Meanderende beeklopen, vistrappen en een veel rijkere flora en fauna. De afgelopen dertig jaar is er van alles gedaan om de natuur in de beeksystemen van de Oost-Groningse Ruiten Aa te herstellen. Maar de serpeling had nog wat extra hulp nodig om terug te keren.
Ooit zwommen er volop serpelingen in de Groninger en Drentse beken, weten ze bij Waterschap Hunze en Aa’s. In bijvoorbeeld de Drentsche Aa zwemt deze typische beekvis nog steeds, maar in de Ruiten Aa was hij verdwenen.
Dat komt volgens het waterschap vooral door het verslechteren van de waterkwaliteit en het normaliseren van beken en rivieren. Vanzelf komt de serpeling niet terug, ook niet na het ingrijpende natuurherstelproject dat de afgelopen decennia is uitgevoerd.
Hunze en Aa’s verwacht evenmin dat de beekvis op eigen houtje vanuit de Drentsche Aa naar de Ruiten Aa zwemt; serpelingen trekken immers niet graag door kanalen. Daarom besloot het waterschap de soort een handje te helpen.
Tienduizenden nakomelingen
Samen met Waterschap Noorderzijlvest, Sportvisserij Groningen Drenthe en Sportvisserij Nederland werd het Serpelingproject opgezet. Met als doel: een robuustere beekvisstand in Groningen en Drenthe.
Afgelopen voorjaar werden in de Drentsche Aa paairijpe serpelingen gevangen en overgebracht naar de gespecialiseerde viskwekerij van het Vlaamse Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (INBO). Dit leverde tienduizenden nakomelingen op.
Onlangs zijn deze jonge serpelingen, die zo’n 7 tot 8 centimeter meten, uitgezet in de Ruiten Aa en in de bovenlopen van het Peizerdiep in Noordwest-Drenthe. De hoop is dat ze over twee jaar, als zij op hun beurt paairijp zijn, hier zelf voor nageslacht zullen zorgen.
Goede leeftijdsopbouw
Ook de komende jaren zullen er bij INBO ‘gebiedseigen’ serpelingen worden gekweekt, zodat in beide beeksystemen een goede leeftijdsopbouw ontstaat.
Een serpeling lijkt op een blankvoorn en heeft een slank, zijdelings afgeplat lichaam met zilverkleurige flanken en een gelig oog. Het Nederlandse lengterecord staat op 24 centimeter.