Met het vertrek van de PVV uit de coalitie en de val van het kabinet-Schoof roept Vewin op om de toekomst van de drinkwatervoorziening niet in de wacht te zetten. Volgens Vewin-voorzitter Pieter Litjens moeten lopende trajecten met kracht worden voortgezet.
“De toekomst van de drinkwatervoorziening in Nederland is te belangrijk om in de koelkast te zetten”, stelt Litjens. “Lopende trajecten moeten daarom met volle vaart en krachtig worden voortgezet, zoals die gericht op meer beschikbare drinkwaterbronnen, de kwaliteit van de bronnen en de financierbaarheid van investeringen.”
De vereniging benadrukt dat de politiek, ook in tijden van onzekerheid, stevig moet blijven inzetten op vier thema’s die essentieel zijn voor de drinkwatervoorziening: de beschikbaarheid en kwaliteit van drinkwaterbronnen, de financierbaarheid van investeringen en het realiseren van drinkwaterbesparing.
Een van de speerpunten is het vergroten van het aantal beschikbare bronnen. In januari werd daarvoor het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030 gepresenteerd. Doel van dit programma is het veiligstellen van de leveringszekerheid voor huishoudens en bedrijven. Volgens Vewin is snelle actie van overheden noodzakelijk: zonder inzet op nieuwe bronnen kunnen drinkwaterbedrijven niet voldoen aan de stijgende vraag richting 2030. Het succes van het programma staat of valt met gezamenlijke inzet van lokale overheden, landelijke beleidsmakers en andere betrokken partijen.
Kaderrichtlijn Water
Ook de waterkwaliteit baart Vewin zorgen. De kwaliteit van de bronnen is de afgelopen jaren niet significant verbeterd, terwijl die juist onder druk staat. Volgens de KRW moeten bronnen beschermd worden zodat verdere verslechtering wordt voorkomen en de zuiveringsinspanning afneemt. In de praktijk ervaart Vewin het tegenovergestelde: drinkwaterbedrijven moeten juist steeds meer zuiveren om veilig drinkwater te kunnen leveren. Dat leidt niet alleen tot hogere kosten, maar ook tot grotere milieubelasting. Vewin stelt dat het behalen van de KRW-doelen absolute prioriteit moet krijgen.
Om de drinkwatervoorziening toekomstbestendig te maken, zijn volgens Vewin aanzienlijke investeringen nodig. Die zijn onder meer gericht op uitbreiding van de productiecapaciteit en intensievere zuivering. De sector pleit daarom voor een snelle aanpassing van de zogeheten WACC-regelgeving, de berekeningsmethode voor vermogenskosten, zodat deze beter aansluit op de financieringspraktijk van de drinkwaterbedrijven.
Tot slot wijst Vewin op het belang van drinkwaterbesparing. In het voorjaar verscheen het Nationaal Plan van Aanpak drinkwaterbesparing, dat als doel heeft het gebruik van drinkwater drastisch te verlagen. In 2035 zou het gemiddelde drinkwatergebruik per persoon per dag maximaal 100 liter mogen bedragen. Voor grootverbruikers is een reductie van 20 procent voorzien. Vewin roept alle betrokken partijen op om voortvarend door te gaan met de uitvoering van dit plan.