Ga naar inhoud

Skills voor een veerkrachtige watersector: wat gebeurt er als de projectsubsidie stopt?

Gepubliceerd:

Hoe worden Europese ambities vertaald naar de kennis en vaardigheden die waterprofessionals dagelijks nodig hebben? En hoe organiseer je die skillsontwikkeling zo dat zij niet verdwijnt zodra een project of subsidie eindigt? Deze vragen stonden centraal tijdens het bezoek van Eurocommissaris Jessika Roswall aan World Water Academy in Nieuwegein.

Op 2 september spraken Eurocommissaris Jessika Roswall en Watergezant Meike van Ginneken met een brede vertegenwoordiging uit de Nederlandse watersector. Vanuit drinkwaterbedrijven, waterschappen, stedelijk waterbeheer, onderzoek, bedrijfsleven en professionele netwerken werden verschillende perspectieven ingebracht.

Het bezoek vond plaats kort voor de officiële lancering van de European Water Academy op 21 september in Brussel. Deze academy moet bijdragen aan een nieuwe generatie waterprofessionals en een betere doorwerking van kennis, onderzoek en technologie in de praktijk.

Dat technische en professionele vaardigheden daarbij nadrukkelijk aandacht verdienen, bleek al uit een eerdere Europese enquête. Bijna de helft van de respondenten noemde deze vaardigheden als belangrijkste aandachtspunt voor de European Water Academy, zo berichtte H2O eerder.

Ambities landen niet vanzelf in de praktijk
“Waterbeleid, nieuwe technologieën en infrastructuur zijn onmisbaar voor een veerkrachtige watersector. Maar zij krijgen pas waarde wanneer mensen over de kennis en vaardigheden beschikken om ermee te werken”, stelde Gabriëlle Knufman, directeur-bestuurder van Wateropleidingen en CEO van World Water Academy, tijdens de bijeenkomst. “Beleid voert zichzelf niet uit. Infrastructuur beheert zichzelf niet. En innovatie krijgt pas betekenis als mensen weten hoe zij die in hun dagelijkse werk kunnen toepassen.”

Volgens Knufman geldt dat voor professionals op alle niveaus. “Dat geldt voor operators, technici en ingenieurs tot managers, beleidsmakers en strategische besluitvormers. Hun werkzaamheden veranderen door klimaatverandering, digitalisering, technologische vernieuwing en nieuwe Europese wet- en regelgeving. De ontwikkeling van hun kennis en vaardigheden moet daarmee gelijke tred houden.”

Daarbij ligt volgens haar niet zozeer een gebrek aan kennis en innovatie ten grondslag aan de opgave, maar vooral de vertaling daarvan naar de praktijk. “Europa beschikt over veel kennis en innovatie. De opgave is om die te vertalen naar de skills die professionals op alle niveaus nodig hebben: van operators en technici tot managers en beleidsmakers.”

Ook de manier waarop opleidingen en programma’s worden ingericht, speelt daarbij een rol. “Dat vraagt om praktijkgedreven opleidingen en programma’s die aansluiten bij concrete vragen uit het dagelijkse werk en samen met vakprofessionals, werkgevers en opleidingskundigen worden ontwikkeld. Daarbij gaat het niet alleen om kennisoverdracht, maar ook om oefenen met realistische situaties, leren op en rond de werkplek en nieuwe inzichten direct toepassen. Wat professionals vandaag leren, moeten zij morgen in hun werk kunnen gebruiken. Zo helpt World Water Academy de skills gap te overbruggen.”

Veranderende eisen aan het vak
De veranderingen zijn goed zichtbaar binnen het stedelijk waterbeheer. Dat werk gaat inmiddels over veel meer dan het beheren van ondergrondse rioleringssystemen. Water speelt een steeds grotere rol in de inrichting van klimaatadaptieve steden.

Hilde Niezen, directeur van Stichting RIONED, benadrukte dat stedelijk waterprofessionals daarom niet alleen technische expertise nodig hebben. Ook communicatie, onderhandelen en samenwerken met professionals uit onder meer groenbeheer, bouw, energie en mobiliteit worden steeds belangrijker.

Bas Tammes, secretaris-directeur van waterschap Noorderzijlvest, wees op de noodzaak om over organisatorische en professionele grenzen heen te kunnen werken. Jaap Feil, oprichter van het Nationaal Watertraineeship, bracht het perspectief van jonge professionals in. Een technische opleiding alleen is niet voldoende: starters moeten ook leren omgaan met complexe praktijkvragen, samenwerken met andere disciplines en hun weg vinden binnen organisaties.

Knufman trekt die ontwikkeling breder. “Skillsontwikkeling gaat daarmee niet alleen over het overdragen van nieuwe vakkennis. Het gaat ook over het vermogen om die kennis in een veranderende werkomgeving toe te passen.”

Van onderzoek naar dagelijks handelen
Een ander belangrijk thema was de verbinding tussen onderzoek, innovatie en uitvoering. Mariëlle van der Zouwen, CEO van KWR, ging in op de vraag hoe nieuwe kennis kan worden vertaald naar professioneel handelen. Innovatie heeft immers pas impact wanneer professionals begrijpen wat een nieuwe ontwikkeling voor hun werk betekent en ermee kunnen omgaan.

In gesprekken met vertegenwoordigers van onder meer industrie, waterschappen, drinkwaterbedrijven en professionele netwerken kwamen verschillende manieren aan bod om deze vertaalslag te maken. Voorbeelden waren maatwerkopleidingen rond concrete operationele vraagstukken, leren op de werkplek, veldwerk en het gezamenlijk ontwikkelen van opleidingen door vakexperts en opleidingskundigen.

Voor Knufman betekent dit ook dat opleidingen voortdurend moeten blijven veranderen. “Daarbij is het belangrijk dat opleidingen en programma’s niet eenmalig worden ontwikkeld. Nieuwe wetgeving, technologie en praktijkervaring moeten voortdurend worden verwerkt. Skillsontwikkeling is daarom geen rechte lijn van kennis naar cursus, maar een doorlopend proces van luisteren, ontwikkelen, toepassen, evalueren en actualiseren.”

Geen tijdelijk project, maar een blijvende aanpak
Naast de inhoud kwam tijdens het bezoek een minder zichtbare, maar wezenlijke vraag aan de orde: hoe wordt professionele skillsontwikkeling op lange termijn georganiseerd en gefinancierd? De werkwijze van Wateropleidingen en World Water Academy vormde daarbij een praktijkcasus. Wateropleidingen begon in 1994 met een bescheiden startkapitaal, waarmee de eerste opleidingen konden worden ontwikkeld. Daarna moest de stichting op eigen benen staan.

De organisatie ontvangt geen structurele subsidie of vaste operationele financiering. Opleidingen en programma’s worden afgenomen en betaald door de organisaties en professionals voor wie zij zijn bedoeld. Een bescheiden positief resultaat wordt gebruikt om bestaand aanbod te vernieuwen en nieuwe programma’s te ontwikkelen.

Volgens Knufman zorgt die werkwijze ook voor een directe vorm van verantwoording. “Deze werkwijze creëert een directe vorm van verantwoording. De continuïteit van de organisatie hangt af van de vraag of werkgevers en professionals het aanbod relevant, actueel en kwalitatief goed genoeg vinden om ervoor te blijven kiezen.”

Dat betekent volgens haar niet dat dit model zonder meer elders moet worden overgenomen. “Het is geen pleidooi om deze structuur één op één elders over te nemen. De bredere les is dat structurele skillsontwikkeling een duurzame organisatorische én financiële basis nodig heeft. Wanneer de continuïteit volledig afhangt van tijdelijke subsidies of opeenvolgende projecten, bestaat het risico dat opgebouwde kennis, netwerken en opleidingscapaciteit na afloop weer verdwijnen.”

De stap van lancering naar blijvende waarde
Ook met het oog op de European Water Academy ziet Knufman vooral kansen voor de langere termijn. “De lancering van de European Water Academy biedt een kans om kennis, ervaring en opleidingsmogelijkheden uit verschillende Europese landen beter met elkaar te verbinden. De aandacht voor technische en professionele skills voor de nieuwe generatie waterprofessionals vormt daarvoor een belangrijke basis.”

Daarmee zijn volgens haar echter nog niet alle vragen beantwoord. “Het echte werk begint pas na de lancering. Hoe blijft het aanbod verbonden met wat werkgevers en professionals nodig hebben? Wie zorgt ervoor dat opleidingen worden aangepast wanneer technologie, wetgeving en werkzaamheden veranderen? Hoe worden kwaliteit en praktische toepasbaarheid bewaakt? En welke financiële basis maakt het mogelijk om ook op langere termijn door te gaan? Die vragen zijn minstens zo belangrijk als de keuze voor een curriculum, digitaal platform of netwerk van deelnemende organisaties.”

Uiteindelijk draait het volgens Knufman om de vraag of zo’n academy ook op langere termijn waarde houdt. “Een veerkrachtige watersector vraagt niet om een eenmalige opleidingsimpuls, maar om voortdurende ontwikkeling van mensen en vakmanschap. De waarde van een academy blijkt uiteindelijk dan ook niet op de dag van de lancering, maar in de jaren daarna: wanneer professionals het geleerde daadwerkelijk gebruiken, werkgevers betrokken blijven en het aanbod blijft meebewegen met de praktijk.”

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Rens Nijholt

Bekijk alles

Van onze partners

Meer inzicht in uw installatie

Meer inzicht in uw installatie

Digitalisering speelt een steeds grotere rol binnen de procesindustrie. Moderne instrumentatie levert niet alleen meetwaarden, maar ook diagnostische informatie en gegevens over de conditie van apparatuur. Bedrijven beschikken daardoor over

Door Tim Koorn
/