voor sommige vergunningen een kortere termijn gaat gelden, maar twaalf is de max. Dit getal komt van de [Europese] Commissie”, aldus een woordvoerder van IenW.
Actualisatie van vergunningen
Volgens voormalig ministers Harbers en Madlener spannen alle betrokken overheden zich er intussen met ‘volle aandacht’ voor in om lozingsvergunningen te actualiseren, maar is dit ‘een arbeidsintensief en langlopend traject, waarvoor specialistische kennis en kunde benodigd is’. Volgens Madlener gaat het alleen al bij Rijkswaterstaat om meer dan 800 vergunningen, en volgens zijn voorganger zijn dit ‘in de regel (..) omvangrijke vergunningen (tientallen tot honderden pagina’s), die technisch en juridisch complex zijn’. Beiden benadrukten bovendien dat een tijdige actualisatie van vergunningen bij alle bevoegde gezagen belemmerd wordt door capaciteitsgebrek.
Kentering ingezet
De ontwikkelingen van de afgelopen paar jaar hebben sommige bevoegde gezagen er al toe gezet een omslag te maken naar bepaalde tijd als uitgangspunt. Zo wil Waterschap Rijn en IJssel niet langer dat nieuwe vergunningen voor onbepaalde tijd worden afgegeven voor lozingen op het gemeentelijk riool, vertelde heemraad Peter Schrijver in mei aan De Gelderlander.
LEES OOK
H2O Actueel: ´Gemeenten spelen sleutelrol in waterbeheer en weten dat nog onvoldoende´
H2O Actueel: Begroting IenW: prioriteit aan onderhoud en lozingsvergunningen