Met duidelijke doelen en strenge sancties willen de provincies, de gemeenten, de waterschappen en de land- en tuinbouw stappen zetten in het terugdringen van de stikstofuitstoot. Ze presenteerden vanmorgen een gezamenlijk stikstofplan als ‘bouwsteen’ voor het startpakket van het kabinet.
Over dat ‘Startpakket Nederland van het slot’, dat een ministeriële commissie op 25 april presenteerde als eerste stap in de aanpak van het stikstofprobleem, zijn de partijen niet tevreden, zoals ze al eerder bekendmaakten. Het biedt volgens hen onvoldoende zekerheid om te komen tot vergunningverlening en dat schaadt de economie, de natuur en de landbouw.
LTO Nederland, NAJK (jonge boeren en tuinders), IPO, VNG en de Unie van Waterschappen hebben daarom de handen ineengeslagen en een alternatief stikstofplan gemaakt. Daarmee kan de vergunningverlening wel snel worden opgepakt en wordt ondernemers langjarige stabiliteit geboden, stellen ze.
Uitgangspunt is, net als in het startpakket van het kabinet, dat alle sectoren een substantiële bijdrage leveren aan de stikstofreductie. Voor de land- en tuinbouw geldt in 2035 een reductie van 42 tot 46 procent ten opzichte van 2019. Om dat doel te bereiken wil de sector per bedrijf vastleggen hoeveel stikstof er dan nog mag worden uitgestoten, met een tussendoel in 2030.
Verplichte maatregelen
Agrariërs mogen zelf bepalen hoe ze deze doelen realiseren, bijvoorbeeld met innovaties als speciale stalvloeren die de urine en mest zo snel mogelijk van elkaar kunnen scheiden. Landelijke regelingen moeten het mogelijk maken om te innoveren, afschalen, verplaatsen of opkopen. Daarvoor is veel meer geld nodig dan de 2,2 miljard euro die minister Femke Wiersma (Landbouw) nu heeft gereserveerd.
Voor twee tot vijf zeer kwetsbare natuurgebieden, waaronder de Veluwe en de Peel, komen er verplichte maatregelen, zoals wettelijke herverkaveling. Voor de overige Natura 2000-gebieden geldt tot 2030 een vrijwillige aanpak. Levert dat onvoldoende op, dan kunnen ook hier verplichte maatregelen opgelegd worden. Van zulke dwang wil het kabinet vooralsnog niets weten.
De komende maanden gaan de partijen in gesprek met natuurorganisaties om tot een tweede bouwsteen te komen: een plan voor geborgd natuurherstel. Het gaat er dan om welke aanvullende maatregelen en instrumenten hiervoor nodig zijn, bijvoorbeeld op het gebied van hydrologie.
Eerste reactie
De waterschappen hopen met deze plannen eindelijk uit de impasse te komen, zegt woordvoerder Jane Alblas van de Unie van Waterschappen. “Ook voor onze projecten, zoals dijkversterkingen en de renovatie van waterzuiveringen, moet de vergunningverlening snel op gang komen. En voor de Kaderrichtlijn Water kunnen we ons echt geen stilstand meer veroorloven.”
De initiatiefnemers roepen het kabinet op om op korte termijn een ‘tafel’ in te richten om hun plan samen met overheden en maatschappelijke organisaties uit te werken. Of het huidige demissionaire kabinet daaraan gehoor zal geven, is twijfelachtig.
In een eerste reactie zegt minister Wiersma dat ze al in gesprek is met medeoverheden en sectororganisaties over de mogelijkheden van “een stok achter de deur”, die volgens haar ook nodig is. Ook zegt ze in het nieuwe plan “vooral veel overeenkomsten” te zien met het kabinetsplan.
Breed gedragen
“Ben je in gesprek of wil je partijen echt betrekken? Wij zien dat toch wat anders”, stelt Alblas. “En ja, het kabinet is demissionair. Maar waarom zou je niet nu al beginnen als een plan zo breed gedragen wordt?”
Voor een aantal andere organisaties gaat het nieuwe plan niet ver genoeg. VNO-NCW, Bouwend Nederland, Natuurmonumenten, Natuur & Milieu, Greenpeace en MOB noemden het vanmorgen tegenover de NOS nog te weinig concreet en het doel van 2035 te ver weg.