De Maas kan in droge tijden voldoende debiet behouden door de stuwen van Linne en Borgharen slimmer in te richten en met waterbuffers in een grindgat en op landbouwgronden. Ook wordt geadviseerd de ENCI-groeve achter de hand te houden als waterbuffer. Dat blijkt uit een haalbaarheidsstudie die is verricht door Witteveen en Bos en HKV Lijn in Water in opdracht van Rijkswaterstaat.
Het rapport richt zich op het Limburgse stroomgebied van de Maas van Eijsden tot en met de stuw Linne, inclusief het Julianakanaal en het Lateraalkanaal. Het onderzoek is onderdeel van het programma Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem.
De studie benoemt vijf maatregelen die gunstig kunnen uitpakken voor de zoetwaterbeschikbaarheid in de Maas in tijden van weinig regen. Daarbij is nadrukkelijk gekeken naar het inhaken op bestaande programma’s in het stroomgebied van de Maas, zoals Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW), Onderhoud Stuwen, Vernieuwen Stuwen Maas en MIRT Zuidelijk Maasdal. Door gebruik te maken van deze programma’s is het financieel haalbaar om de zoetwaterbeschikbaarheid voor de Maas te vergroten.
De eerste maatregel is het herinrichten van het grindgat Oost-Maarland ten zuiden van Maastricht. Het voorstel is om de open verbinding met de Maas te sluiten zodra in de winter het grindgat goed gevuld is met rivierwater. Het Grindgat is geliefd bij de pleziervaart. Een sluis moet dan uitkomst bieden. De gecreëerde buffer kan ’s zomers worden aangesproken om de afvoer van de Maas te vergroten. Als het Grindgat 1 meter buffert, is dat goed voor 1 kuub extra Maaswater per seconde gedurende 10 dagen.
De maatregel vraagt om een investering van circa 26 miljoen euro. Het nadeel van de inzet van het Grindgat Oost-Maarland als waterbuffer is dat de recreatiestranden onderlopen en dat er een eind komt aan de open recreatievaart met de Maas. Het voordeel van deze maatregel is dat er extra water beschikbaar komt voor beregening van landbouwgebieden, voor drinkwater en voor proceswater voor industrie.
Stuw Borgharen
De tweede maatregel die wordt voorgesteld is het aanpassen van de stuw Borgharen, zodat de kunstmatige afvoergolven (zogeheten hydropeaks) in de Gemeenschappelijke Maas kunnen worden afgevlakt. Dat zorgt voor een constante afvoer en dat is positief voor de natuur en waterkwaliteit. Voor de scheepvaart bovenstrooms van de stuw Borgharen brengt het wel problemen met zich mee vanwege peilfluctuaties.
Inrichting van een nieuw aansturingssysteem vraagt om een investering van circa 1 miljoen euro en wordt kansrijk geacht door de opsteller van de haalbaarheidsstudie. De stuwen in de Maas naderen het einde van hun levensduur. Rijkswaterstaat onderzoekt hoe de mogelijke vervanging vormt krijgt. Dat zou gecombineerd kunnen worden met een aanpassing om de waterstanden egaler te maken.
Dat geldt ook voor de voorgestelde investering in de stuw Linne ten zuidwesten van Roermond. De huidige stuw kent grote lekverliezen van circa 10 kubieke meter per seconde, waardoor bij lage afvoeren watertekorten ontstaan in stuwpand Linne. Door de Poirée-schuiven te vervangen kan een groot deel van het lekverlies worden voorkomen. Dat vraagt om een investering van 3,5 miljoen euro.
De onderzoekers stellen ook voor om de stuw Linne in droge periodes 25 tot 50 centimeter hoger te zetten, zodat de waterstanden van de Maas en de Maasplassen stijgen. Dat zorgt voor een extra waterbuffer bovenstrooms van circa 2 miljoen kuub. Dit vergroot de bevaarbaarheid van de Maas bij lage afvoeren en vermindert de schutbeperkingen in de sluis van Heel. Ook voor de drinkwaterwinning uit de Maas is dit gunstig.
Landbouwgronden
Een vijfde maatregel die wordt voorgesteld om meer water vast te houden in het stroomgebied van de Maas is het combineren van de aanleg van nieuwe natuurgebieden met waterbuffering. Als opties voor waterbuffergebieden worden genoemd: Geulle aan de Maas (naast het Julianakanaal) en het eiland Bosscherveld, waar het opbouwen van een zoetwaterbuffer in de Zuid-Willemsvaart en het kanaal Bocholt-Herentals moet leiden het verminderen van de pompbehoefte vanuit het stuwpand Linne bij sluis Panheel.
Dat sluit aan bij de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Het gaat dan om het omvormen van bestaand boerenland tot riviernatuur met een functie van wateropslag. De onderzoekers achten dit haalbaar, maar plaatsen er ook een kanttekening bij: ”Het gebufferde water is niet actief of direct inzetbaar tijdens droogteperioden, maar werkt vooral via vertraagde nalevering vanuit bodem en grondwatersysteem richting de Maas. De reden is dat anders de natuur te snel verdroogt.”
ENCI-groeve
Een opvallende aanbeveling is om de ENCI-groeve bij Maastricht achter de hand te houden als langetermijnoptie voor waterbuffering ten bate van een stabiel Maaspeil. De kalksteengroeve aan de rivierzijde van de Sint-Pietersberg kan 4 tot 6,5 miljoen kubieke meter water bufferen. ‘Deze maatregel kent echter grotere ruimtelijke, ecologische en bestuurlijke consequenties dan maatregelen binnen het bestaande stuwsysteem’, schrijven de onderzoekers van de haalbaarheidsstudie.