Ga naar inhoud

‘Verjonging’ van Waddenzeekwelders: in welke kwelders kan het zonder areaalverlies?

Door Tim Koorn
‘Verjonging’ van Waddenzeekwelders: in welke kwelders kan het zonder areaalverlies?
Vastelandskwelder bij Westhoek (Friesland) | Foto: Pim Willemsen (Deltares)
Gepubliceerd:

Afplaggen, afgraven en stoppen met het onderhouden van rijshouten dammen zijn kansrijke maatregelen om de biodiversiteit van flora en fauna in Waddenzeekwelders te verrijken en jongere vegetatie ruimte te geven, maar niet iedere kwelder heeft evenveel potentie om morfologisch van deze ingrepen te bekomen. In opdracht van Rijkswaterstaat onderzocht kennisinstituut Deltares in samenwerking met Wageningen Marine Research welke Waddenkwelders kansrijk zijn om morfologisch te herstellen na ‘verjongingsmaatregelen’. 

Hoewel de kwelders in het Nederlands deel van de Waddenzee de afgelopen decennia in omvang toenamen, staat de ecologische kwaliteit van deze natuurgebieden onder druk. Een toename van het areaal met oudere vegetatie (climaxbegroeiing; het eindstadium van de vegetatie die ontstaat door opslibbing van kwelders) en weinig ruimte voor pionierzones (de overgangen van wadplaten naar kwelders, waar jongere vegetatie groeit) hebben geleid tot een disbalans in plantenbiodiversiteit.

Plantdiversiteit uit balans
Een evenwichtige diversiteit in successiestadia (leeftijd) van kwelderbegroeiing is van belang voor ecologisch gezonde kwelders. Om de ecologische kwaliteit van Waddenzeekwelders te verbeteren werkt Rijkswaterstaat samen met andere kwelderbeheerders aan maatregelen om, conform de Natura2000-richtlijn, Kaderrichtlijn Water en Trilaterale Waddenzee-Overeenkomst, in ‘verouderde’ kwelders weer voor voldoende soortenrijkdom van flora en fauna te zorgen.

Hiertoe schrijven de herstelstrategieën van de Natura2000-richtlijn als ‘verjongingsmaatregelen’ voor buiten- en binnendijkse kwelders (habitattypen H1330A en  H1330B) voor om stukken kwelder af te plaggen (de toplaag te verwijderen) en eventueel de zode daaronder af te graven. Zo kan gezorgd worden voor aangroei van jongere vegetatie – mits de kwelder in open verbinding met de Waddenzee staat, voor aan- en afvoer van water en sediment. Een andere mogelijke herstelmaatregel is het staken van onderhoud aan kwelderwerken zoals rijshouten dammen, die zijn aangelegd voor snellere opslibbing, ontwatering en rijping van de bodem, doch die ertoe geleid hebben dat er te weinig ruimte is voor pioniersvegetatie.

Niet ten koste van kwelderomvang
Een risico van verjongingsingrepen als deze is dat ze het kwelderareaal (tijdelijk of blijvend) kunnen beïnvloeden. Kleinere ingrepen, zoals afplaggen, hebben meestal slechts een lokaal effect. Bij een grotere ingreep kan de ontwikkeling van een kwelder echter veranderen, bijvoorbeeld van uitbreidend naar terugtrekkend of vice versa. Ook kan het dat condities die belangrijke randvoorwaarden voor kweldergroei zijn, zoals hoogteligging, overstromingsfrequentie, sedimentbeschikbaarheid, golfcondities en bodemsamenstelling, als gevolg van de ingreep zodanig veranderen dat de kwelderhoogte of -breedte niet meer herstelt. Dit kan resulteren in een afname van areaal, biodiversiteit en waterveiligheid.

Rijkswaterstaat wil geen ingrepen doen die ten koste gaan van het kwelderoppervlak. In opdracht van het Kennisprogramma Morfologie van Rijkswaterstaat onderzocht Deltares daarom op welke Waddenkwelders afgraving of een staking van onderhoud aan rijshouten dammen toe te passen is zonder hierbij op lange termijn in omvang te verliezen.

Voor dit onderzoek maakte Deltares gebruik van modelleringen en meetgegevens over abiotische condities. De studie richtte zich op de eilandkwelders en de vastelandkwelders langs de Noord-Hollandse, Friese en Groningse kust, met uitzondering van het Eems-Dollard estuarium omdat dit een wezenlijk ander watersysteem met andere dynamiek betreft.

Afgraven niet overal doelmatig
De studie laat zien dat de buitendijkse kwelder Noard-Fryslân Bûtendyks morfologisch kansrijk is om te herstellen na afgraving. In deze grote, brede kwelder is genoeg ruimte en sediment beschikbaar om na afgraving weer voldoende aan te groeien. Mogelijk kan afgraven ook worden toegepast bij de buitendijkse Peazemerlannen (meest oostelijke kwelder van Friesland), echter zijn daar al verschillende (andere) ingrepen gedaan waarvan het effect beter eerst kan worden afgewacht. Op de overige Friese kwelders en op het Noord-Hollandse Balgzand wordt afgraven afgeraden, vanwege beperkte breedte en een geringe herstelkans.

Voor de selectie van de precieze afgravingslocatie raadt Deltares aan om laaggelegen locaties te vermijden (vanwege blootstelling aan golven en getij), enkel hoge kweldervegetatie af te graven en te kiezen voor locaties waar waterlopen naar de voorliggende wadplaat stromen, zodat er sedimentaanvoer plaatsvindt naar het afgegraven gebied.

Voor de Groninger kwelders is nog onvoldoende duidelijk of afgraven zinvol is, door grote lokale variaties in breedte en sedimentbeschikbaarheid, en een relatief lage opslibbing. De mogelijkheden voor afgraving moeten hier in nader detail worden onderzocht.  

Op de eilandkwelders zijn de oorzaak van veroudering en de abiotische condities die bepalend zijn voor kweldergroei van een andere aard dan bij vastelandskwelders. Daarnaast zijn de eilandkwelders relatief natuurlijk, waardoor de maatregel minder doelmatig zou zijn. Afgraving van eilandkwelders wordt daarom ontraden. Meer nog dan van veroudering, hebben de eilandkwelders last van vernatting en verzoeting door steeds meer zoete kweldruk uit hoger wordende duincomplexen. Dit kan mogelijk worden tegengegaan door herstel van verstuiving.


LEES OOK
H2O Actueel: Kronkelende kreken, zoutgradiënten en lichtere begrazing maken kwelder aantrekkelijker voor vis


Stoppen met onderhoud rijshouten dammen
In het merendeel van de buitendijkse Friese kwelders heeft ook het stoppen met onderhoud van rijshouten dammen potentie. De buitenste dammen worden hier sinds 1991 niet meer onderhouden; in het middelste en oostelijk gedeelte kan dit echter ook nog voor de achterliggende dammen worden overwogen. Hoewel de Noord-Friese kwelders zich dus goed lenen voor zowel afgraving als een onderhoudsstop, raden de onderzoekers aan om slechts één maatregel tegelijk uit te voeren, zodat duidelijk is wat het effect van elke maatregel is.

Mogelijk kan ook op de Groninger kwelders het onderhoud aan kwelderwerken worden gestopt, maar dit moet in meer detail worden onderzocht door de grote variatie in kwelderbreedte, vegetatie en dammen.

Aan de oostzijde van de Groninger kwelders wordt een onderhoudsstop in elk geval afgeraden, vanwege reeds optredende klifvorming tegen de rijshouten dammen en bijbehorend risico op kliferosie. Kliferosie hoeft geen probleem te zijn wanneer het bijdraagt aan verjonging, maar is een indicatie dat er weinig tot geen natuurlijk herstel kan worden verwacht. Ook op het Balgzand en bij Wierum ontraadt Deltares te stoppen met onderhoud aan rijshouten dammen, omdat de dammen daar nog relatief nieuw of zelfs recent geplaatst zijn.

Op de eilandkwelders staan vrijwel nergens rijshouten dammen, maar voor de weinige kwelders waar ze aanwezig zijn wordt, om dezelfde redenen als voor afgraving, afgeraden het onderhoud te stoppen.

Natuurlijke kreekpatronen - door onderhoudsstop?
Hoe het beëindigen van het onderhoud aan rijshouten dammen invloed heeft op de opslibbing en vegetatie, en hoe dit samenhangt met de sedimentbeschikbaarheid, zal nader praktijkonderzoek moeten uitwijzen. Na stopzetting van het onderhoud raadt Deltares aan om de ontwikkeling van vooral de voorste kweldervakken te monitoren, omdat de groei van vegetatie daar kan worden vergeleken met locaties waar rijshouten dammen nog wel in onderhoud zijn.

Een indicatie voor wat er na een onderhoudsstop kán gebeuren, kan gevonden worden in de kwelders voor de kust van Oost-Groningen, waar de buitenste dammen van de kwelderwerken sinds 2001 niet meer worden onderhouden. In de voorste onbegroeide bezinkvakken zijn sindsdien natuurlijke kreekpatronen ontstaan en lijkt vegetatie zich te vestigen. Desondanks is een (algemene) relatie tussen staking van onderhoud en de vorming van deze patronen (nog) niet aangetoond, ook niet in Oost-Groningen. Het optreden van deze patronen kan ook het gevolg zijn van andere veranderingen in de omgeving. Daarom wordt aangeraden te onderzoeken hoe de kreekpatronen zijn ontstaan, om te leren hoe natuurlijke morfologische ontwikkeling in afgegraven kwelders kan worden gestimuleerd.

Herstelpilots in binnen- en buitenland
In deze studie is de potentie van herstelmaatregelen enkel kwalitatief en vanuit abiotische condities beschouwd. Deltares benadrukt daarom dat voor de besluitvorming over te nemen maatregelen kwantitatieve locatiespecifieke analyses nodig zijn, alsook afweging van andere belangen zoals hoogwaterveiligheid en natuurwaarden. Ook moet worden uitgezocht waar de afgegraven klei naartoe zou kunnen.

Rijkswaterstaat wordt aangeraden om de resultaten van verschillende andere onderzoeksprojecten gericht op kwelderbeheer, zoals Living Dikes, Saltgarden, Gute Küste en Manabas, en herstelpilots in binnen- en buitenland in de gaten te houden. Als voorbeeld worden genoemd de kwelderdelen die afgegraven worden voor proeven met de Deltagoot, en de hoge kwelderzone die is afgegraven in de kwelder Zuidgors, aan de noordelijke kust van de Westerschelde.

Tags: Actueel

Meer in Actueel

Bekijk alles

Meer van Tim Koorn

Bekijk alles

Van onze partners