De provincie Limburg is het bevoegd gezag om de aanvraag te beoordelen van het bedrijf CFS om PFAS te mogen lozen op de riolering in Weert. Dat schrijft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat in antwoord op Kamervragen.
De provincie Limburg lijkt voornemens om CFS een vergunning te verlenen, die het bedrijf ruimte zou bieden PFAS te lozen op het riool in Weert. Het Waterschap Limburg kwam in verzet tegen dit voornemen, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) publiceerde een kritische zienswijze en ook in de Tweede Kamer zijn er vragen over gesteld.
Geert Gabriëls (GroenLinks-PvdA) wilde van Thierry Aartsen (VVD), de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, een reactie op de voorgenomen vergunningsverlening en de kritiek.
Hoewel het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ‘de systeemverantwoordelijkheid voor het nationale beleid’ heeft, stelt de staatssecretaris in zijn beantwoording vast dat de provincie Limburg het bevoegd gezag is voor de beoordeling van de aanvraag van het bedrijf CFS.
Aartsen erkent dat het ministerie gebruik kan maken van de instructiebevoegdheid op grond van de Omgevingswet. Dat lijkt hij niet van plan en noemt het ‘geen instrument dat lichtvaardig wordt ingezet’.
Wel staat het ministerie volgens de staatssecretaris in nauw contact met de betrokken partijen in de regio en ‘zet zich in om de kennis over de situatie te verzamelen, bij te dragen aan transparantie, en waar nodig te ondersteunen bij het maken van zorgvuldige afwegingen in het belang van een gezonde leefomgeving’.
Bij een vergunning voor het lozen van PFAS dient te worden bekeken of de aanvrager de best beschikbare technieken (BBT) inzet om PFAS te verwijderen voor lozing op het riool. Het ILT is hier kritisch over in zijn zienswijze. Daarover schrijft Aartsen: "Het is aan de provincie Limburg om te beoordelen of BBT wordt toegepast. Het staat de ILT vrij om net als andere partijen een zienswijze in te dienen. We gaan ervanuit en hebben er vertrouwen in dat het bevoegd gezag deze adviezen meeweegt in haar besluit."
En antwoord op een latere vraag of het ministerie zelf een zienswijze in wil dienen bij de provincie, verwijst Aartsen naar het ILT en stelt dat deze inspectiedienst de taak heeft om toe te zien op correcte toepassing van BBT. "De ILT is onafhankelijk in haar oordeel over bij welke vergunningen een advies ingediend wordt. In dit geval is door de ILT gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot een advies. Het is aan het bevoegd gezag om dit advies te betrekken bij de besluitvorming."
Één van de bezwaren van het waterschap was ook de mogelijke precedentwerking van het verlenen van de vergunning. Gevraagd door Gabriëls geeft de staatssecretaris aan hier niet bang voor te zijn omdat elke vergunning individueel wordt beoordeeld.
De provincie Limburg zal binnen 6 tot 12 weken een definitief besluit nemen over de vergunningverlening. Het waterschap heeft al laten weten tegen een eventuele vergunning in beroep te gaan.